Zojuist is door de directeur een brief via de email verstuurd met uitleg over het voorgenomen plan. Dat is enigszins voorbarig omdat het plan gisteren nog niet definitief was en hij op de hoogte was gesteld van de bezwaren die er leven onder de ouders.
Kernpunten die er in terug te vinden zijn zijn: Er komt een groep 5 van 32 kinderen Er komt een combigroep 5/6 van 30 kinderen met juf Milou Er komt een groep 6 van 33 kinderen
Om nog enigszins kwaliteit proberen te gaan leveren krijgen we IPads en extra ondersteuning (in de vorm van 3 dagen klasse-assistenten voor de combiklas). Eigenlijk staat daar: We weten dat klassen van 30+ eigenlijk niet kunnen en dat de werkdruk daardoor enorm hoog is en dat gaan we bestrijden door extra middelen. Je kan er natuurlijk ook niet aan beginnen.
Er komt een ervaren Rotonda combiklas docent voor nieuwe combiklas. Ze heeft zich de afgelopen jaren bewezen in een combigroep en komt nu 5 dagen in de week voor de nieuwe combiklas 5/6. Het is belangrijk dat de school nadenkt over vervanging bij ziekte, want wie neemt dan zo'n zware combiklas over? Ons is bekend dat de SKOR personeelspool leeg is. Gaan we dan de klas verdelen over groepen 5 en 6 waar er al 32 en 33 in zitten. Stapelen?
Feit is simpel dat er ruim 90 kinderen van één of meer van hun vriendjes worden gescheiden en dat de groepsdynamiek geheel op zijn kop komt te staan. Voor sommige in een klas is dat helemaal niet erg, maar sommige kinderen worden daar behoorlijk verdrietig van. OK, er is een sociogram gemaakt, ofwel kinderen is in de klas gevraagd naar hun vriendjes. Maar realiseerden de kinderen ook waarom deze vraag begin juni werd gesteld? Als ze dat wel hadden geweten, hadden ze dan hetzelfde antwoord gegeven? Hoe zit het met leermaatjes in de klas? Niet naar gevraagd. Positief punt: de buitenspeeltijden van groepen 5, 5/6 en 6 zijn gelijk, evenals de middaglunch tijden.
Ik hoop door voldoende informatie te geven u een goede keuze kunt maken tussen het door laten gaan van het plan van school, of ons voorstel om dit plan in de ijskast te zetten en het komende jaar zorgvuldig en in overleg uit te werken en bijvoorbeeld vooraf de kinderen al met elkaar samen te laten werken zodat een herindeling van de klassen niet zo'n grote sociale impact heeft op de kinderen.
Ik hoop dat u allen (ook familieleden) deze petitie wilt tekenen.
Zie ook hoe men gaat parkeren waar het niet mag. Op de stoep, op straathoeken, op uitritten.
Niet te zien is hoe men ongeduldig op hoge snelheid rondjes aan het racen is.
De video's spelen op 4x normale snelheid af omdat het rondrijden anders te traag gaat.
Reeds voor de verhoging van de VOG bestond er al onvrede. Het lijkt alsof de vrijwillige tussenschoolse opvang al jaren, keer op keer, wordt gedwarsboomd.
De verhoging van de VOG is de laatste tegenslag uit een reeks. Lees het historisch overzicht in het Overblijf Magazine.
Op opiniestukken.nl verscheen op 7 maart een stuk ter ondersteuning van deze petitie:
"Luchtvaartmaatschappijen krijgen nu een boete als ze een passagier aan boord nemen zonder de juiste visa. Laat ze toch vliegen, als ze maar een retourticket hebben."
Lees verder op Opiniestukken.nl
Ook in Trouw, op pagina 22, Opinie, 9 maart 2016.

Van een 13-jarige jongen ontvingen wij een bijzonder gedicht. Deze inwoner van Huizen is weliswaar nog te jong om de petitie te tekenen maar dat weerhoudt hem er niet van zijn mening prachtig te verwoorden:
De busbaan
Waarom bomen kappen,
terwijl er zoveel mensen zijn die de bus niet in willen stappen.
Weg met die bomen,
zodat er de zoveelste bus baan kan komen?
Er is al veel verkeer,
er hoeft niet nog meer.
Waarom laten wij zoveel natuur vergaan,
voor een onnodige busbaan?
Dus ik zeg het een laatste keer,
die busbaan is onnodig verkeer!
Joël Petit, 13 jaar
.
De gemeente is fel tegenstander van een windpark nabij de Pingjujmer Gulden Halsband. De gemeente is voornemens de Pingjumer Halsban in 2016 te beschermen als gemeentelijk monument.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed adviseert hierbij minimaal een afstand van 1800 à 2000 meter te hanteren. In het plan van ''Wynkrêft Fiif''/ ''Mei-inoar foar de Wyn'' komen de turbines tot minder dan 100 m vanaf de Pingjumer Halsband te staan. Dat is voor de gemeente onacceptabel. http://sudwestfryslan.raadsinformatie.nl/vergadering/220965/kommisje%20Doarp%2C%20Stêd%20en%20Omkriten%2015-03-2016
Kom dinsdag 8 maart 19.00u naar Meandertoren 2 op parkeerplaats achter busstation. Hier kunnen wij onze zorgen overbrengen naar raadsleden. .
De gemeente Bergeijk wil in het buurtschap De Pielis vergunning verlenen voor een Mega-stal waar 87.000 nertsen per jaar. Wij bezorgde bewoners van Bergeijk verzetten ons tegen dit onnodige dierenleed. Ook vrezen wij ernstige overlast door de helse stank en het fijnstof dat vanuit de 12 schoorstenen op de stallen zal uitwaaien over de dorpen Luijksgestel en Weebosch. Wist je dat de gemeente dit niet hoeft te vergunnen? Wist je dat de gemeente CDA beleid meer nertsen wil vergunnen als dat er daar gehouden mogen worden? Er mogen maar 48.000 nertsen gehouden worden i.p.v.
87.000 nertsen. Steun ons a.u.b. in ons verzet en help mee 87.000 nertsen per jaar te behoeden voor een rotleven en een akelige dood!
http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2016Z04625&did=2016D09524
Onze referentie: 882302
Uw brief van 11 januari 2016
Geachte heer Schutjes,
Ik heb de brief van u en uw collega’s van 8 januari over de verbetering van de afhandeling van klachten over de centrale examens op 11 januari ontvangen en kennis genomen van de inhoud. U vraagt mij te reageren op uw pleidooi voor de verbetering van de afhandeling van klachten over de centrale eindexamens.
Ik waardeer het initiatief dat u neemt en uw grote betrokkenheid bij examinering die hieruit spreekt. In deze brief ga ik achtereenvolgens in op het onderscheid in typen reacties op examens die samenkomen bij het College voor Toetsen en Examens (hierna: CvTE), de specifieke casus uit 2012 die de aanleiding vormt voor uw schrijven en tot slot ga ik in op de manier waarop inspraak in het examenproces georganiseerd is en hoe dit verbeterd wordt.
Onderscheid in typen van reacties naar aanleiding van de examens Het CvTE is als zelfstandig bestuursorgaan belast met de verantwoordelijkheid voor de totstandkoming en afname van de centrale examens in Nederland. Reacties op de examens en de afname daarvan komen bij hen terecht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een tweetal typen van reacties die belanghebbenden (leerlingen en docenten) in het examenproces kunnen geven. Het betreft feedback op examens enerzijds (waar inhoudelijke klachten deel van uitmaken) en het indienen van klachten over de bejegening door het CvTE anderzijds. Zoals u terecht opmerkt in uw brief wordt het onderscheid getypeerd doordat u zich alleen ten aanzien van de bejegening door het CvTE kunt wenden tot een onafhankelijke instantie als u het niet eens bent met de klachtenbeoordeling. Dat gaat middels het indienen van een verzoekschrift bij de Nationale Ombudsman.
Feedback op de inhoud van examens en correctievoorschriften Jaarlijks verzamelt het CvTE tijdens de examenperiode feedback op examens. Dit bestaat uit: de reacties van leerlingen die het CvTE via het LAKS krijgt; de inhoudelijke klachten, vragen en opmerkingen over examenopgaven en correctie-voorschriften van docenten die binnenkomen via de toets- en examenlijn van het CvTE; de inbreng van vakdocenten bij examenbesprekingen georganiseerd door vakverenigingen; een quickscan over het examen voor alle CE vakken; een uitgebreide vragenlijst voor een aantal vakken waar wijzigingen zijn opgetreden wordt uitgezet bij docenten die gegevens hebben ingevoerd in het programma Wolf.
Inhoudelijke vragen en opmerkingen, zowel positief als kritisch, maken daarmee deel uit van de feedback op examens. Deze meldingen worden vaak automatisch getypeerd als klacht. Zeker als er een inhoudelijk bezwaar wordt geuit. De kritische feedback die wordt geuit bij een examenbespreking of een kritische inhoudelijke vraag die is gesteld bij de Toets- en Examenlijn zijn echter geen officiële klachten. Dit geldt ook voor het bezwaar dat u in 2012 heeft geuit. Vragen en opmerkingen over de inhoud van examens of over de normering worden door het CvTE altijd behandeld als een inhoudelijke vraag. Hiertegen kan niet in beroep worden gegaan, omdat het een besluit betreft van een zelfstandig bestuursorgaan. De Algemene wet bestuursrecht sluit dat uit.
Klachten over bejegening door het CvTE Zoals gezegd kunnen belanghebbenden een officiële klachtenprocedure starten wanneer zij vinden dat zij niet goed behandeld zijn door het CvTE. Specifiek gaat het dan om de dienstverlening van het CvTE of over de behandeling door een medewerker van het CvTE. Naar aanleiding van de situatie die u schetst in 2012 is er door u geen klacht ingediend, zoals hiervoor beschreven.
Feedback op het vwo wiskunde examen A en C uit 2012 Over de examenvraag 19 (wiskunde a) waar u in uw brief aan refereert, hebben destijds zeven docenten bij de Examenlijn een inhoudelijke melding gedaan. Dit wijst navraag bij het CvTE uit. Van die zeven docenten zijn er vier medeondertekenaar van de brief die u mij recent stuurde. Zoals u in die brief aangeeft, richtte uw bezwaar zich destijds op de vraagstelling van de opgaven. Het CvTE heeft destijds op alle vragen gereageerd, maar zag geen aanleiding om het bijbehorende correctievoorschrift aan te vullen. Het ging niet om foute examenopgaven, maar het betrof een meningsverschil over de interpretatie van de vraag. Het CvTE heeft mij gemeld nog steeds achter het besluit te staan dat destijds genomen is om het correctievoorschrift niet aan te vullen.
Inspraak in het examenproces van de centrale examens Ondanks dat uw feedback op het examen wiskunde uit 2012 niet heeft geleid tot een voor u bevredigende reactie heeft de feedback een belangrijke functie in het examenproces. Tijdens de lopende examenperiode wordt het enerzijds gebruikt om een goede correctie mogelijk te maken en anderzijds bij de onderbouwing van het normeringsadvies. Dit gebeurt binnen een zeer kort tijdsbestek. Zoals u weet kent een examenperiode een strakke planning. Tussen het afnamemoment van een examen en de correctie zit weinig tijd. Het verzamelen, verwerken en gebruiken van de feedback binnen de beschikbare tijd maakt het niet mogelijk om dit proces uit te breiden met een extra stap waarin over elke vraag een inhoudelijk beroep kan worden ingesteld. Deze stap wordt daarom ondervangen door de betrokkenheid van vakinhoudelijk deskundigen bij de beantwoording van de vragen. Na afloop van een examenperiode wordt de feedback meegenomen bij het maken van examenopgaven, bij het vaststellen van examens en bij het opstellen van correctievoorschriften voor komende jaren.
Als gevolg van meldingen door één of meer docenten bij de examenlijn van het CvTE, van meldingen uit de examenbesprekingen, maar ook van meldingen van leerlingen via het LAKS kan het CvTE besluiten een correctievoorschrift aan te vullen. De zorgvuldige afweging van de ontvangen signalen wordt gemaakt door medewerkers van het bureau CvTE in afstemming met leden of voorzitters van de vaststellingscommissies van de verschillende vakken. Vaak vindt er ook raadpleging plaats van vak-experts uit het hoger onderwijs. Dat betekent dat vakdocenten nauw betrokken zijn bij de afweging van deze signalen en bij het besluit tot het aanvullen van een correctievoorschrift. De bedoeling van een aanvulling is om eventuele onduidelijkheden in de correctie van het gemaakte werk op te lossen. Het draagt bij aan het zo goed en gelijk mogelijk corrigeren van het gemaakte examenwerk. Dit is in het belang van de leerlingen. Een aanpassing van een correctievoorschrift betreft vaak een nadere specificatie van wat er goed gerekend moet worden. Het komt daarnaast voor dat, als een vraag echt niet goed blijkt te zijn, via een aanvulling op het correctievoorschrift wordt meegedeeld dat alle leerlingen het maximale aantal scorepunten moet worden toegekend. Daarmee wordt de vraag geneutraliseerd.
De rol van feedback bij de beoordeling van examens In Nederland is de inspraakmogelijkheid van belanghebbenden in het examenproces zorgvuldig vorm gegeven. Feedback wordt actief verzameld en wordt door het CvTE gebruikt om tot een afgewogen beoordeling en normering van door eindexamenkandidaten gemaakt werk te komen.
Dat neemt niet weg dat er altijd sprake zal blijven van leerlingen en docenten die zich niet zullen herkennen in bepaalde beslissingen die worden genomen of het niet eens zijn met de inhoud van een examen of correctievoorschrift. Verschillen van mening blijven bestaan al is het alleen al vanwege de diversiteit aan opvattingen die kunnen heersen binnen één vakgebied. Daarom kunnen vragen over de inhoud niet altijd tot ieders tevredenheid beantwoord worden. Ik ben van mening dat wij een goed examensysteem hebben met daarin de prominente rol van docenten en onderwijsprofessionals in het proces van totstandkoming en beoordeling van examens. Ook ben ik van mening dat de manier waarop inspraak in dit proces georganiseerd is en de manier waarop feedback onder grote tijdsdruk wordt verzameld en ingezet wordt ten behoeve van de correctie bijdraagt aan een zo goed mogelijke beoordeling van het gemaakte werk van eindexamenkandidaten. Het is uiteindelijk de rol en verantwoordelijkheid van de leden van het College om een eindoordeel te vellen.
Verbetering in de behandeling van reacties en in de afhandeling van klachten Het CvTE heeft eerder aangegeven kritisch te blijven kijken naar de manier waarop feedback in het examenproces georganiseerd is, naar hoe het CvTE haar kwaliteitszorg vorm geeft en naar de kwaliteit van de producten van het CvTE.
Het CvTE is bezig met de verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening. Het Examenloket is geïntroduceerd in 2014 en sinds 2012 is de dienstverlening van de Examenlijn geprofessionaliseerd, o.m. door jaarlijkse evaluaties met alle ketenpartners. Een interne audit op het functioneren van de Toets- en Examenlijn 2016 is in voorbereiding. Daarnaast wordt in het kader van de uitvoering van de motie Jadnanansing een onderzoek uitgevoerd naar de dienstverlening door het CvTE en naar de validiteit van centrale examens. Dit wordt door een onafhankelijk onderzoeksbureau gedaan. De Inspectie van het Onderwijs is bij de opzet en uitvoering van het onderzoek betrokken. In de eerste onderzoeksfase wordt gekeken naar de wijze waarop het CvTE klachten over de centrale examens afhandelt en in de tweede fase worden één of meerdere centrale examens onderzocht op hun inhoudsvaliditeit.
Tot slot Ik heb begrepen dat het CvTE u heeft uitgenodigd om op 22 maart met u over uw brief van gedachten te wisselen en dat u hier positief tegenover staat.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
Met vriendelijke groet,
de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Sander Dekker