U, de petitionaris

Nieuws

Onderzoek: welke petities krijgen een antwoord?

Studenten hebben de afgelopen maanden onderzoek gedaan naar petities op Petities.nl.

Ze hebben allerlei hypotheses getest en verworpen, maar telkens bleek dat veel ondertekeningen onder een petitie de kans vergroten dat de petitie een antwoord krijgt. Waarom dit zo is is niet onderzocht. Is dat omdat de gemeente dit belangrijk vindt of omdat het de petitionaris motiveert om de petitie te overhandigen?

De eigenschappen of het gedrag van een gemeente hebben geen verband met het krijgen van een antwoord op een petitie bleek uit de onderzoeken.

Opmerkelijke uitkomst volgens Sarah Kamphuis was wel dat een 'gewone' petitionaris meer succes had bij het krijgen van een antwoord dan een petitionaris die al veel verbindingen heeft. Zijn hun petities te lastig? En/of blijven hun petities te klein? Of hebben ze geen tijd? Of werken ze niet goed samen met andere burgers? Of starten ze een petitie eerder via een organisatie? Want die waren buiten deze analyse gelaten.

Overnemen hoe een kwestie al door journalisten wordt gepresenteerd of daar juist vanaf wijken bleek niets uit te maken volgens Remco Harmsen. Een petitie kan dus gerust afwijken van de gangbare presentatie. Vermoedelijk vinden journalisten dat ook wel weer 'nieuws'. Ook hier bleek alleen het aantal ondertekeningen een relevante voorspeller van een antwoord.

Interessant volgens Olav Blom was ook dat het niet helpt als de volgers van de petitionaris op Twitter verbonden waren met de petitionaris. Ook hier geldt dat veel ondertekenaars wel helpt. Die kennen elkaar of de petitionaris niet, maar tekenen op eigen houtje de petitie. Wat op zich wel aangeeft dat het een grote petitie is.

De studenten waren bachelor- en masterstudenten aan de Vrije Universiteit, departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap, en deden onder begeleiding van dr. ir. Tijs van den Broek het onderzoek naar petities die in 2016 en 2017 gericht waren aan gemeenten. De masterstudenten combineerden de data van Petities.nl met sociale media-data via Coosto, het nieuwsarchief LexisNexis, Twitter en LinkedIn.

Op 12 oktober 2018 wordt er een 'data-challenge' georganiseerd in het designlab van de Universiteit Twente door Duidt, Open State en de VU. Dan gaat het onderzoek verder naar de data van Petities.nl. Laat het maar weten als u er ook bij wil zijn.

26-05-2018

Petitie van Maria Smit wordt burgerinitiatief i.s.m. RADAR

Burgerinitiatief schriftelijke informatieplicht medische behandelingsovereenkomst vrijdag 11 januari 2013 Medische missers leiden niet zelden tot ernstige en blijvende schade. Patiënten weten over het algemeen niet of nauwelijks aan welke risico’s ze bij een ingreep blootgesteld worden.

+Lees meer...

Artsen zijn wettelijk verplicht patiënten te informeren over de ingreep, de te verwachten gevolgen en risico’s en de andere methoden van behandeling. Het is nu niet voldoende duidelijk en controleerbaar of dit ook gebeurt. Radar start daarom een burgerinitiatief. Het initiatief kun jehier ondertekenen. Als je medicijnen ophaalt bij de apotheek word je altijd gewezen op de bijsluiter. Je kunt die dan vervolgens thuis rustig nalezen. Maar wie geopereerd wordt en bijvoorbeeld een medisch hulpmiddel krijgt, moet het doen met de uitleg van de chirurg. Patiënten weten vaak niet of nauwelijks aan welke risico’s ze bij een ingreep worden blootgesteld. Artsen zijn wettelijk verplicht patiënten te informeren over de ingreep, de te verwachten gevolgen en risico’s en de andere mogelijke methoden van behandeling. Dit gebeurt nog niet goed genoeg en het is ook niet voldoende duidelijk en controleerbaar. Met de huidige communicatiemiddelen, medische standaarden en kennis van risico’s kan dit in het belang van zowel de patiënt als de behandelaars veel beter worden georganiseerd. Een plicht tot verstrekking van schriftelijke informatie is daarvan de kern. In het TROS-programma Radar geven we leiding en uitvoering aan een burgerinitiatief op basis van de petitievan Maria Smit. We willen bewerkstelligen dat de geneeskundige hulpverlener niet op verzoek van de patiënt maar standaard vooraf schriftelijke informatie meegeeft aan de patiënt over het voorgenomen onderzoek en de voorgestelde behandeling.  Hoe is het nu wettelijk geregeld?Het huidige artikel 7:448 BW (Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst, hierna WGBO)  omtrent de informatieplicht van de arts luidt: De hulpverlener licht de patiënt op duidelijke wijze, en desgevraagd schriftelijk in over het voorgenomen onderzoek en de voorgestelde behandeling en over de ontwikkelingen omtrent het onderzoek, de behandeling en de gezondheidstoestand van de patiënt. De hulpverlener licht een patiënt die de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt op zodanige wijze in als past bij zijn bevattingsvermogen. En in lid 2 staat: Bij het uitvoeren van de in lid 1 neergelegde verplichting laat de hulpverlener zich leiden door hetgeen de patiënt redelijkerwijze dient te weten ten aanzien van: a de aard en het doel van het onderzoek of de behandeling die hij noodzakelijk acht en van de uit te voeren verrichtingen; b de te verwachten gevolgen en risico’s daarvan voor de gezondheid van de patiënt; c andere methoden van onderzoek of behandeling die in aanmerking komen; d de staat van en de vooruitzichten met betrekking tot diens gezondheid voor wat betreft het terrein van het onderzoek of de behandeling. De wetgever gaat er dus van uit dat de hulpverlener zich bij de informatie-overdracht laat leiden door hetgeen de patiënt ‘redelijkerwijze’ dient te weten.  De huidige regeling van informatie aan patiënten in art. 7:448 BW (WGBO) en de voorgestelde regeling in de Wet Cliëntenrechten Zorg bevestigt hoe belangrijk goede informatie is en geeft al een recht daarop. De bestaande regeling is echter weinig concreet en beschermt patiënten nog onvoldoende. De informatie-overdracht kan eenvoudig concreter worden gemaakt en de patiënt beter informeren en voorbereiden op wat hem of haar te wachten staat. De wetgever gaat ervan uit dat de patiënt schriftelijke informatie vraagt. Mensen kunnen vragen om schriftelijke informatie, maar dat doen ze zelden en ze weten vaak ook niet van deze mogelijkheid. Artsen geven uit zichzelf nog te weinig schriftelijke informatie.Tijdens een consult moet er veel informatie met de patiënt besproken worden. Daarom is het ook zo belangrijk dit effectief en innovatief te organiseren. Nota bene: Er zijn gevallen waarin informatievoorziening problematisch is (patiënten die niet in staat zijn te beslissen, jongeren, informatie zou genezing bemoeilijken, patiënt wil geen informatie, et cetera.) Maar die zijn al wettelijk geregeld. Waarom is dit burgerinitiatief nodig?Goede en complete informatie over diagnose, voorgestelde behandeling, risico’s en alternatieven en alle implicaties daarvan is moeilijk in een mondeling consult/gesprek over te brengen en te begrijpen. Schriftelijke informatie biedt de patiënt de mogelijkheid om zijn of haar situatie te overdenken, te bespreken en keuzes te heroverwegen. Met de schriftelijke informatie in de hand kan de patiënt zich makkelijk verder informeren via internet, door vragen aan de arts of middels gesprekken in de eigen omgeving. Schriftelijke informatie maakt het voor de arts ook makkelijker om een anders moeilijk uit te voeren taak te vervullen.  Er kan geen twijfel over zijn dat goede informatie een zeer grote maatschappelijke waarde heeft. Het is niet alleen een middel voor de patiënt om weloverwogen afwegingen van risico’s te maken en om baas te blijven over eigen lichaam en leven (autonomie). Goede informatie over de kwaliteit en risico’s van medische diensten, hulpmiddelen en behandelingen verbetert ook de keuzes van patiënten en bevordert innovatie. Als economen het ergens over eens zijn, dan is het dat transparantie de kwaliteit van het aanbod versterkt. Goede informatie voorkomt ook dat mensen behandelingen ondergaan die onnodig risicovol zijn of niet werkelijk helpen. Welke informatie moet door de behandelaar worden verstrekt?Het gaat erom dat de patiënt de volgende informatie schriftelijk ter beschikking krijgt. Tijdens of onmiddellijk na afloop van het consult moet de behandelaar de patiënt in ieder geval schriftelijk informeren over: 1.De Nederlandse en (indien beschikbaar) de internationale naam van de aandoening. 2.De Nederlandse en (indien beschikbaar) de internationale naam van de ingreep of behandeling, het medische hulpmiddel (bij medisch hulpmiddel: naam fabrikant, productiejaar en productkenmerken). Dit zijn de gegevens die de arts toch al pleegt te noteren en het is dus eenvoudig dit ook aan de patiënt mee te geven. Het is een kwestie van nadere uitwerking hoe de volgende, eveneens essentiële informatie wordt verschaft. Dat kan ook tijdens of onmiddellijk na het consult door de behandelaar zelf of bijvoorbeeld via een verwijzing naar een website waarop up to date en volledige informatie te vinden is. Het gaat daarbij om: 3.De risico’s van de ingreep, de te verwachten gevolgen en de (kans op) mogelijke complicaties van de ingreep.  4.De mogelijkheden om deze complicaties te verhelpen. 5.Andere methoden en alternatieven van de behandeling met vermelding van specifieke voor- en nadelen ten opzichte van de voorgestelde behandeling.  6.De manier waarop de ingreep uitgevoerd gaat worden. 7.Hoe lang de ingreep al wordt toegepast. 8.De wetenschappelijke basis van de ingreep. 9.Contra-indicaties.  10.De meest actuele informatie over de ingreep, het medische hulpmiddel, met de bekende risico’s.  De arts staat er voor in dat de schriftelijke informatie op deze websites adequaat is en dat al deze specifieke informatie daar te vinden is.  Kosten en effectieve uitvoering van de schriftelijke informatieplichtDe vraag is vooral hoe die informatievoorziening goed en op een innovatieve wijze geregeld en georganiseerd kan worden tegen zo laag mogelijke kosten voor de gezondheidszorg en zo eenvoudig mogelijk voor de patiënt. De plicht voor de behandelaar om schriftelijke informatie te verschaffen zou zo kunnen worden uitgewerkt dat mensen naar huis gaan met informatie die ze in staat stelt om op tenminste één door arts/hulpverlener te noemen overzichtelijke website te vinden wat ze nodig hebben ( zie de bovengenoemde punten 1 t/m 10). Behandelprotocollen (in kader van Wetsvoorstel Cliëntenrechten Zorg: standaarden) komen steeds meer beschikbaar op internet en ook in versies die makkelijk te volgen zijn voor patiënten. Ook patiëntenorganisaties hebben informatie. Daar kunnen artsen naar verwijzen. (Internet)bedrijven kunnen artsen en ziekenhuizen helpen dit goed te organiseren, inclusief een helpdeskvoorziening voor mensen die nog nadere vragen hebben.   Informatie zou standaard aanwezig moeten zijn bij de hulpverlener en moeten worden verstrekt als een bijsluiter die met één druk op de knop kan worden uitgeprint en aan de patiënt kan worden meegegeven. Artsen hoeven dit niet zelf te organiseren. De schriftelijke-informatieplicht zal ertoe leiden dat organisaties van specialisten dat gaan doen, geholpen door IT en medische informatie bedrijven die zich hierop toeleggen. Artsen en ziekenhuizen kunnen deze dienstverlening inkopen.                 SanctioneringOnderdeel van een verbeterde regeling moet ook de sanctionering zijn. Wat als een arts dit niet doet? Wat als het een keer niet lukt? Wat als de patiënt niet is geïnformeerd over risico’s en er doet zich toch zo’n risico voor? Dit is een veel voorkomend probleem wat betreft medische aansprakelijkheid dat beter en praktischer kan worden opgelost. Handhaving van de schriftelijke-informatieplicht zal betrekkelijk eenvoudig zijn als het gebruikelijk wordt dat mensen schriftelijke informatie gaan meekrijgen na een bezoek aan een behandelaar. Doet de arts dit per mail, dan is bovendien ook makkelijk te bewijzen dat de informatie daadwerkelijk is gegeven. Verder is het binnen de al omvangrijke kwaliteitssystemen en toezichtsystemen in de zorg vrij eenvoudig om ook deze waarborg voor patiëntveiligheid in te passen. De wettelijke regeling zal daar op een goed doordachte manier bij moeten aansluiten. Behandelaars die hun systeem niet op orde hebben, moeten daarbij sterker ter verantwoording worden geroepen dan behandelaars die een enkele keer niet de juiste informatie hebben verschaft. Hoe de patiënt moet worden behandeld als onjuiste of onvolledige informatie is gegeven, kan ook beter worden uitgewerkt. Een protocol voor omgaan met slachtoffers van dit type medische fouten zou onder meer moeten regelen hoe de patiënt alsnog informatie krijgt, hoe verontschuldigingen en extra zorg worden verstrekt en hoe compensatie wordt vastgesteld op een manier die de patiënt niet verder belast.  Als zich een onverwacht risico voordoet, moet de getroffen patiënt nu vaak aannemelijk maken dat hij of zij de ingreep niet zou hebben laten uitvoeren als er volledige informatie was geweest. Ook is er vaak lange discussie over de omvang van schadeloosstellingen. Dat kan ondervangen worden door gedetailleerde richtlijnen voor de hoogte van de compensatie. Naarmate het waarschijnlijker is dat de ingreep niet zou zijn uitgevoerd met de juiste informatievoorziening, zou de patiënt een meer volledige schadevergoeding moeten krijgen. Welke risico’s moeten worden vermeld?Verder zou er een goed uitgewerkte en gedetailleerde regeling nodig zijn wat betreft de risico’s die vermeld moeten worden. In buitenlandse jurisprudentie zijn daarvoor maatstaven ontwikkeld, die aansluiten bij de frequentie en de zwaarte van het risico in relatie tot de noodzakelijkheid van de behandeling. Daarbij gelden ongeveer de volgende uitgangspunten: Risico’s kunnen het beste worden vermeld in woorden én in zo precies mogelijke percentages, bijvoorbeeld waarschijnlijk (groter dan 50%), regelmatig (10 tot 50%), af en toe (10-1%), zeldzaam (minder dan 1%), zeer zeldzaam (minder dan 0.1%). Risico’s op dood, zware invaliditeit of ernstige gevolgen voor de leefwijze van de patiënt moeten al vermeld worden als ze zeldzaam of zeer zeldzaam zijn. Minder zware complicaties, die alleen tijdelijke gevolgen hebben, of die gemakkelijk te bestrijden zijn, moeten worden vermeld als zij zich af en toe of regelmatig voordoen. Bij niet noodzakelijke behandelingen (bijvoorbeeld sommige vormen van plastische chirurgie) of behandelingen waarvan onduidelijkheid bestaat over de effectiviteit moeten meer, zo niet alle risico’s worden vermeld. TROS Radar Prof. Maurits Barendrecht, Universiteit Tilburg/HiiL Innovating Justice (adviseur) Maria SmitOnderteken het burgerinitiatief  

wet gedwongen forensische zorg fase 4 wetgevingskalender

http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/wetgevingskalender/2012/11/01/wetsvoorstel-forensische-zorg-32398   waardoor m.n. jongeren vanuit de gesloten jeugdzorgplus gevangenissen met hun 18e jaar linea recta door gaan stromen in een TBS-kliniek.   waardoor gevangenen geen vrijheid meer hebben om medische en geestelijke behandeling te weigeren..

wet zorg en dwang fase 2 wetgevingskalender

http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/wetgevingskalender/2012/11/01/wetsvoorstel-verplichte-geestelijke-gezondheidszorg-32399   waardoor m.n. geregeld wordt welke dwang mag en voorbij gegaan wordt aan de kwaliteit van de zorg.   kwaliteit in de zin van 'warm' 'betrokken' 'liefdevol' 'in alle rust' 'ondersteunend ipv overheersend'..

wet verplichte ggz fase 2 wetgevingskalender 2013

http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/wetgevingskalender/2012/11/01/wetsvoorstel-verplichte-geestelijke-gezondheidszorg-32399   waarmee meer en meer op een overheersende manier zogenaamde hulp geboden wordt vanuit een medisch kader en niet vanuit sociale en emotionele empathie. waarbij de big business van big pharma een enorme schadelijke invloed heeft op onze geest en onze gezondheid. maar niet alleen big pharma, ook allerlei andersoortige 'behandelingen' zijn terug van weggeweest in een cosmetisch aangenamer jasje, zoals de electroshock therapie. onder dwang heb je niets meer in te brengen over je eigen lichaam, over je eigen 'state of mind'.psychiaters wil is wet. zonder dat de psychiater enige verantwoording neemt voor de schadelijke en zelfs dodelijke gevolgen.

+Lees meer...

dan schermt de psychiater/instelling met de 'privacy van de client'..... o.a. omdat er economische belangen kleven aan de hoeveelheid clienten en de duur van hun behandelingen etc. ziek houden betekent omzet.

Stop bouwprojecten in Spijkenisse, Maassluis en Hellevoetsluis

De burgemeesters van Spijkenisse, Maassluis en Hellevoetsluis hebben minister Blok gevraagd om de waarborgstop van leningen voor woningcorporaties terug te draaien. Woningcorporatie Maasdelta heeft namelijk diverse bouwprojecten afgeblazen, èn vanwege het regeerakkoord, èn omdat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) vanaf 2014 niet meer garant staat voor nieuwe leningen aan corporaties. Dat Maasdelta heeft besloten een pas op de plaats te maken en de projecten in de koelkast te zetten, heeft ingrijpende gevolgen. Voor het Hart van Groenewoud in Spijkenisse was de verkoop van de eerste woningen bijvoorbeeld al gestart en had de KPN de kabels in de bouwrijp te maken grond al verlegd.

+Lees meer...

In Maassluis treft de maatregel het project Sluispolder West; in Hellevoetsluis gaat het om de Molshoek en de Parnassiaflats. De burgemeesters vinden volgens berichtgeving in het Weekblad Spijkenisse de opstelling van Maasdelta opvallend omdat het een corporatie is die door prudent beleid niet in de financiële gevarenzone verkeerd. ‘Het nodeloos stilleggen van deze belangrijke investeerder en beheerder raakt ook ons als gemeente in het hart’, aldus burgemeester Karssen namens de drie gemeenten in een brief aan minister Blok. Huurders de grote verliezers Minister Blok heeft inmiddels in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven alle doorrekeningen voorbarig te vinden. Hij stelt dat de plannen van het Regeerakkoord nog moeten worden ingevuld en uitgewerkt. Gezien de dreigende verhuurdersheffing van 2 miljard euro per jaar denken de corporaties daar duidelijk anders over. Huurders zijn uiteindelijk de grootste verliezers. Zij worden, als de plannen van Rutte II doorgaan, getroffen door enorme huurverhogingen, nog weer langere wachttijden voor betaalbare huurwoningen en minder onderhoud en dienstverlening. De Woonbond roept huurders, verhuurders, beleidsmakers en politici op om de petitie Huuralarm te ondertekenen. ‘Houd huren betaalbaar en trek de woningmarkt uit het slop.’ 

Nederlandse Woonbond

Woonvoorziening gehandicapte jongeren stopgezet door heffing

Een woonvoorziening voor verstandelijk gehandicapte jongeren in het Overijsselse Vollenhove gaat op de valreep niet door. Woningcorporatie Wetland Wonen heeft het nieuwbouwproject stopgezet vanwege de verhuurdersheffing.

+Lees meer...

De betrokken ouders komen in actie: 'Dit mag niet gebeuren.'   'Het is de verhuurdersheffing die ons nekt', zegt Anja Weijs, een van de veertien ouders die al jaren bezig zijn om een woonvoorziening voor hun verstandelijk gehandicapte kinderen van de grond te krijgen. De bouwplannen in samenwerking met zorginstelling JP van den Bentstichting en woningcorporatie Wetland Wonen in de Kop van Overijssel waren zo goed als af. In april 2013 zou de eerste paal de grond in gaan. Maar plattelandscorporatie Wetland Wonen heeft net als de meeste andere woningcorporaties een groot aantal van haar geplande nieuwbouwprojecten stopgezet, vanwege de verhuurdersheffing. Geen leuk sinterklaascadeau  'We hoorden het op 3 december. We zaten er als een stel verslagen ouders bij. Dat was geen leuk Sinterklaascadeau', vertelt Anja die in 2005 het initiatief heeft genomen en op zoek is gegaan naar ouders in haar gemeente die net als zij een gehandicapt kind in huis hadden. Anja wilde graag een woonvoorziening voor gehandicapten in haar dorp, want dat was er nog niet. Ouderinitiatief Maar liefst veertien gezinnen hadden een verstandelijk gehandicapt kind in huis en wel oren naar zo'n project. Dat gold ook voor een zorginstelling, de woningcorporatie en de gemeente. Zo ontstond een samenwerkingsverband dat jaren intensief aan het werk is geweest om de woonvoorziening gerealiseerd te krijgen. Er waren in de loop der jaren de nodige hobbels, maar in 2012 waren de bouwtekeningen eindelijk af en alle vergunningen rond. Treurige mededeling Wetland Wonen zou vijftien appartementen bouwen in het stadje Vollenhove. Daar konden de veertien gehandicapte 'jongeren' in de leeftijd tussen 20 en 30 (waarvan er dertien nog bij hun ouders wonen) in 2013 gaan wonen. De JP van den Bentstichting stuurde eind november vorig jaar zelfs een brief aan alle ouders met daarin de mededeling welk appartement hun kind was toebedeeld. Maar krap twee weken later zag Wetland Wonen zich genoodzaakt om de ouders bijeen te roepen en hen een treurige mededeling te doen: het project (investeringskosten zo'n 2,2 miljoen euro) kon niet doorgaan. Tot grote verslagenheid van de ouders kon de corporatie zelfs niets zeggen over of, en zo ja wanneer, het project dan wel gerealiseerd zou worden. Wachtlijst  'Mijn zoon woont als enige van deze veertien jongeren al in een woonvorm met 24uurs zorg, maar dat is in Emmeloord, achttien kilometer verderop', vertelt Anja. 'Als hij in het dorp zou wonen, konden ik en zijn zus veel makkelijker en vaker eventjes langsgaan.' De andere ouders die deelnamen aan het project hadden zo gerekend op de realisatie van de woonvoorziening, dat zij hun kinderen niet eens hebben ingeschreven voor andere woonvoorzieningen. 'Zij kunnen nu alsnog vijf of zes jaar op een wachtlijst gaan staan tot er ergens een plekje vrijkomt', zegt Anja. 'Met een gehandicapt volwassen kind in huis ben je als ouders behoorlijk belemmerd in je bewegingsvrijheid. Sommige van de kinderen hebben 24 uur zorg nodig. Maar afgezien daarvan zou het voor de jongeren zelf veel leuker zijn als zij met hun eigen leeftijdsgenoten konden samenwonen.' Naar Den Haag Woensdag 19 december zijn Anja en andere ouders en ook de directies van de zorginstelling en corporatie naar Den Haag gegaan om een debat in de Tweede kamer bij te wonen over het woningmarktbeleid. Net als de Woonbond pleit Wetland Wonen voor een investeringsagenda voor corporaties in plaats van de verhuurdersheffing. De woonvoorziening voor gehandicapte jongeren zou dan alsnog gebouwd kunnen worden. Protestformulieren Wetland Wonen en de Huurdersvereniging Zwartewaterwiede leggen zich niet neer bij de voorgenomen maatregelen en vroegen onlangs (o.a. Via het huurderskrantje van Zwartewaterwiede) alle huurders samen met hen in actie te komen en bezwaar te maken tegen de regeringsplannen. Inmiddels zijn meer dan 800 protestformulieren ondertekend en aangeboden aan de Tweede Kamer via Sp-kamerlid Paulus Janssen, die onlangs een bezoek bracht aan Vollenhove. Besparingsplan Anja en de andere ouders zijn momenteel volop bezig om de lokale en landelijke politiek te benaderen om zoveel mogelijk partijen op hun hand te krijgen. Wetland Wonen stelt de komende maanden een besparingsplan op voor haar eigen organisatie en is op zoek naar oplossingen om de woonvoorziening toch te kunnen bouwen.

Nederlandse Woonbond

Huurverhoging nog niet beklonken

Diverse kranten en websites berichten dat minister Blok per 1 juli de huren gaat verhogen met 1,5%, 2,5% en 6,5%. Dit is niet helemaal juist.

+Lees meer...

De minister heeft inderdaad een voorstel met die strekking naar de Tweede Kamer gestuurd, maar het besluit daarover is nog niet genomen.  Minister Blok schrijft aan de Tweede Kamer dat hij het wetsvoorstel voor 1 maart in werking wil laten treden, zodat een huurverhoging per 1 juli mogelijk is. Maar voor het zover is moeten eerst de Tweede Kamer en de Eerste Kamer hun goedkeuring nog geven. De Woonbond heeft de Actie Huuralarm in het leven geroepen om het parlement ervan te overtuigen dat deze huurverhogingen niet door mogen gaan. De petitie tegen de huurverhogingen kunt u hier tekenen.

Nederlandse Woonbond

FNV en Woonbond willen betaalbaarheidscheck huurverhoging

De geplande extra huurverhogingen bedreigen de betaalbaarheid van huurwoningen voor lage en middeninkomens. In combinatie met andere bezuinigingen raken huurders in zeven jaar tijd bijna tien procent van hun koopkracht kwijt.

+Lees meer...

FNV en Woonbond willen daarom een betaalbaarheidscheck op de consequenties van extra huurverhogingen.  In het Regeerakkoord wordt een forse verhuurdersheffing van twee miljard euro gecombineerd met een verruiming van het huurbeleid. De verhuurdersheffing leidt tot minder huurkwaliteit en minder investeringen, maar zet wel extra druk op verhuurders om de huren te verhogen. Voor alle huurders dreigt hierdoor een huurverhoging van minstens 1,5  procent boven inflatie en voor inkomens boven modaal zelfs 2,5 en 6,5 procent. Voor lage inkomens wordt tegelijkertijd de huurtoeslag steeds lager door voortdurende kortingen en de werking van de kwaliteitskorting bij hogere huren. De effecten hiervan voor veel huurders zijn rampzalig. Nu al kunnen bijna één miljoen huishoudens in een sociale huurwoning hun huis eigenlijk niet meer betalen, zo blijkt uit onderzoek van de TU Delft. Voor velen is de kale huurquote al boven de dertig procent en volgens de Nibud-normen houden ze onvoldoende over om overige minimaal noodzakelijke kosten te betalen. Met de extra huurverhogingen en de stijgende energielasten zullen de betaalbaarheidsproblemen de komende jaren alleen maar groter worden. Huurverhoging niet in koopkrachtcijfers  De extra huurverhogingen zijn niet verwerkt in de koopkrachtoverzichten van het CPB en het kabinet. En in het inflatiecijfer worden ze uitgesmeerd over alle huishoudens, waardoor het effect voor de groep huurders in de cijfers onzichtbaar wordt. In werkelijkheid is sprake van extra aantasting van de koopkracht van huurders met lage en modale inkomens.  Aantasting koopkracht Bij een gemiddelde huurquote (aandeel in het inkomen) van circa 25 procent en een structurele huurstijging van ruim 10 procentpunt in de periode 2013-2017 leiden de  kabinetsmaatregelen tot een extra koopkrachtaantasting van 2,5 procent. Dit komt bovenop de algemene koopkrachtdaling van meer dan drie procent in de periode 2010-2012 en de  verwachte koopkrachtdaling van bijna vier procent in de periode 2013-2017. Bij elkaar opgeteld een daling van bijna tien procent in zeven jaar tijd. Betaalbaarheidscheck nodig  De FNV en Woonbond vragen minister Blok voor Wonen en Rijksdienst om vóór de behandeling van concrete wetsvoorstellen over de verhuurdersheffing eerst de koopkrachteffecten voor huurders in combinatie met extra huurstijgingen inzichtelijk te maken met behulp van een betaalbaarheidscheck. ?

Nederlandse Woonbond