Antwoord op de petitie van de wethouder, misschien een stopverbod in de Spuistraat.
Behandeld door Bestuurlijke zaken V&OR
TA2022-000642/ZD2022-008765
Uw petitie/raadsadres van 20 juni 2022 over “Geef het fietspad terug in de Spuistraat”
Beste Amsterdammers,
Hartelijk dank voor uw petitie aan de gemeenteraad van 20 juni 2022 met als onderwerp “Geef het fietspad terug in de Spuistraat”.
In uw petitie vraagt u in de eerste plaats om zo snel mogelijk een tijdelijk fietspad af te tekenen op het nieuw aangelegde trottoir in de Spuistraat. In de tweede plaats doet u een procedurevoorstel om tot een nieuw besluit te komen in de gemeenteraad over een definitieve inrichting.
Daarbij doet u ook een suggestie voor een inrichtingsprincipe waarbij de rijbaan wordt verschoven en een nieuw fietspad wordt aangelegd. Dit gaat ten koste van de parkeerplaatsen aan beide zijden van de weg.
Op 13 juli 2022 heeft de gemeenteraad mij gevraagd om uw brief te beantwoorden.
Ik zal achtereenvolgens ingaan op de voorgeschiedenis en uw vragen.
Voorgeschiedenis
Tijdens de afgelopen coronaperiode, toen er ‘anderhalvemeter’-maatregelen moesten worden getroffen in de openbare ruimte, is het fietspad in de Spuistraat afgesloten om meer ruimte aan de voetganger te geven door de fietser gebruik te laten maken van de rijbaan. Dit is grotendeels als positief ervaren door zowel de buurt als de verkeersdeelnemers in de Spuistraat.
Daarnaast waren er ook kritische geluiden.
De stadsdeelcommissie Centrum heeft op 2 november 2021 nadrukkelijk verzocht om de Spuistraat definitief in te richten als fietsstraat waar de auto te gast is.
Vervolgens is de buurt geconsulteerd, is het voorstel onder andere besproken in de stadsdeelcommissie - met inspraak van voor- en tegenstanders –, besproken met Fietsersbond en getoetst in de Centrale Verkeerscommissie (CVC).
Dit heeft op 17 januari 2022 geresulteerd in een besluit van het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Centrum waarin is besloten de Spuistraat definitief in te richten als fietsstraat, waar de auto te gast is. Ook de positieve en negatieve ervaringen uit de coronaperiode zijn meegewogen in het besluit.
De afgelopen maanden is het fietspad verwijderd en omgezet in trottoir. Ook wordt nieuwe bebording geplaatst en nieuwe markering op de rijbaan aangebracht, waaruit duidelijk blijkt dat de auto te gast is in de fietsstraat.
Andere afwegingen om definitief tot een inrichting als fietsstraat te besluiten
1. Historisch veranderende situatie
De Spuistraat met vrijliggend fietspad komt voort uit de situatie van de jaren ‘90 van de vorige eeuw waarbij de Spuistraat nog als hoofdnet voor auto’s fungeerde richting Raadhuisstraat, Rokin, Amstel en Vijzelstraat. Dit was een 50km/u hoofdweg met een veelvoud van de huidige hoeveelheid gemotoriseerd verkeer.
De afgelopen decennia is de functie van de Spuistraat en de wijze waarop de verkeerscirculatie in het stadshart is georganiseerd, veranderd. Zo is van de vroegere doorgaande ontsluitingswegen alleen de Raadhuisstraat nog bereikbaar via de Spuistraat en is de Nieuwezijds Voorburgwal de voornaamste en aangewezen hoofdroute om vanuit het noorden de Raadhuisstraat te bereiken. Dit betekent dat de Spuistraat voornamelijk een buurtfunctie heeft gekregen waar maximaal 30 km per uur mag worden gereden. De Spuistraat vervult nu dus een ondergeschikte rol ten opzichte van het hoofdnet auto. Dit moet ook duidelijk zijn in de wijze waarop een straat is ingericht. Een geasfalteerde vrijliggende rijbaan voor auto’s met een vrijliggend fietspad is niet de juiste indeling.
2. Toekomstbestendigheid
Wanneer het project de Oranje Loper is afgerond, met name de werkzaamheden op de Nieuwezijds Voorburgwal, is er een verdere afname van gemotoriseerd verkeer in de Spuistraat. Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Centrum heeft nadrukkelijk toegezegd, de punten die door de stadsdeelcommissie zijn gevraagd in het ontwerp voor herinrichting mee te nemen. Deze punten overlappen met uw petitie en betreffen:
a. Fietsverkeer richting het noorden mogelijk maken
b. Meer ruimte voor voetganger en fietser
c. Rekening houden met bewoners met een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.
Huidige situatie
Ik deel uw mening dat de huidige situatie in de Spuistraat niet ideaal is. Er wordt frequent geladen en gelost op de rijbaan, waarbij zowel het gemotoriseerd verkeer als het fietsverkeer wordt gehinderd en er soms zelfs gevaarlijke situaties ontstaan. Hierbij moet de kanttekening worden gemaakt dat dit met name in de ochtendspits tot problemen leidt en het buiten deze periode de doorstroming voldoende is en de situatie goed functioneert.
De problemen in de Spuistraat zijn te wijten aan de minimale breedte van de rijbaan. Ondanks het grote aantal laad- en losplekken waar gebruik van kan worden gemaakt, wordt nog veel stilgestaan op de rijbaan, waardoor fietsers gaan uitwijken over het trottoir.
Stadsdeel Centrum kijkt voortdurend naar mogelijkheden voor verdere verbeteringen om de verkeersveiligheid te vergroten en de situatie voor fietsers comfortabeler te maken. Nu wordt onderzocht of een stopverbod, dat samenvalt met de venstertijden voor laden en lossen, soelaas kan bieden. Daarnaast is stadsdeel Centrum in gesprek met Afval & Grondstoffen om te onderzoeken of andere ophaaltijden of -methoden voor het huis- en bedrijfsafval mogelijk zijn.
Volledige herinrichting voorlopig niet mogelijk
Het is de ambitie van het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Centrum dat bij de eerstvolgende mogelijkheid de rijbaan van de Spuistraat te verbreden en dat de Spuistraat officieel tweerichtingsverkeer voor fietsers wordt. Er zijn meerdere redenen dat dit niet vóór 2027 kan worden opgepakt.
Denk aan de vele werkzaamheden die al plaatsvinden in dit gedeelte van de binnenstad aan zowel de weginfrastrucutuur (zoals Nieuwezijds Voorburgwal, Raadhuisstraat en Rozengracht) als aan de kademuren en bruggen, de lange voorbereidingstijd die een herinrichting met zich mee brengt en tenslotte de financiële uitdagingen waar de gemeente Amsterdam voor staat.
Geen nieuw besluit door de gemeenteraad
Zoals hiervoor gezegd, is een volledige herinrichting van de Spuistraat de komende jaren helaas niet aan de orde. De bevoegdheid om een besluit te nemen over een nieuwe inrichting van de Spuistraat ligt sinds de verkiezingen van 17 maart dit jaar bij het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Centrum.
Daarom zal de gemeenteraad niet betrokken worden in de besluitvorming. Wél zal de projectvoorbereiding als het zover is de normale participatie- en inspraakprocedures doorlopen en zal het Dagelijks Bestuur, zoals gebruikelijk, de stadsdeelcommissie consulteren voorafgaand aan het besluit.
Het door u voorgestelde inrichtingsprincipe
Ik wil in deze brief niet vooruitlopen op hoe de nieuwe inrichting van de Spuistraat er uit moet komen te zien. Ik kan daarom niet ingaan op de door u voorgestelde definitieve oplossing. Er zijn wel enkele basisprincipes waar bij een nieuwe inrichting rekening mee moet worden gehouden. Denk aan de vele bedrijven en instellingen (o.a. OLVG) die in de Spuistraat gevestigd zijn en hun behoefte om te kunnen laden en lossen, de inrichtingsprincipes van Duurzaam Veilig en de transformatie van Amsterdam tot een Autoluwe Stad.
Ik verwacht u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Melanie van der Horst
Wethouder Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit
Deze petitie is op maandagavond 3 november 2025 aangeboden aan de gemeenteraad: https://zwolle.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/43f531ed-7f86-4df8-9258-7d2f8fa35694 .
De petitie, welke is gestart in 2020, loopt nu al ruim 5 jaar. In deze 5 jaar is er veel gebeurd.
Zo heeft gemeente Heerlen in 2021 een onderzoek laten uitvoeren door ZKA, een expert op het gebied van recreatieve ruimtelijke ontwikkeling, naar de haalbaarheid en geschiktheid van een zwemstrand in de Zuidplas van de Sibelcogroeve. De uitkomst van dit onderzoek wees uit dat de Zuidplas prima geschikt is voor zwemrecreatie.
Nadat het rapport van ZKA bekend werd, hebben Provincie en Sibelco besloten om de mogelijkheid voor zwemrecreatie in de Zuidplas geheel te blokkeren. Dit is vastgelegd in een private samenwerkingsovereenkomst tussen Sibelco en Natuurmonumenten. Natuurmonumenten is de nieuwe eigenaar van de Zuidplas. De stichting Behoud Brunssummerheide en het bewonerscollectief BuurSibelco hebben tegen deze blokkade beroep aangetekend. Dit beroep richt zich op de totale eindinrichting van de Sibelcogroeve en is op 17 november 2025 behandeld bij de Raad van State. Uitspraak wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2026.
Ondertussen heeft de gemeente Heerlen samen met Nationaal Programma Heerlen Noord het initiatief genomen om een nieuwe gebiedsvisie voor de Sibelcogroeve op te stellen. Daarin wordt ook de Mijnsteenberg ONIV meegenomen. De Mijnsteenberg ONIV is inmiddels tot gemeentelijk monument aangewezen en heeft daarmee een beschermde status verkregen. De partners betrokken bij de ontwikkeling van deze nieuwe gebiedsvisie zijn gemeente Heerlen, Nationaal Programma Heerlen Noord, Provincie Limburg, Natuurmonumenten en Sibelco. De bewoners zijn dus (nog) niet formeel betrokken. Wij, stichting en BuurSibelco, zullen de intiatiefnemers verzoeken om een formele en volwaardige plek aan de 'ontwikkeltafel', zodat wij ook uw belangen voor veilige zwemrecreatie kunnen blijven behartigen.
Wordt vervolgd!...
Staatssecretaris Tielen (Jeugd, Preventie en Sport) stuurt de Tweede Kamer een reactie op de petitie ‘Bescherm onze gezondheid en natuur met minder bestrijdingsmiddelen’. Deze is aangeboden aan de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Ons kenmerk 4138036-1084212-PG
Uw kenmerk 2025Z11343
Geachte voorzitter, Iedereen in Nederland moet kunnen wonen, werken en recreëren in een gezonde en veilige leefomgeving.
De bescherming van kwetsbare groepen, zoals kinderen, ouderen en mensen met een verminderde weerstand, staat voor mij centraal. De petitie ‘Bescherm onze gezondheid en natuur met minder bestrijdingsmiddelen’ is aangeboden aan de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Op 4 juni 2025 verzocht de commissie om een reactie. Met deze brief doe ik u, mede namens de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, mijn reactie toekomen.
De indieners vragen onder andere om:
Voorzorgsbeginsel
De minister van LVVN gaat in haar brief van 19 november 2024 in op de wijze waarop het voorzorgsbeginsel wordt toegepast bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen. Deze mogen alleen op de markt worden gebracht als uit een Europees geharmoniseerde wetenschappelijke risicobeoordeling is gebleken dat er geen onaanvaardbare risico’s zijn voor mens, dier en milieu. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt dit in Nederland binnen de (toelatings-)kaders van de Verordening 1107/2009 en maakt daarbij gebruik van strenge veiligheidsmarges. Hierin wordt rekening gehouden met kwetsbare groepen, zoals kinderen, ouderen en mensen met gezondheidsproblemen. Er wordt geen toelating afgegeven voor middelen als bij toetsing aan de toetsingskaders wordt vastgesteld dat het gebruik gezondheidsrisico’s met zich mee brengt, in overeenstemming met het
voorzorgsbeginsel.
Wanneer nieuwe wetenschappelijke inzichten daartoe aanleiding geven, kan een toelating worden aangepast of ingetrokken of kan worden ingezet op methodiekontwikkeling om de beoordelingskaders van gewasbeschermingsmiddelen te verbeteren.
Bescherming van omwonenden, werknemers en kwetsbare groepen
Nieuwe wetenschappelijke inzichten zorgen voor een continu proces van verbetering van het beoordelingskader. In opdracht van het kabinet worden verschillende wetenschappelijke onderzoeken gedaan op het gebied van gezondheid en gewasbeschermingsmiddelen. Het SPARK-onderzoek wordt uitgevoerd door het RIVM en richt zich op het ontwikkelen van een teststrategie om de mogelijke relatie tussen gewasbeschermingsmiddelen, waaronder glyfosaat, en de ziekte van Parkinson te onderzoeken. Het onderzoek is in 2023 gestart en heeft een looptijd van vijf jaar. Zie voor de voortgang van dit onderzoek de meest recente voortgangsrapportage.1
Het tweede Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (OBO-2) richt zich op de relatie tussen blootstelling van omwonenden en de volgende ziektebeelden/aandoeningen: de ziekte van Parkinson, leukemie (bij kinderen) en
lymfomen (bij volwassenen), COPD/astma, cognitieve effecten bij kinderen en
gezondheidsklachten via meldingen bij huisartsen. Dit onderzoek duurt acht jaar en is in 2023 gestart. Het wordt uitgevoerd door een consortium van kennisinstituten onder leiding van het RIVM. Het onderzoek borduurt voort op het OBO-onderzoek.2 Uit het OBO-onderzoek bleek dat omwonenden van bollenvelden bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen. De gemeten gehalten van de onderzochte bestrijdingsmiddelen in de lucht of urine bleven onder de risicogrenzen. Het RIVM heeft wel geadviseerd om nader onderzoek te doen. Dit wordt nu gedaan in het OBO-2 onderzoek.
De indieners hebben in hun brief hun bezorgdheid geuit over de cumulatieve (cocktail-)effecten van gewasbeschermingsmiddelen. De risico’s en effecten hiervan worden per middel afzonderlijk beoordeeld. Gelijktijdige blootstelling aan meerdere middelen kan leiden tot cumulatieve effecten. In opdracht van de ministeries van LVVN en VWS draagt het RIVM bij aan de ontwikkeling van nieuwe Europese risicobeoordelingsmethoden, waarbij het initiatief bij de Europese Commissie ligt. Er bestaat vertrouwen in het huidige toelatingsbeleid, dat werkt met veiligheidsmarges en al rekening houdt met cumulatie in bepaalde situaties (zoals tankmixen). Het RIVM werkt samen met EFSA aan een model om de gezondheidsrisico’s te berekenen van het gelijktijdig binnenkrijgen van meerdere gewasbeschermingsmiddelen. Dit model is inmiddels geschikt om de cumulatieve effecten te bepalen van de blootstelling aan verschillende gewasbeschermingsmiddelen, die al op de markt zijn en effect hebben op de schildklier, het zenuwstelsel en de foetale ontwikkeling van het zenuwstelsel. Op basis van deze berekeningen hebben EFSA en het RIVM inmiddels verschillende resultaten gepubliceerd. De conclusie hieruit is dat de cumulatieve blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen bij de tot nog toe onderzochte effecten geen risico voor de gezondheid inhoudt. De financiering van het project, waarin het RIVM en EFSA samenwerken, is verlengd tot 2029. Het kabinet streeft ernaar deze methodiek in overeenstemming met de meest recente wetenschappelijke inzichten te actualiseren.
Brede spuitvrije zones rondom woongebieden, scholen en zorginstellingen De indieners doen daarnaast een oproep voor brede spuitzones. De minister van LVVN financiert een onderzoek door WUR en RIVM naar de haalbaarheid van een rekenmethode voor het bepalen van veilige spuitvrije zones bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in bebouwde of nog te bebouwen gebieden. Als dit haalbaar blijkt, zou deze rekenmethode een ondersteunend middel voor decentrale overheden kunnen zijn om lokale belangen, waaronder die van bedrijven en omwonenden, af te wegen. Ook wordt er een verkenning uitgevoerd naar een informatiepunt voor omwonenden in de bestaande structuur. Dit draagt bij aan het beter en breed informeren over mogelijke gezondheidsrisico’s. De transitie naar een duurzame, biologische en natuurinclusieve landbouw De indieners doen een oproep voor een transitie naar een duurzame, biologische en natuurinclusieve landbouw. In het kader van het gewasbeschermingsbeleid wordt de inzet toegelicht binnen de bredere transitie naar een duurzamer landbouwsysteem. Het gewasbeschermingsbeleid richt zich op het terugdringen van de afhankelijkheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Dit wordt onder meer gedaan door de ontwikkeling en stimulering van alternatieve teeltsystemen en technieken. Daarbij wordt er ingezet op het verkleinen van mogelijke risico’s en effecten van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen door onder meer innovatieve toepassingstechnieken en het terugdringen van emissies.
Het beschermen en bevorderen van de gezondheid van mensen in Nederland, én in het bijzonder van kwetsbare groepen, door actief beleid te voeren op een gezonde leefomgeving, blijft belangrijk voor dit kabinet. Daarin liggen zowel specifieke als gezamenlijke taken en verantwoordelijkheden, onder meer op het terrein van landbouw, water en arbeidsomstandigheden. Waar nodig en mogelijk wordt in afstemming tussen VWS, LVVN, IenW en SZW ‘gezondheid’ expliciet benoemd en meegenomen in het beleid.
Uw Kamer wordt geïnformeerd, zodra de resultaten van lopend onderzoek en relevante beleidsontwikkelingen beschikbaar komen.
Hoogachtend,
de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport
Judith Zs.C.M. Tielen
1 Kamerstukken II 2024/25, 27 585, nr. 707.
2 Kamerstukken II 2018/19, 27 858, nr. 450.
Over 14 dagen wordt de petitie gesloten en op dit moment hebben we ook precies 14 handtekeningen!
Helpt u mij om de 25 handtekeningen te halen?.
De moed zou je in de schoenen zinken als je ziet dat een wolven petitie binnen een enkele dag, enkele duizenden handtekeningen binnen gehaald heeft. (Ja, ook ik heb deze getekend).
Maar het lijkt wel alsof er echt totaal niets rondom dit onderwerp leeft onder ons volk. Of iedereen steekt bewust als een struisvogel zijn kop/hoofd in het zand! Onbegrijpelijk... Het moet maar gewoon doorgaan want we zijn al te ver weg... staat u daar zo in? Droevig... dus indirect lopen nog steeds leventjes van kinder-slachtoffertjes door uw wegkijken o.a. in gevaar.... Sta op! Dit zal niet stoppen. Dat weten we. Maar de strafmaat die nu wordt gesteld in vergelijking met de schade is enorm groot!
Hierbij stuur ik u de reactie op het verzoek van de commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport om te reageren op de aangeboden petitie “Stop discriminatie op grond van neurodiversiteit”.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gouke Moes
Onze referentie 55379456
Uw brief 1 oktober 2025
Uw referentie 2025Z18207
Op 1 oktober 2025 heeft uw Kamer een petitie in ontvangst genomen, die als doel heeft om discriminatie op grond van neurodiversiteit tegen te gaan. De petitie bevat een conceptmotie waarin wordt gewezen op de stereotype en negatieve beeldvorming van neurodivergente en psychologisch kwetsbare mensen in de praktijk.
Volgens de initiatiefnemer leidt dit tot stigma en maatschappelijke uitsluiting van deze groep mensen. Aangezien de petitie gaat over beeldvorming in de mediasector zal ik, als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op verzoek van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, reageren op deze petitie.
Ik wil de initiatiefnemer bedanken voor het aanbieden van deze petitie. De petitie laat zien dat het onderwerp onder veel mensen leeft en geeft ook blijk van betrokkenheid bij de mediasector en het media-aanbod. Ik vind het belangrijk dat media-aanbod, en in het bijzonder het aanbod van de publieke omroep, de brede samenleving in Nederland aanspreekt en dat mensen zich hierin herkennen. Dit geldt ook voor mensen met een beperking en die neurodivers zijn of een psychische kwetsbaarheid hebben. De publieke omroep heeft op basis van de publieke mediaopdracht de taak om onder andere media-aanbod te verzorgen dat op evenwichtige wijze een beeld van de samenleving geeft. Publieke mediadiensten gaan daarbij zelf over de inhoud van het aanbod dat ze maken.
De petitie bevat een conceptmotie met verschillende voorstellen voor het aanscherpen van artikelen uit de Mediawet 2008. Het gaat in het bijzonder over de artikelen 2.88, vijfde lid, artikel 3.5, derde lid, artikel 3.29d, en artikel 4.1a, van de Mediawet 2008. Deze eerste drie artikelen gaan over de passende maatregelen die een media-instelling behoort te treffen om te voorkomen dat het media-aanbod aanzet tot geweld of haat tegen een groep of personen die deel uitmaken van die groep. Het laatste artikel gaat over de voorwaarden waaronder content die schadelijk kan zijn voor jongeren, verspreid mag worden.
In deze brief zal ik niet inhoudelijk reageren op de voorgestelde motie in de petitie, maar ik heb deze wel gedeeld met het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat), de toezichthouder op de Mediawet, zodat hij op de hoogte is van het signaal.
In de afgelopen jaren zijn er vanuit OCW verschillende stappen gezet die bijdragen aan een grotere bewustwording rondom de representatie van mensen met een beperking in de media. In 2023 heeft het Commissariaat voor het eerst de representatie van mensen met een beperking meegenomen in zijn tweejaarlijkse representatiemonitor. Hierin wordt inzicht gegeven in de representatie van mensen met een beperking in non-fictie programma’s. De monitor geeft onder andere aan in welke rol mensen met een beperking in dit type programma’s te zien zijn. De resultaten uit dit eerste onderzoek laten zien dat mensen met een beperking weinig gerepresenteerd zijn in het Nederlandse media-aanbod.1 Mijn ambtsvoorganger heeft de sector bij de publicatie van het rapport dan ook gewezen op het belang om hier over in gesprek te blijven en te kijken hoe deze representatie versterkt kan worden. Ik vind het dan ook belangrijk en goed dat het Commissariaat dit onderdeel structureel heeft opgenomen in de representatiemonitor.
Daarnaast heeft OCW in de werkagenda voor de uitvoering van het VN-verdrag Handicap maatregelen aangekondigd die moeten helpen om de cultuur- en mediasector toegankelijker en inclusiever te maken voor mensen met een beperking.2 OCW doet dit onder andere door samen met VWS het inclusiepact media te ondersteunen, waarbij de inzet is om jonge mensen met een beperking en die werken in de cultuur en mediasector zichtbaarder te maken. Daarnaast wordt momenteel in opdracht van OCW onderzoek gedaan naar de toegankelijkheid van de audiovisuele sector.
1 Monitor represenatie 2023, bijlage bij Kamerstukken II, 2024-25, 30221, nr. 2 411. 2 Kamerstukken II, 2024-25, 24170, nr. 362
De stichting gaat een bezwaar indienen bij de Reclame Code Commissie. Deze moet voor 5 januari schriftelijk worden ingediend. Uw handtekening helpt om het bezwaar kracht bij te zetten. Helpt u mee om dit te bewerkstelligen?.
Geachte ondertekenaars,
Vandaag is deze petitie overhandigd aan de gemeente Voorne aan Zee.
Ik wil u allemaal hartelijk bedanken voor het ondertekenen van de petitie.