Overslaan en naar de inhoud gaan Government logo | to homepageRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport MenuIngeklaptMenu unfolted Zoek in Richtlijnen & Draaiboeken Zoeken Trefwoord
COVID-19-vaccinatie van immuungecompromitteerde patiënten Handleiding Bijlage bij de Uitvoeringsrichtlijn COVID-19-vaccinatie 2021 | Versie 13 januari 2021 (versiebeheer zie onderaan pagina)
Totstandkoming In december 2020 werd het eerste COVID-19-vaccin geregistreerd, waarna implementatie van vaccinatie kan volgen. Over de prioritering van groepen voor vaccinatie wordt door de Gezondheidsraad (GR) geadviseerd. De GR heeft geadviseerd te beginnen met oudere personen op basis van de strategie om primair reductie van sterfte en ziekenhuisopname te bereiken, omdat leeftijd de belangrijkste risicofactor is voor een gecompliceerd beloop van COVID-19. Daarnaast zullen zorgmedewerkers in verpleeghuizen worden gevaccineerd om zo mogelijk ook indirecte bescherming te kunnen bieden. Ook ziekenhuispersoneel wordt gevaccineerd.
Verder is er in de loop van de COVID-19-epidemie meer duidelijkheid gekomen over een verhoogd risico op gecompliceerd beloop als gevolg van onderliggende aandoeningen.
Omdat bij sommige groepen van immuungecompromitteerde patiënten sprake is van een duidelijk verhoogd risico op ernstige COVID-19, zullen ook deze personen bij voorrang gevaccineerd worden. Een substantieel deel van hen zal al op basis van leeftijd al worden geprioriteerd voor vaccinatie, personen jonger dan 60 jaar zullen op grond van hun medische indicatie volgen. Ook onder het zorgpersoneel dat gevaccineerd gaat worden, zullen personen zijn die immuungecompromitteerd zijn.
Om voor immuungecompromitteerde patiënten optimale adviezen te formuleren, is er door de LCI-RIVM gevraagd aan de medische beroepsgroepen om gemandateerde professionals af te vaardigen om tot een gezamenlijke handleiding te komen.
Aan dit overlegplatform participeerden behandelaars van de volgende verenigingen:
Nederlandse Internisten Vereniging, deelverenigingen: Nederlandse Vereniging voor Hematologie; M.D. Hazenberg, I. Nijhof Nederlandse Vereniging van hiv-behandelaren; J. Gisolf Nederlandse Vereniging voor Immunologie; V. Dalm, T.W. Kuijpers Nederlandse Vereniging voor Internist-infectiologen; A. Goorhuis, L.G. Visser Vereniging voor Medische Oncologie; R. van Alphen, A. van der Veldt, E.G.E. de Vries Nederlandse Federatie voor Nefrologie; H. van Hamersvelt, J.S. Sanders, O. Teng, J. Wetzels, R. Duivenvoorden Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde; P. Fraaij, N. Wulffraat Nederlandse Vereniging voor Reumatologie; R. Landewé, G.J. Wolbink Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen; A. van Bodegraven, H.H. Fidder Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie: zie namen van de betrokken artsen bij tabel Dermatologische patiënten; Nederlandse Vereniging voor Neurologie; D. van de Beek, J. Killestein Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose; R.E. Jonkers, R. Hoek
Het eerste overleg vond plaats 21 december 2020, op 7 januari 2021 werd de eerste draft gepresenteerd, waarna input van de verschillende behandelaren naar aanleiding van de vergaderingen werd verwerkt.
Na de uiteindelijke afstemming kon deze eerste handleiding worden gedeeld met de Gezondheidsraad en gepubliceerd op 14 januari 2021 op de LCI-website.
Periodieke updates zullen plaatsvinden op basis van nieuwe data over veiligheid en effectiviteit van COVID-19-vaccins bij deze patiëntencategorie, internationale ontwikkelingen op het terrein van optimale vaccinatie strategieën bij deze patiënten, het beschikbaar komen van nieuwe vaccins, en toediening-specifieke afwegingen.
Redactie: Marloes Bongers (Landelijk Coördinatiecentrum Infectieziekten, RIVM), Lieke Sanders (Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM), Albert Vollaard (Landelijk Coördinatiecentrum Infectieziekten, RIVM) Met medewerking van: prof. Leo Visser (afdeling infectieziekten LUMC), Bram Goorhuis (afdeling Infectieziekten, Centrum voor Tropische Geneeskunde & Reizigersgeneeskunde, Amsterdam UMC)
Contact: LCI-secretariaat Antonie van Leeuwenhoeklaan 9 3721 MA Bilthoven Telefoon: 030-274 7000 E-mail: lci@rivm.nl
Samenvatting Op het moment van opstellen van deze handleiding (januari 2021) is er sprake van een hoge incidentie van COVID-19 met hoog infectierisico ook voor ernstig immuungecompromitteerde patiënten, die een verhoogd risico hebben op een gecompliceerd beloop van COVID-19. Vanwege de programmatische aanpak bij de vaccinatiecampagne worden alle immuungecompromitteerde patiënten opgeroepen voor vaccinatie.
Vanwege het belang van bescherming tegen ziekte en overlijden is prioritering van vaccinatie voor de patiënten belangrijk, ook al is er mogelijk sprake van verminderde effectiviteit van vaccinatie ten gevolge van immuundeficiëntie of immuunsuppressie door de fase van de onderliggende ziekte of behandeling, of door gebruik van immuunsuppressiva. In deze fase van de epidemie wordt geadviseerd om vaccinatie niet uit te stellen tot een moment dat er mogelijk een betere vaccinatierespons verwacht kan worden. Na vaccinatie blijven nog alle standaard preventieve maatregelen om infectie te voorkomen van kracht, omdat data over effectiviteit van vaccinatie bij deze groep ontbreken.
Er zijn meerdere vaccins tegen COVID-19 in ontwikkeling en er zijn nu twee mRNA-vaccins geregistreerd. Deze vaccins lijken op dit moment zeer effectief bij ouderen en zijn naar verwachting veilig bij immuungecompromitteerde patiënten. Het risico van eventuele bijwerkingen van vaccinatie weegt niet op tegen het risico van COVID-19 doormaken. Daarom worden deze mRNA-vaccins geadviseerd. De optie om naast de patiënt ook huishoudcontacten van ernstig immuungecompromitteerde patiënten te vaccineren, wordt nog uitgewerkt. Er zijn nog maar weinig data over de afname van transmissie na vaccinatie beschikbaar.
Deze handleiding zal periodiek worden herzien als andere effectieve vaccins geregistreerd worden en beschikbaar komen, en op basis van nieuw onderzoek over COVID-19-vaccinatie van immuungecompromitteerde patiënten.
Algemene principes Voor algemene informatie voor professionals over COVID-19-vaccinatie: https://www.rivm.nl/COVID-19vaccinatieprofessionals en https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19-vaccinatie.
Doelstelling De doelstelling van deze handleiding is om uitvoerende professionals bij de GGD, de huisartspraktijk, in verpleeghuizen en instellingen, en in het ziekenhuis een handvat te bieden bij de uitvoering van hun taak bij vaccinatie van immuungecompromitteerde patiënten tijdens de COVID-19-vaccinatiecampagne in de huidige fase van de pandemie.
Relatief risico op gecompliceerd beloop van verschillende patiëntencategorieën Niet van alle patiënten die immuungecompromitteerd zijn, is bekend of zij een verhoogd risico hebben op een gecompliceerd beloop bij SARS-CoV-2-infectie door de onderliggende aandoening en/of medicatie, of dat dat mede door andere risicofactoren (bijv. leeftijd, obesitas) bepaald wordt. Algemeen mag worden aangenomen dat naarmate iemand meer immuungecompromitteerd is, COVID-19 ernstiger zal verlopen en mogelijk de vaccinatie minder zal beschermen.
Voor de prioritering van COVID-19-vaccinatie is gekozen om te starten met vaccineren bij ouderen boven de 60 jaar (oudste groepen eerst) en daarna medische risicogroepen bij mensen tussen 18 en 60 jaar. Selectie hierbij vindt plaats volgens de brede indicaties die worden gehanteerd voor de jaarlijkse influenzavaccinatie bij de huisarts. Deze keuze is door de Gezondheidsraad geadviseerd vanwege het sterk verhoogde risico op ernstige ziekte en overlijden ten gevolge van COVID-19 met toename van de leeftijd.
Effectiviteit Afhankelijk van de mate van immuunsuppressie van patiënten, zal de effectiviteit van vaccinatie minder goed kunnen zijn. Gezien het hoge risico op infectie tijdens de COVID-19-pandemie in deze periode, en het verhoogde risico op een gecompliceerd beloop van COVID-19 juist bij deze patiënten, wordt ook gedeeltelijke protectie nog belangrijk geacht. Daarbij komt dat de COVID-19-vaccins naar verwachting veilig zijn. Dit leidt tot een gunstige benefit-risk-afweging.
Gezien de verwachte gereduceerde effectiviteit, blijven voor alle immuungecompromitteerde patiënten nog dezelfde maatregelen op het terrein van social distancing, hygiëne en testen bij klachten, onveranderd van kracht ook na de vaccinaties. Bij verandering in incidentie van COVID-19 of veranderingen op het terrein van (her)vaccinatie of profylaxe, zal worden aangegeven wanneer deze preventiestrategie kan worden aangepast.
Veiligheid De mRNA-vaccins, virusplatform-vaccins en subunit-vaccins bevatten geen levend (verzwakt) virus. Dit betekent dat er geen risico is op een vaccinvirus of platformvirusinfectie bij immuungecompromitteerde patiënten. De reactogeniciteit en bijwerkingen van het Pfizer-BioNTech mRNA-vaccin zijn in het algemeen relatief mild van aard, van korte duur en van voorbijgaande aard. Vaccinatie met mRNA-vaccins is daarmee volgens de Gezondheidsraad naar verwachting veilig, ook bij immuungecompromitteerde patiënten.
Of de mRNA-vaccins resulteren in een verhoogd risico op immuungerelateerde bijwerkingen in specifieke groepen immuungecompromitteerde patiënten is onbekend, omdat dit niet onderzocht is. De bijsluitertekst van de mRNA-vaccins meldt daarom dat veiligheid bij deze patiënten niet gegarandeerd kan worden, hoewel men in theorie verwacht dat de veiligheid goed zal zijn en het risico van vaccinatie niet opweegt tegen het risico van COVID-19 doormaken. Internationale en nationale registratie van het optreden van specifieke bijwerkingen na vaccinatie met mRNA-vaccins zal moeten leiden tot meer gegevens over invloed van vaccinatie op het ziektebeloop bij de verschillende categorieën van immuungecompromitteerde patiënten (veiligheid) en het optreden van COVID-19-infectie ondanks vaccinatie (effectiviteit). Veronderstelde bijwerkingen na vaccinatie moeten worden doorgegeven aan het Lareb in Nederland.
Terwijl eerst de mRNA-vaccins gebruikt zullen worden, zal bij vrijgeven van andere typen vaccins ook het veiligheidsaspect voor immuungecompromitteerden worden besproken in deze handleiding, als deze alternatieve vaccins ook als optie worden gezien voor deze specifieke groep patiënten vanwege waarschijnlijk gelijke of betere effectiviteit. Ook zal in de handleiding worden opgenomen wanneer er bij specifieke groepen van immuungecompromitteerde patiënten reden is om van gebruik van een bepaald type vaccins af te zien.
Vaccin 1. Keuze bij prioritering COVID-19-vaccinatie: Bij de keuze van prioritering van vaccinatie spelen meerdere factoren:
de geformuleerde strategieën van de Gezondheidsraad (GR): verminderen van (ernstige) ziekte en sterfte als gevolg van COVID-19; terugdringen van verspreiding van SARS-CoV-2; voorkomen van maatschappelijke ontwrichting de ernst van de epidemie op het moment, waarbij de noodzaak tot vaccinatie wordt beïnvloed door de wens om zo snel mogelijk (evt. partiële) bescherming te kunnen verkrijgen (risico op infectie); gepubliceerde effectiviteit en veiligheidsdata over een vaccin en de beoordeling per vaccin door de GR (op dit moment nog beperkt tot de mRNA-vaccins); beschikbaarheid: de aanwezigheid van voorraden van het vaccin en mogelijkheid het toe te dienen; prioritering van specifieke medische risicogroepen binnen de totale populatie vanwege een verhoogd risico op gecompliceerd beloop bij die patiëntengroepen (risico op complicaties).
Voor het mRNA BNT162b2-vaccin van BioNTech/Pfizer dat nu geregistreerd is en waarvan effectiviteit en de eerste reactogeniciteits- en veiligheidsdata voorhanden zijn, beoordeelde de GR de benefit-risk-afweging van mRNA-vaccinatie als gunstig bij medische hoogrisicogroepen. Dit omdat hoge effectiviteit ook bij ouderen en in de diverse subgroepen gezien werd, met een goede veiligheid (relatief beperkte bijwerkingen). Data zijn echter alleen beschikbaar binnen de huidige studieduur en alleen voor immuuncompetente personen tussen de 16 en 90 jaar. Samenvattend wordt op basis van de huidige beschikbare gegevens geadviseerd om tijdens deze fase van de epidemie met hoge incidentie hoogrisicopatiënten met ernstige immuunsuppressie te vaccineren met mRNA-vaccins vanwege hun bewezen hoge effectiviteit in immuuncompetente volwassenen en in ouderen, de verwachte goede veiligheid en de beschikbaarheid. Naar verwachting heeft het tweede mRNA-vaccin Moderna een zelfde profiel als het Pfizer/BioNTech-vaccin.
Over de prioritering van specifieke patiëntengroepen binnen de medische hoog-risicogroepen, wordt nog een volgend advies gegeven, evenals over andere vaccins die beschikbaar komen. Hiervoor moeten de data en registratie van deze andere vaccins worden afgewacht. Zodra andere typen COVID-19-vaccins beschikbaar komen, zal ook hierover worden geadviseerd door de GR.
Bij minder hoog risico op gecompliceerd beloop van COVID-19 vanwege een onderliggende aandoening, wordt het standaardproces gevolgd volgens de vaccinatiestrategie van VWS. Dat valt buiten deze handleiding.
Gebruik van één type vaccin: Bij vaccinatie van patiënten heeft het de voorkeur te vaccineren met 1 type vaccin en niet bij de tweede dosis een ander type vaccin of een vaccin van hetzelfde type maar van een andere producent te gebruiken. Geen uitgestelde 2e vaccinatie: bij massavaccinatiecampagnes wordt nu gesuggereerd dat vanwege beperkte voorraden van de nu beschikbare mRNA-vaccins langer uitstel van een tweede dosis een optie is om sneller bevolkingsimmuniteit te bereiken en te starten met zoveel mogelijk mensen met de eerste dosis te vaccineren. De berekeningen hierbij gaan uit van een goede effectiviteit enige weken na 1 dosis, op basis van (nog beperkte) gegevens uit fase 3 onderzoeken van de beide mRNA-vaccins. Echter, bij immuungecompromitteerde patiënten is mogelijk na één dosis van een dergelijke effectiviteit nog geen sprake. Daarom wordt geadviseerd niet af te wijken van de registratietekst bij immuungecompromitteerde patiënten: een tweede dosis is altijd nodig en moet ook niet worden uitgesteld langer dan de 3 weken (Pfizer-BioNTech) of 4 weken (Moderna). Deze termijnen zijn gebruikt in de fase-3-onderzoeken die onderzochten wat het effect was op bescherming tegen (ernstige) ziekte. Dit is ook de vaccinatiestrategie zoals nu geadviseerd door de GR. Geen dubbele dosis of 3e vaccinatie: Veiligheid is beperkt onderzocht van hogere doses mRNA-vaccins dan de huidige vaccins waarbij hogere reactogeniciteit werd waargenomen. Er is gekozen voor de huidige hoeveelheid mRNA in het fase-3-onderzoek vanwege een al hoge effectiviteit met deze dosis. Of en wanneer er nog geboosterd zou moeten worden met een 3e vaccinatie bij immuungecompromitteerden voor het mogelijk bereiken van betere effectiviteit of langduriger bescherming, is onbekend. Ook veiligheid/reactogeniciteit van een derde vaccinatie is onbekend. Daarom wordt geadviseerd geen hogere dosis en evenmin een 3e vaccinatie aan te bieden. Dat kan alleen in onderzoeksverband. Indien er nieuwe data komen, kan het huidige advies mogelijk worden aangepast voor specifieke patiëntengroepen indien er vaccins beschikbaar zijn. 3. Vaccintiming:
Bij een programmatische aanpak is er niet veel vrijheid om zelf keuzes te maken voor een specifiek tijdstip voor vaccinatie tijdens de campagne. De vaccinatie wordt geregeld via de GGD en de huisartspraktijk. Vanwege beperkte voorraden en houdbaarheid van de vaccins zal er vooralsnog weinig mogelijkheid zijn voor een individuele benadering, zoals tijdelijk uitstel van vaccinatie. Gezien de hoge incidentie van COVID-19 op het moment van het opstellen van deze handleiding en het hoge risico op complicaties bij infectie, is het belangrijk dat medische risicogroepen gevaccineerd worden zodra zij worden uitgenodigd en op het voorgestelde moment, ondanks mogelijk beperkte vaccineffectiviteit door immuunsuppressie op het moment van vaccinatie. Tijdelijk uitstel is logistiek nu te complex en zou zelfs het verkrijgen van gedeeltelijke bescherming kunnen vertragen. In deze handleiding wordt verder verhelderd bij specifieke patiëntengroepen bij welke termijnen rond therapie of transplantatie er een betere effectiviteit van het COVID-19-vaccin verwacht mag worden (zie beneden). Echter, zoals boven vermeld: op dit moment dient vaccineren binnen die termijn mogelijk te zijn binnen het programma. Bij een meer individuele benadering, in een andere fase van de epidemie en bij voldoende aantallen vaccins kunnen dergelijke termijnen wel een rol gaan spelen bij de timing van vaccinatie. Dat zal in nieuwe versies van deze Handleiding dan verder worden verhelderd en onderbouwd met bestaande literatuur en met nieuw verkregen data over vaccinatierespons bij immuungecompromitteerde patiënten. 4. Vaccinatieregistratie in het COVID-19-vaccinatie Informatie- en Monitoringsysteem (CIMS): Registratie van vaccinatiestatus is vrijwillig en op basis van informed consent bij de GGD of huisarts. Bij personen met een verwachte beperkte vaccinatierespons ten gevolge van onderliggende aandoeningen of medicatie, is registratie echter van groot belang om hen snel te kunnen oproepen voor eventuele hervaccinatie, mocht dat nodig blijken. Voor het bepalen van de effectiviteit van de vaccinatie en het monitoren van specifieke bijwerkingen van vaccintypes of -batches is registratie ook essentieel. Registratie in CIMS wordt dus sterk aanbevolen. Daarbij wordt overigens niet genoteerd wat de onderliggende aandoening van de patiënt is.
Kinderen In de huidige strategie van VWS wordt een ondergrens van de leeftijd van 18 jaar gehanteerd voor de vaccinatie met mRNA -vaccins. Het nu beschikbare Pfizer-BioNTech mRNA-vaccin is geregistreerd voor gebruik bij personen ouder dan 16 jaar, het Moderna mRNA-vaccin ouder dan 18 jaar. De vaccins kunnen daarom nog niet gebruikt worden voor immuungecompromitteerde kinderen en adolescenten beneden die leeftijd. De Gezondheidsraad zal nog nader adviseren of voor specifieke groepen adolescenten van 16-18 jaar een uitzondering kan worden gemaakt.
Daarnaast lopen er diverse studies naar vaccinatie bij kinderen en er zullen er nog meerdere volgen.
Interactie vaccinatie en medicatie Voor een overzicht van immuunsuppressieve medicatie inclusief doseringen bij chronisch inflammatoire aandoeningen en het effect hiervan op vaccinatie: check https://lci.rivm.nl/richtlijnen/vaccinatie-bij-chronisch-inflammatoire-aandoeningen.
Bij stabiele ziekte en gebruik van immuunsuppressiva is er geen noodzaak medicatie te staken of aan te passen op het moment van vaccinatie. Medicatie mag alleen gestaakt worden in overleg met de behandelaar van patiënt. In veel richtlijnen wordt standaard aanbevolen niet tijdens een actieve fase van een chronisch inflammatoire aandoening, zoals reumatoïde artritis of IBD, te vaccineren. Dit wordt in de huidige fase van de epidemie niet als contra-indicatie gezien. Deze benadering is conform die genoemd bij Vaccin-timing punt a (zie boven). Indien de mogelijkheid bestaat te wachten met starten van immuunsuppressiva, heeft het voorkeur minimaal 2 weken vóór start ervan te vaccineren voor het bereiken van betere effectiviteit. Dan is in elk geval de essentiële eerste dosis zonder immuunsuppressiva toegediend. Bij voorkeur wordt langer gewacht, zodat ook de tweede dosis kan worden gegeven vóór start (4-6 weken), maar dit zal in praktijk vaak niet mogelijk zijn. Bij specifieke immuunsuppressiva (b.v. B-cel-depleterende therapie) kan op basis van bestaande en nieuwe data voor een ander interval gekozen worden. Dat zal dan worden opgenomen in de onderstaande tabellen. Kortdurend gebruik van orale corticosteroïden gedurende minder dan 14 dagen (‘stootkuur’) is in algemeen geen reden om vaccinatie uit te stellen. Chemotherapie bij maligniteiten: in de meeste internationale richtlijnen (o.a. IDSA-richtlijn) wordt door experts geadviseerd in de 2 weken vóór start van chemotherapie en tot 3 maanden na de laatste kuur niet te vaccineren, om daarmee een zo optimaal mogelijke vaccinatierespons te krijgen. De vaccinatierespons binnen of buiten deze termijnen bij de verschillende typen chemotherapie is echter vaak niet goed onderzocht om dit advies voldoende te onderbouwen. Bij cyclische toediening van chemo- of immuunsuppressieve therapie of modulerende medicatie is ook niet goed bekend of vaccinatie bij voorkeur het beste net vóór, in de eerste week van of tussen cycli gegeven kan worden. Daarom is er geen noodzaak rekening te houden met deze termijnen bij de planning voor vaccinatie in deze hoogrisicofase van de vaccinatiecampagne. Alleen bij specifieke chemo/immunotherapie kan tijdelijk uitstel geadviseerd worden vanwege veronderstelde afwezigheid van vaccinatierespons (zie hieronder). Vaccinatie van huishoudcontacten De geregistreerde indicatie van de mRNA COVID-19-vaccins is preventie van ziekte, zoals dat in de fase-3-onderzoeken is vastgesteld. Of vaccinatie tegen COVID-19 asymptomatische infectie of milde infectie voorkomt, zodat transmissie van COVID-19 door uitscheiding van SARS-CoV2 virus beperkt kan worden, is nog onbekend. Daarmee is onbekend of de GR-strategie ‘terugdringen van verspreiding van SARS-CoV-2’ door ringvaccinatie van huishoudcontacten van ernstig immuungecompromitteerde patiënten kan worden bereikt met de mRNA-vaccins. Ringvaccinatie wordt wel geadviseerd voor de huidige influenzavaccinatie voor huishoudcontacten van ernstig immuungecompromitteerde patiënten. Vanwege de huidige schaarste aan COVID-19-vaccins wordt op dit moment geadviseerd eerst de kwetsbare patiënten te vaccineren met hopelijk enige directe bescherming tegen COVID-19. Voor een selecte groep van ernstige immuungecompromitteerde patiënten zal worden verzocht aan de Gezondheidsraad om te adviseren volwassen huishoudcontacten ook eerder in aanmerking te laten komen voor vaccinatie dan anderen in het leeftijdscohort beneden de 60 jaar. Dit betreft huishoudcontacten van:
Hematologische patiënten met ernstige immuunsuppressie; Transplantatiepatiënten in het eerste jaar na transplantatie; Patiënten met solide tumoren die celtherapie (CART) of autologe stamceltherapie ondergaan; Patiënten die B-cel depleterende therapie ondergaan of recent hebben ondergaan, inductiebehandelingen met hoge doses van specifieke immuunsuppressiva (b.v. cyclofosfamide), of na recente behandeling met ATG of alemtuzumab, vanwege de veronderstelde beperkte humorale vaccinatierespons. De termijn na laatste dosis die daarbij gehanteerd moet worden, wordt nog afgestemd.
Besluitvorming hierover zal volgen, net als de implementatie ervan, nadat de meest kwetsbare groep, de ouderen, zijn gevaccineerd.
In 2021 komen alle volwassenen jonger dan 60 jaar in aanmerking voor vaccinatie en daarmee zal mogelijk het infectierisico voor andere immuungecompromitteerde personen afnemen. Kinderen en jongeren (onder de 18 jaar) komen nog niet voor vaccinatie in aanmerking vanwege het ontbreken van registratie voor deze leeftijdsgroep, dus jongere huishoudcontacten kunnen nog niet gevaccineerd worden.
Bepaling van immuunmarkers en/of serologie Onderzoek naar de immunologische respons bij de verschillende vaccins kan plaatsvinden in onderzoeksverband via behandelend artsen. Vanuit het belang van mortaliteitsreductie en bestrijding van ernstige COVID-19 geldt het advies aan de patiënten met het hoogste risico op ernstige ziekte het naar verwachting meest effectieve vaccin toe te dienen, conform het advies van de GR. Er is nog geen gedefinieerde ‘correlate of protection’ bij COVID-19 en antistoftiters dalen standaard na infectie en na vaccinatie. Op basis van antistoftiters kan bescherming of juist gebrek aan immuniteit na een infectie of na vaccinatie vooralsnog niet worden bepaald. Groepsvaccinatie zoals nu voorgesteld wordt tijdens een uitbraak of pandemie, is wezenlijk anders dan individuele patiëntenzorg op maat. Gezien de ernst van de epidemie en het hoge risico op gecompliceerd beloop bij immuungecompromitteerde patiënten, wordt geadviseerd geen voorafgaande bepalingen van immuunmarkers/antistoffen te verrichten of af te wachten buiten onderzoeksverband en snel te vaccineren volgens de oproep. Ook na vaccinatie is bepaling van serologische respons aan de behandelend arts. Het kan een functie hebben in het kader van klinische zorg, of binnen onderzoeksverband, maar het mag een snelle implementatie van vaccinatie of toediening van een geïndiceerde tweede dosis niet vertragen. Dit is ook conform de standaard vaccinatiepraktijk. Een eerdere bewezen SARS-CoV-2-infectie is geen reden om niet te vaccineren. De kans op een volgende SARS-CoV-2-infectie bij beperkte immuniteit bij immuungecompromitteerde patiënten kan verhoogd zijn; Ook in aanwezigheid van antistoftiters voorafgaand aan een COVID-19-vaccinatie wordt vaccinatie niet ontraden omdat een ‘correlate of protection’ op basis van een drempelwaarde van antistoftiters vooralsnog ontbreekt. Vaccinatie kan de immuniteit een booster geven. Dit is ook conform de standaard vaccinatiepraktijk (bijv. advies tot jaarlijkse influenzavaccinatie ondanks doorgemaakte eerdere influenza-infectie met dezelfde virusstrain die in het vaccin zit). Bij veranderende inzichten op basis van onderzoeken naar bepalende (immunologische) factoren voor de vaccinatierespons, en ‘correlate of protection’ criteria (de cellulaire respons kan ook een rol spelen) zal dit worden aangepast. Specifieke adviezen Dermatologische patiënten Aandoening / groep aandoeningen
Type behandeling
Kan deze patiënten- groep met mRNA vaccin gevaccineerd worden?
Kan tijdens de behandeling gevaccineerd worden?
Optimale timing (voor of na behandeling of medicatie)
Opmerkingen
Psoriasis en hidradenitis suppurativa
Biologicals: anti-TNF-alpha, anti-IL12/23, anti-IL17, anti-IL23
Ja
Ja
Voor of tijdens
Ref 1,2,3,4
Anti-PDE4
Ja
Ja
Voor of tijdens
Ref 1,2,3,4
Conventionele systemische behandelingen: methotrexaat, cyclosporine, fumaarzuur, acitretine
Ja
Ja
Voor of tijdens
Ref 1,2,3,4
Eczeem en urticaria
Biologicals: anti-IL4/13, anti-IgE
Ja
Ja
Voor of tijdens
Ref 5,6 Gezien atopische constitutie mogelijk verhoogd risico op allergische / anafylactische reacties: standaard observatieduur van minimaal 15 minuten. Bij een geschiedenis van anafylaxie: 30 minuten. Setting voor vaccinatie dient te zijn waarin anafylaxie behandeld kan worden. Mogelijk is dit ook van belang voor patiënten met mastocytose.
JAK-remmers
Ja
Ja
Voor of tijdens
Ref 5,6
Conventionele systemische behandelingen: cyclosporine, methotrexaat, azathioprine, mycofenolzuur
Ja
Ja
Voor of tijdens
Ref 5,6
Auto- immuunziekten (SLE, dermato- myositis, vasculitis, sclerodermie)
Prednison, cyclosporine, azathioprine, methotrexaat, mycofenolaat-mofetil, HIVIG, plaquenil, dapson
Ja
Ja
Voor of tijdens
Ref 6
Auto-immuun- blaarziekten
B-cel-depleterende therapie2
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: indien mogelijk >3 mnd na laatste dosis
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening
Huid- maligniteiten
Cutane B-cel lymfomen
B-cel-depleterende therapie
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: indien mogelijk >3 mnd na laatste dosis
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening
Melanomen
Immune checkpoint inhibitoren (anti CTLA4 en/of anti PD-1)
Ja
Ja
In overleg met oncoloog
Gevorderde basaalcel- carcinomen
Hedgehog inhibitoren
Ja
Ja
Voor, tijdens of na
Superficiële basaalcel- carcinomen en actinische keratosen
Imiquimod
Ja
Ja
Voor of na
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening. Tijdelijk uitstellen is bij behandel indicaties voor imiquimod niet van belang. Een ander beleid bij meer geïndividualiseerd beleid kan nog volgen.
Cutane lymfomen
Chemotherapie
Ja
Ja
Advies (hemato)oncoloog voor chemotherapie bij lymfomen volgen
Documenten waarop dit advies gebaseerd is:
National Psoriasis Foundation (NPF) task force: COVID-19 Task Force Guidance Statements. National Psoriasis Foundation. December 12, 2020. https://www.psoriasis.org/covid-19-task-force-guidance-statements. Statement British Association of Dermatologists (BADBIR): https://www.bad.org.uk/shared/get-file.ashx?itemtype=document&id=6962 Statement International Psoriasis Council (IPC): https://www.psoriasiscouncil.org/blog/IPC-Statement-on-SARS-CoV-2-Vaccines-and-Psoriasis.htm Statement Skin Inflammation and psoriasis international network (SPIN):advice follows IPC ACAAI Guidance on Risk of Allergic Reactions to the Pfizer-BioNTech COVID-19 Vaccine. December 14, 2020. https://acaai.org/news/american-college-allergy-asthma-and-immunology-releases-guidance-risk-allergic-reactions-pfizer Information from the American College of Rheumatology Regarding Vaccination Against SARS-CoV-2. American College of Rheumatology. https://www.rheumatology.org/Portals/0/Files/ACR-Information-Vaccination-Against-SARS-CoV-2.pdf. Baker D et al. COVID-19 vaccine-readiness for anti-CD20-depleting therapy in autoimmune diseases Clinical and Experimental Immunology, 202: 149–161 Bijdragen: Inzake therapie Psoriasis en hidradenitis suppurativa: Prof. Dr. E.P. Prens; Prof. Dr. E.M.G.J. De Jong; Prof. Dr. P.I. Spuls; Dr. M. Seyger; Dr. E.M. Baerveldt. Inzake therapie eczeem en urticaria: Dr. M.S. de Bruin-Weller, Dr. M.L.A. Schuttelaar. Inzake therapie: HIVIG, Plaquenil en Dapson, rituximab: Dr. B. Horvath. Inzake therapie huidmaligniteiten: Dr. J.M. Muche, Dr. K. Mosterd, Dr. N.A. Kukutsch, Dr. M. Wakkee, Dr. M.B. Crijns, Drs. M. Tebbe.
Hematologische patiënten Aandoening / groep aandoeningen
Type behandeling
Kan deze patiënten- groep met mRNA vaccin gevaccineerd worden?
Kan tijdens de behandeling gevaccineerd worden?
Optimale timing (voor of na behandeling of medicatie)
Opmerkingen
Hematologie
Chemotherapie inclusief tyrosine kinase remmers, IMiDs1
Ja
Ja
Zie algemene principes
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening. Ringvaccinatie van volwassen huisgenoten*
B-cel-depleterende therapie2
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: indien mogelijk >3 mnd na laatste dosis
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening. Ringvaccinatie van volwassen huisgenoten*
Autologe en allogene stamcel-transplantatie
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: overweeg uitstel met 3 mnd na laatste kuur
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening. Ringvaccinatie van volwassen huisgenoten*
Graft versus host disease
Ja
Ja
Geen voorkeur
CAR T celtherapie
Ja
Ja
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening. Ringvaccinatie van volwassen huisgenoten*
1 Behalve B cel-depleterende therapie; 2 Rituximab, obinutumumab, ATG, alemtuzumab. * Op het moment van opstellen van deze Handleiding nog geen onderdeel van het vaccinatieprogramma.
Immuungecompromitteerde kinderen >16 jaar Vaccinatie zal alleen mogelijk zijn vanaf 18 jaar. Er zal mogelijk een uitzondering worden gemaakt voor specifieke patiëntengroepen van adolescenten >16 jaar. Daarover wordt nog bericht. Bij aanpassing van de minimum leeftijd voor vaccinatie, bij andere uitzonderingen of aanpassingen, zal dat in de Handleiding worden opgenomen in overleg met de kinderartsen.
Kankerpatiënten (solide tumoren) Aandoening / groep aandoeningen
Type behandeling
Kan deze patiënten- groep met mRNA vaccin gevaccineerd worden?
Kan tijdens de behandeling gevaccineerd worden?
Optimale timing (voor of na behandeling of medicatie)
Opmerkingen
Solide tumoren
Alle
Ja
Ja
Onbekend, daarom geen specifiek advies
Het advies van de verschillende internationale oncologische organisaties is om patiënten met solide tumoren te laten vaccineren tegen COVID-19. Het is nog niet duidelijk of alle patiënten wel een goede immuunrespons kunnen ontwikkelen. Hier zal nog onderzoek naar gebeuren. Totdat meer bekend is, is men dus niet zeker van goede bescherming. Daarom zal het advies voor beschermde voorzorgsmaatregelen na vaccinatie nog steeds van toepassing zijn.
Hoge dosis chemotherapie met autologe en/of celtherapie: TIL / TCR / CAR
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: overweeg uitstel met 3 mnd na laatste kuur
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening
Chemotherapie
Ja
Ja
Onbekend, daarom geen advies
Immuun therapie
Ja
Ja
Geen specifiek tijdstip
Tyrosine kinase remmers
Ja
Ja
Geen specifiek tijdstip
Radiotherapie
Ja
Ja
Geen specifiek tijdstip
Longpatiënten Aandoening / groep aandoeningen
Type behandeling
Kan deze patiënten- groep met mRNA vaccin gevaccineerd worden?
Kan tijdens de behandeling gevaccineerd worden?
Optimale timing (voor of na behandeling of medicatie)
Opmerkingen
Pulmonale oncologie
Systemische chemotherapie
Ja
Ja
n.v.t.
Advies NVMO/sectie oncologie: Wij stellen voor om aan kankerpatiënten met chemotherapie te adviseren zich tegen het coronavirus te laten vaccineren analoog aan het griepvaccin en dit niet uit te stellen tot na de chemotherapie (zoals bv bij de pneumokokken vaccinatie)
Tyrosine kinase remmers
Ja
Ja
Geen specifiek tijdstip
Immunotherapie
Ja
Ja
n.v.t.
CPI
Ja
Ja
ILD / systeemziekte
Steroïden maintenance
Ja
Ja
Voor en na
Geen restricties t.a.v. timing, bij voorkeur vóór start therapie
Methyl-prednisolone pulse
Ja
Ja
Indien mogelijk voor of >1 maand na behandeling
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening
MTX / AZA / MMF / anti-TNF-alpha
Ja
Ja
Bij voorkeur geven voor start therapie
Indien onderhoudsbehandeling geen uitspraak optimale timing mogelijk
B-cel depleterende therapie (Anti-CD20; Rituximab)
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: indien mogelijk >3 mnd na laatste dosis
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening
JAK-STAT-inhibitor
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: indien mogelijk >3 mnd na laatste dosis
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening
Infectieziekten
CF
Ja
Ja
n.v.t.
Non-CF bronchiëctasieën
Ja
Ja
n.v.t.
PID/CVID
Ja
Ja
n.v.t.
Overlap met NVVI
Long-/hart transplantatie
Na LOTx / HTx / HLTx
Ja
Ja
Bij voorkeur na eerste 3 maanden
Advies LOTTO (NTV) Ook voor kinderen 16-18 jaar*
Voor LOTx / HTx / HLTx
Ja
Ja
Bij voorkeur vóór transplantatie geven
Ook voor kinderen 16-18 jaar*
Na ACR/AMR behandeling met methyl-prednisolone pulse (MPS)
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: vóór of 1 maand na behandeling
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening,
Na ACR/AMR behandeling (ATG, rituximab)
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: bij voorkeur > 3 maanden
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening. Indien onderhoudsbehandeling geen uitspraak optimale timing mogelijk.
Na ACR/AMR behandeling (alemtuzumab)
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: bij voorkeur > 3 maanden
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening. Indien onderhoudsbehandeling geen uitspraak optimale timing mogelijk.
Neurologische patiënten Aandoening / groep aandoeningen
Type behandeling
Kan deze patiënten- groep met mRNA vaccin gevaccineerd worden?
Kan tijdens de behandeling gevaccineerd worden?
Optimale timing (voor of na behandeling of medicatie)
Opmerkingen
Multiple sclerosis
B-cel-depleterende therapie (Anti-CD20; Rituximab, ocrelizumab)
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: indien mogelijk >3 mnd na laatste dosis rituximab. Indien mogelijk > 2 wkn na laatste dosis ocrelizumab
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening.
Injectables (interferon-beta, glatirameer)
Ja
Ja
n.v.t.
Sfingosine-1-fosfaat receptor modulatoren (Fingolimod, Siponimod, Ozanimod)
Ja
Ja
Niet onderbreken voor vaccinatie i.v.m. risico rebound
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening
Immuun- reconstitutie- therapie (B- en T-celdepletie) (alemtuzumab, cladribine, aHSCT)
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: indien mogelijk >3 mnd na laatste dosis
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening
Dimethylfumaraat
Ja
Ja
n.v.t.
Teriflunomide
Ja
Ja
n.v.t.
Nierpatiënten Aandoening / groep aandoeningen
Type behandeling
Kan deze patiënten- groep met mRNA vaccin gevaccineerd worden?
Kan tijdens de behandeling gevaccineerd worden?
Optimale timing (voor of na behandeling of medicatie)
Opmerkingen
Nier- transplantatie- patiënten
Pre-transplantatie
Ja
Ja
Bij voorkeur pre-transplantatie
Bij voorkeur eerste vaccinatie 2 weken vóór transplantatie
Standaard immuun- suppressie inclusief CNI, proliferatie- remmer en corticosteroïden
Ja
Ja
Bij voorkeur vanaf 6 weken na niertransplantatie
Conform Influenza
Rejectie- behandeling met methylprednisolon
Ja
Ja
Vanaf 2 weken na behandeling
Inductie- of rejectie- behandeling ATG dan wel alemtuzumab
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: bij voorkeur > 3 maanden na behandeling met alemtuzumab of ATG
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening.
B-cel-depleterende therapie (o.a. rituximab)
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: indien mogelijk >3 mnd na laatste dosis
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening
Auto-immuun- systeemziekte (zoals SLE en ANCA vasculitis) met renale betrokkenheid
Inductie- behandeling met cyclofosfamide
Ja
Ja
Bij ANA-positieve auto-immuunziekte monitoring op ziekteactiviteit na vaccinatie
Inductie- of onderhouds- behandeling met MMF, azathioprine en/of prednison
Ja
Ja
Bij ANA-positieve auto-immuunziekte monitoring op ziekteactiviteit na vaccinatie
Behandeling met anti-CD20 zoals rituximab
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: indien mogelijk >3 mnd na laatste dosis
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening.
Behandeling met andere biologicals
Ja
Ja
Glomerulaire ziektes
Inductie- behandeling met cyclofosfamide
Ja
Ja
Inductie- of onderhouds- behandeling met MMF, azathioprine en/of prednison
Ja
Ja
Nog onvoldoende bekend over kans op relapse van de meeste zeldzame nierziektes
Onderhouds- behandeling met plasmaferese
Ja
Ja
Bij voorkeur zo kort mogelijk na plasmaferese
aHUS
Inductie- behandeling met plasmaferese
Ja
In overleg met behandelend nefroloog
Bij voorkeur na afronding van inductiebehandeling
Onderhouds- behandeling met plasmaferese
Ja
In overleg met behandelend nefroloog
Bij voorkeur zo kort mogelijk na plasmaferese
Behandeling met eculizumab
Ja
In overleg met behandelend nefroloog
In overleg met behandelend nefroloog
Gezien onzekerheid over invloed vaccin op activiteit aHUS alleen onder strikte controle
Patiënten met maag-darm-lever aandoeningen Aandoening / groep aandoeningen
Type behandeling
Kan deze patiënten- groep met mRNA vaccin gevaccineerd worden?
Kan tijdens de behandeling gevaccineerd worden?
Optimale timing (voor of na behandeling of medicatie)
Opmerkingen
Idiopathische chronische inflammatoire darmontsteking (IBD)
Expectatief (niet medicamenteus)
Ja
Ja
n.v.t.
Corticosteroïden
Ja
Ja
n.v.t.
Bij onderhoudstherapie vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie tijdens toediening
Mesalazine-derivaten
Ja
Ja
n.v.t.
Thiopurine-derivaten
Ja
Ja
n.v.t.
Methotrexaat
Ja
Ja
n.v.t.
Biologicals (anti-inflammatoir met blokkering van pro-inflammatoire signalering, zoals anti-TNF-alpha)
Ja
Ja
n.v.t.
Biologicals (anti-inflammatoir met blokkering cell trafficking, zoals a4b7-blokkade)
Ja
Ja
n.v.t.
Small molecules (JAK remmers: tofacitinib)
Ja
Ja
n.v.t.
Overig
Ja
In overleg met behandelend arts
Bij voorkeur vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie tijdens toediening
Transplantatie- patiënten (lever / darm)
Remming afstotingsreactie
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: vanaf 6 weken na transplantatie
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening
Chronische hepatitiden
Antivirale therapie
Ja
Ja
n.v.t.
Levercirrose
Supportief en antiportaal-hypertensief
Ja
Ja
n.v.t.
Ondervoeding
Voeding (oraal / enteraal / parenteraal)
Ja
Ja
Bij voorkeur na effectieve voedingstherapie (cf. priming voor operatieve ingreep)
Gastro- intestinale tumoren
Variërend
Ja
Ja
n.v.t.
Patiënten met primaire of secundaire immuundeficiëntie Aandoening / groep aandoeningen
Type behandeling
Kan deze patiënten- groep met mRNA vaccin gevaccineerd worden?
Kan tijdens de behandeling gevaccineerd worden?
Optimale timing (voor of na behandeling of medicatie)
Opmerkingen
Primaire antistof- deficiënties (circa 60-70% van de primaire immuun- deficiënties betreft antistof- deficiënties
Immuunglobuline- suppletietherapie
Ja
Ja
n.v.t.
Er is geen minimum interval nodig tussen toediening van bloedproducten (o.a. IVIG) en toediening van COVID19-vaccins
Primaire immuun- deficiënties
Diverse, van immuunglobuline- suppletietherapie tot immuun- suppressieve / immuun- modulerende medicatie
Ja
Ja
n.v.t.
Secundaire antistof- deficiënties
Immuunglobuline- suppletietherapie
Ja
Ja
n.v.t.
Personen met hiv Aandoening / groep aandoeningen
Type behandeling
Kan deze patiënten- groep met mRNA vaccin gevaccineerd worden?
Kan tijdens de behandeling gevaccineerd worden?
Optimale timing (voor of na behandeling of medicatie)
Opmerkingen
Personen met hiv
onbehandeld
Ja
Ja
n.v.t.
Spoedige vaccinatie is belangrijker dan te wachten op immuunreconstitutie met cART
Behandeld CD4<200
Ja
Ja
n.v.t.
Spoedige vaccinatie is belangrijker dan te wachten op immuunreconstitutie met cART
Behandeld CD4>200
Ja
Ja
n.v.t.
Reumatologische patiënten Aandoening / groep aandoeningen
Type behandeling
Kan deze patiënten- groep met mRNA vaccin gevaccineerd worden?
Kan tijdens de behandeling gevaccineerd worden?
Optimale timing (voor of na behandeling of medicatie)
Opmerkingen
Alle inflammatoire reumatische ziekten
Methotrexaat /conventional synthetic Disease-Modifying-AntiRheumatic-Drugs
Ja
Ja
Alle inflammatoire reumatische ziekten
Biologicals / targeted synthetic Disease-Modifying-AntiRheumatic-Drugs
Ja
Ja
Alle inflammatoire reumatische ziekten
B-cel-depleterende therapie (Anti-CD20; Rituximab)
Ja
Ja
Als vaccinatie ingehaald kan worden: indien mogelijk >3 mnd na laatste dosis
Vaccinatie niet uitstellen indien oproep tot vaccinatie binnen dit interval van toediening
Vasculitis / connective tissue disease
Cyclofosfamide / mycofenolaat mofetil
Ja
Ja
n.v.t.
Versiebeheer
DOETINCHEM – De tunnel onder het spoor tussen de Winnipegstraat en de Dichterseweg is al jaren een bron van ergernis voor voetgangers, fietsers en mindervaliden. Voor de laatste (...) lees verder.
Voorbeeld zienswijze (korte versie) "Landschap"
Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht Postbus 80300 K17.47, 3508 TH Utrecht Voor deze: T.a.v. het team energietransitie per e-mail aan: windenergie@provincie-utrecht.nl
Leusden/Soesterberg , xx maart april 2023
Betreft: ‘Zienswijze Notitie Reikwijdte en Detailniveau PlanMER windenergie provincie Utrecht Ontwerp, versie 1.0 (Hierna genoemd NRD)
Ik, belanghebbende, woonachtig te Leusden/……….
schrijf u vandaag om mijn diepe bezorgdheid te uiten over het voornemen om windturbines te plaatsen langs de A28 bij Soesterberg en Leusden. Als burger van deze provincie maak ik me ernstig zorgen over de gevolgen van deze plannen voor het landschap, de natuur en de gezondheid van de omwonenden. In deze zienswijze zal ik uiteenzetten waarom ik denk dat deze plannen heroverwogen moeten worden. Ik wil benadrukken dat windenergie een rol kan spelen in de overgang naar duurzame energiebronnen en het verminderen van CO2-uitstoot. Echter, het is belangrijk om de effecten van windturbines op het milieu en de leefomgeving zorgvuldig af te wegen voordat er beslissingen worden genomen over de plaatsing ervan. In het geval van de voorgestelde windturbines bij Soesterberg en Leusden, zijn er diverse argumenten die pleiten tegen deze locatie. Allereerst zal de plaatsing van windturbines in dit gebied aanzienlijke gevolgen hebben voor het landschap. Het gebied rondom de A28 is een belangrijke groene corridor die de Utrechtse Heuvelrug verbindt met de Gelderse Vallei. Het gebied heeft een uniek karakter door de afwisseling van open velden en bossen. De voorgestelde windturbines zouden dit landschap sterk aantasten en de natuurlijke schoonheid van het gebied ernstig aantasten. Een dergelijke aantasting kan niet worden gerechtvaardigd zonder een zeer zorgvuldige afweging van de voordelen en nadelen van de windturbines. Bovendien is het belangrijk om te beseffen dat de negatieve impact van windturbines op het landschap niet alleen een esthetische kwestie is. Uit onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van windturbines een negatief effect kan hebben op de waarde van onroerend goed in de buurt van deze turbines (1). Dit kan leiden tot financiële verliezen voor omwonenden die hun woning willen verkopen of verhuren. Personaliseren op eigen situatie: Wij wonen aan de Gemini in Soesterberg, de Dodeweg Leusden etc. Al dan niet van plan de woning te verkopen Een ander belangrijk punt van zorg is de mogelijke impact van windturbines op de gezondheid van omwonenden. Er verschillende studies die aantonen dat blootstelling aan het geluid en de trillingen van windturbines kan leiden tot gezondheidsproblemen zoals slaapstoornissen, hoofdpijn en vermoeidheid (2, 3, 4). In het geval van de voorgestelde windturbines bij Soesterberg en Leusden, zullen er honderden huizen zijn die zich in de directe omgeving van de turbines bevinden. Vooral laag frequent geluid, voor het menselijk oor niet of nauwelijks waarneembaar, is van grote negatieve invloed op het welzijn en dus de gezondheid van de mens. Personaliseren op eigen situatie: Wij wonen aan de Gemini in Soesterberg, de Dodeweg Leusden etc.
Het is niet alleen ethisch maar ook wettelijk vereist om de gezondheidseffecten op omwonenden zorgvuldig te onderzoeken, door onafhankelijke instanties en af te wegen alvorens toestemming te geven voor de plaatsing van de windturbines. Het is belangrijk om te beseffen dat gezondheidsklachten niet alleen een individueel probleem zijn, maar ook gevolgen hebben voor de maatschappij als geheel. Als mensen niet goed kunnen slapen of constant last hebben van hoofdpijn en vermoeidheid, kan dat bijvoorbeeld leiden tot een verhoogd risico op ongelukken in het verkeer en/of op de werkvloer. Zeker in gedachten houdende de A28 maken wij ons ernstige zorgen. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met de impact van windturbines op de lokale flora en fauna. Het gebied rondom de A28 is een belangrijk leefgebied voor verschillende diersoorten, waaronder beschermde soorten zoals de boommarter, de hazelworm en de wespendief Uit onderzoek blijkt dat windturbines een negatief effect kunnen hebben op deze dieren, bijvoorbeeld doordat ze hun leefgebied verstoren of doordat ze slachtoffers maken door aanvaringen met de wieken (5, 6). Ook elektromagnetische krachten (EMK), afkomstig van de aansluitkabels spelen hierbij een rol. Het is belangrijk om te zorgen voor een zorgvuldige afweging van deze gevolgen voordat toestemming wordt gegeven voor de plaatsing van windturbines in dit gebied. Tevens moet in acht worden genomen de risico’s van de stoffen die vrijkomen als gevolg van de erosie ( bepaald vorm van slijtage) van de wieken. Deze stof, Bisfenol A, is een uiterst giftige stof die zelfs al bij kleine hoeveelheden ernstige gevolgen heeft voor de gezondheid van mens en dier. Hormonale aantasting en kanker zij voorbeelden waar het RIVM en vele andere voor waarschuwen. Per jaar kan 68 kg bisfenol A vrijkomen die vrijelijk in de natuur neerslaat. Tevens dient gelet te worden op het risico van insectensterfte. Onderzoek in Duitsland heeft opgeleverd dat door aldaar 1,2 biljoen insecten per jaar zich te pletter hebben gevlogen. Dit heeft vervolgens weer risico’s voor de voedselvoorziening van voorgels en de bestuiving van bloemen en Het NRD, wat ten grondslag ligt aan de plan-MER gaat geheel voorbij aan bovengenoemde risico’s.
Ten slotte is het belangrijk om te beseffen dat de voorgestelde windturbines bij Soesterberg en Leusden niet per se een effectieve manier zijn om duurzame energie op te wekken. Windturbines hebben te maken met zogenaamde "capaciteitsfactoren", wat betekent dat ze niet constant op volle capaciteit draaien. Uit onderzoek blijkt dat de capaciteitsfactor van windturbines in Nederland over het algemeen vrij laag is, namelijk rond de 25-30% (7). Dit betekent dat er in veel gevallen nog steeds fossiele brandstoffen moeten worden gebruikt om de vraag naar elektriciteit te kunnen dekken. Er zijn ook andere, meer effectieve manieren om duurzame energie op te wekken, zoals zonne-energie en geothermische energie. Op basis van bovenstaande argumenten ben ik van mening dat de plaatsing van windturbines langs de A28 bij Soesterberg en Leusden moet worden heroverwogen. Ik roep de Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht op om zorgvuldig te kijken naar de gevolgen van deze plannen voor het landschap, de natuur, de gezondheid van omwonenden en de effectiviteit van de opwekking van duurzame energie. We moeten ons blijven inzetten voor een duurzame toekomst, maar niet ten koste van alles.
Met vriendelijke groet,
[naam]
e-mail adres:
Bronnen:
1. Hanley, N., et al. (2016). Wind turbines, amenity and distance: a review of evidence and nominated best practice. Environmental Impact Assessment Review, 58, 113-121.
2. Knopper, L. D., & Ollson, C. A. (2011). Health effects and wind turbines: a review of the literature. Environmental Health, 10(1), 1-15.
3. Bakker, R. H., et al. (2012). Health impact assessment of wind turbines: a review of the current state of knowledge. The science of the Total Environment, 425, 1-9.
4. World Health Organization (2018). Environmental Noise Guidelines for the European Region. Te raadplegen via: https://www.euro.who.int/en/publications/abstracts/environmental-noise-guidelines-for-the-european-region-2018
5. Thaxter, C. B., et al. (2016). Bird collisions with offshore wind turbines: implications for marine spatial planning and risk assessment. Journal of Environmental Management, 183, 119-128.
6. De Lucas, M., et al. (2005). The effects of a wind farm on birds in a migration point: the Strait of Gibraltar. Biodiversity and Conservation, 14(8), 1965-1985.
7. Netherlands Enterprise Agency (2020). Wind op land. Te raadplegen via: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/energie-besparen-en-duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/windenergie-op-land/wind-op-land.
8. www.windwiki.nl/milieuartsen-toxicologen
9. “onderzoek afstandsnormen windturbines” Arcadis dd. 19 april 2022 in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
10. www.NLVOW.nl
11. www.wur.nl
12. www.klimaatfeiten.nl
13. 5. Pedersen, E., & Waye, K. P. (2007). Wind turbine noise, annoyance and self-reported health and well-being in different living environments. Occupational and Environmental Medicine, 64(7), 480-486. https://doi.org/10.1136/oem.2006.031039
Voorbeeld Zienswijze (korte versie) "woningwaarde"
Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht Postbus 80300 K17.47, 3508 TH Utrecht Voor deze: T.a.v. het team energietransitie per e-mail aan: windenergie@provincie-utrecht.nl
Leusden/Soesterberg , xx maart april 2023
Betreft: ‘Zienswijze Notitie Reikwijdte en Detailniveau PlanMER windenergie provincie Utrecht Ontwerp, versie 1.0 (Hierna genoemd NRD)
Geachte mevrouw, heer, Ik, belanghebbende, woonachtig te Leusden/……..schrijf deze zienswijze naar aanleiding van het voornemen om windturbines te plaatsen langs de A28 bij Soesterberg en Leusden.
Ik maak mij zorgen over de mogelijke negatieve effecten van deze windturbines op de waarde van mijn woning en die van anderen in de omgeving. Uit onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van windturbines een negatief effect kan hebben op de waarde van omliggende woningen. Zo heeft een onderzoek van de universiteit van Oxford aangetoond dat de waarde van woningen binnen een straal van 2 km van windturbines gemiddeld met 11% daalt. Dit effect kan nog groter zijn voor woningen die dichter bij de windturbines staan [1]. Daarnaast zijn er verschillende andere factoren die de waarde van woningen kunnen beïnvloeden. Zo kan geluidsoverlast van de windturbines een belangrijke factor zijn. Onderzoek toont aan dat geluidsoverlast van windturbines leidt tot een daling van de woningwaarde, waarbij de daling groter is bij hogere geluidsniveaus en bij woningen die dichter bij de windturbines staan. Ook slagschaduw kan een negatief effect hebben op de waarde van woningen. Slagschaduw kan leiden tot hinderlijke en storende schaduwen in huis, waardoor de kwaliteit van leven afneemt en de waarde van de woning daalt. Daarnaast kan de aanwezigheid van windturbines ook de aantrekkelijkheid van de omgeving verminderen. Dit kan een negatief effect hebben op de waarde van woningen, omdat de omgeving een belangrijke factor is bij het bepalen van de waarde van een woning. Een onderzoek van de universiteit van Tilburg [2] toonde bijvoorbeeld aan dat de aanwezigheid van windturbines in een landschap kan leiden tot een afname van de belevingswaarde van het landschap. Dit kan vervolgens leiden tot een afname van de aantrekkelijkheid van de omgeving en een daling van de waarde van omliggende woningen. De Notie Reikwijdte en Detailniveau houdt met bovenstaande punten niet of onvoldoende rekening. Als bewoner van een woning aan de …. te … in de omgeving van de beoogde windturbines maak ik mij ernstige zorgen over de mogelijke negatieve effecten op de waarde van mijn woning en die van anderen in de omgeving. Ik verzoek u dan ook om het plaatsen van windturbines op deze locatie te heroverwegen en te zoeken naar alternatieve locaties waar de negatieve effecten op de waarde van omliggende woningen beperkt kunnen worden. Een en ander laat onverlet dat ik niet tegen de energietransitie ben. Plaatsen van zonnepanelen op dak, ( beter) isoleren van de woning zou, voor zover nog niet uitgevoerd een welkome stimulans zijn. Echter de kosten en de terugverdientijd zijn een grote hindernis. Hulp van de overheid zou eenvoudiger en doortastender moeten.
Met vriendelijke groet,
[naam]
e-mail adres:
Bronnen:
Voorbeeld Zienswijze ( korte versie) "mens en milieu" Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht Postbus 80300 K17.47, 3508 TH Utrecht Voor deze: t.a.v. het team energietransitie per e-mail aan: windenergie@provincie-utrecht.nl
Leusden/Soesterberg , xx maart april 2023
Betreft: ‘Zienswijze Notitie Reikwijdte en Detailniveau PlanMER windenergie provincie Utrecht Ontwerp, versie 1.0 (Hierna genoemd NRD)
Geachte mevrouw, heer, Wij, belanghebbenden, woonachtig te Leusden/……..maken ons zorgen over de voorgenomen plaatsing van windturbines langs de A28 bij Soesterberg en Leusden.
Hoewel wij het belang van duurzame energie inzien, zijn wij van mening dat deze windturbines negatieve effecten zullen hebben op de gezondheid van omwonenden en passanten. In deze zienswijze willen wij dan ook graag onze zorgen uiten en onderbouwen met wetenschappelijke argumenten. Geluidsoverlast Windturbines produceren geluid, zowel door de wieken die door de lucht bewegen als door de technische installaties in de mast. Dit geluid, en vooral laag frequent geluid, kan hinderlijk zijn voor omwonenden en passanten, en kan leiden tot slaapverstoring en stress. Het geluid van windturbines is niet constant, maar varieert in intensiteit en frequentie, waardoor het als storender wordt ervaren dan ander omgevingsgeluid. Bovendien zijn er aanwijzingen dat blootstelling aan windturbinegeluid op de lange termijn kan leiden tot gezondheidsproblemen, zoals hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten (1). Ingaan op persoonlijke gezondheidssituatie. In hoofdstuk 3.3.1. van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau PlanMER t.b.v. Windenergie Provincie Utrecht ( NRD) wordt daar niet voldoende en op de juiste wijze aandacht aan besteed. Nederland is het enige land in Europa wat de normering Lden toepast. Dit geeft slechts een berekende jaargemiddelde aan en niet het echte karakteristieke windmolengeluid. Verder zal door een periode van stilstand van een windturbine het gemiddelde in dB’s uitgedrukt altijd binnen het maximum gestelde blijven. Bovendien geeft de voorstelling om e.e.a. te bespreken middels de relatie tussen Lden en het percentage ernstig gehinderden een onjuist beeld van het risico. In het midden wordt gelaten of die z.g. ernstig gehinderden wel of niet schadelijke (gezondheidseffecten) oplopen. Laagfrequent geluid wordt in de NRD gebagatelliseerd. Het is een onjuiste veronderstelling dat laag frequent geluid van windturbines vergelijkbaar is met andere geluidsbronnen van omgevingslawaai, zoals wegverkeer. Windturbines hebben een totaal andere geluidskarakteristiek. Slagschaduw Windturbines produceren ook slagschaduw, het periodieke patroon van licht en schaduw dat ontstaat wanneer de wieken van de turbine draaien. Deze slagschaduw kan leiden tot visuele hinder en kan zelfs epileptische aanvallen uitlokken bij mensen die hier gevoelig voor zijn. Bovendien kan de combinatie van slagschaduw en geluidsoverlast leiden tot extra stress bij omwonenden (2). Ingaan op afstand tot de eigen woning? De regels zoals gesteld in tabel 2 van de NRD al zou de afstand tot woningen van 400 en 300 m afstand voldoende zijn is volstrekt onacceptabel. Er wordt voorbijgegaan aan het rapport “onderzoek afstandsnormen windturbines” uitgevoerd door Arcadis dd. 19 april 2022 in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Normen zoals gehanteerd in bv, Duitsland en Denemarken spreken van 1000m tot 10x de ashoogte en zelfs 10x de tiphoogte ! Bovendien worden er veelal nog specifieke geluidsnormen bij vermeld. Nederland wijkt hierin sterk af, in negatieve zin van de nadere EU landen die de EU-Richtlijnen ook kennen. Effecten op vogels , andere dieren en insecten. Windturbines kunnen ook negatieve effecten hebben op vogels en andere dieren die in de omgeving leven. Vogels kunnen in botsing komen met de wieken van de turbine, wat kan leiden tot ernstig letsel, de dood of populatie afname Ook kan het geluid van de windturbines ervoor zorgen dat vogels en andere dieren verstoord worden in hun gedrag, zoals broeden en foerageren (3,4). Specifiek ingaan op natuurgebieden in de omgeving: Leusderheide, Vlasakkers etc. Ook zal gelet moeten worden op het risico van insectensterfte. Onderzoek in Duitsland heeft opgeleverd dat windparken een verlies opleveren van 1,2 biljoen vliegende insecten per jaar. Het NRD gaat geheel voorbij aan dat risico.
Effecten op landschap en leefomgeving Tot slot kunnen windturbines ook negatieve effecten hebben op het landschap en de leefomgeving van omwonenden. Windturbines kunnen bijvoorbeeld als visuele hinder worden ervaren, en kunnen daarmee het landschap ontsieren. Ook kan het geluid van windturbines ervoor zorgen dat mensen hun huis niet meer als rustige en veilige plek ervaren, wat gevolgen kan hebben voor hun welzijn (5). Ingaan op eigen woonsituatie Op basis van deze argumenten zijn wij van mening dat de voorgenomen plaatsing van windturbines langs de A28 bij Soesterberg en Leusden negatieve effecten zal hebben op de gezondheid van omwonenden en passanten. Wij dringen er dan ook bij u op aan om af te zien van deze plannen, en te zoeken naar alternatieve manieren om duurzame energie op te wekken.
Hoogachtend,
[Naam/namen]
Referenties:
Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht Postbus 80300 K17.47, 3508 TH Utrecht
Voor deze: t.a.v. het team energietransitie per e-mail aan: windenergie@provincie-utrecht.nl
Leusden/Soesterberg , xx april 2023
Betreft: ‘Zienswijze Notitie Reikwijdte en Detailniveau PlanMER windenergie provincie Utrecht Ontwerp, versie 1.0 (Hierna genoemd NRD)
Geachte heer, mevrouw,
Uw voornemen tot plaatsing van windturbines op land in de provincie Utrecht leidt bij ons bij mij , als belanghebbenden, woonachtig te Leusden/……… tot grote ongerustheid en weerstand.
Op basis van het voortschrijdend inzicht van de laatste jaren, zien wij zie ik de verstoring en gezondheidseffecten die windturbines hebben op de gezondheid van mens, dier en natuur, als bedreiging voor een gezond woon-, werk- en recreatieklimaat. Samengevat tot “onze leefomgeving” . Deze onrust en weerstand is beslist niet te kwalificeren als ‘NOT in my backyard-gedachten’, maar als een oprechte en op inhoud gestoelde zorg over het welzijn en gezondheid van mens en dier en de aantasting van natuur en landschap. Wij vragen u dit heel serieus te nemen.
Onze Nederlandse Grondwet voorziet, naast grondrechten voor ons als burger, ook in een zorgplicht voor de overheid om burgers en milieu te beschermen tegen blootstelling aan risico’s.
Zo legt Artikel 21 van de Nederlandse Grondwet de overheid de zorgplicht op voor bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.
Artikel 22 van de Nederlandse Grondwet gaat verder door de overheid te verplichten om maatregelen te treffen ter bevordering van de volksgezondheid.
Als u plaatsing van windturbines gaat toestaan in de Provincie Utrecht, stelt u in toenemende mate burgers en milieu bloot aan de risico’s die windturbines met zich meebrengen en waarvan de effecten op hun gezondheid, volgens de overheid althans, momenteel nog niet voldoende onderzocht zouden zijn. Echter er zijn vele onderzoeken geweest en vele publicaties beschikbaar die ernstig waarschuwen voor negatieve gezondheidseffecten en negatieve gevolgen voor natuur en milieu.
Een diepgaand onderzoek kan u voor deze MER wellicht niet (tijdig) gedaan krijgen, zodat u het voorzorgbeginsel moet toepassen. De effectrapportage moet dus ingaan op de onzekerheden en het bevoegd gezag voor te houden in het besluit waar het MER naast zal liggen de voorzorgplicht vanuit de zorgplicht toe te passen.
Bij een MER moet voorts voldaan worden aan de eisen, die volgen uit het Verdrag van Aarhus (Richtlijn 2011/92 E ), geschreven om bij te dragen aan de bescherming van het recht in een milieu te leven dat passend is voor persoonlijke gezondheid en welzijn en deels parallel aan de Rechten van de Mens (Publicatieblad EU 2000/C 364/01). Er mag derhalve geen strijdigheid bestaan met het
rechtstreeks werkende Unierecht.
Nu bescherming van leefomgeving en gezondheid gerekend en gewaarborgd wordt door het
Handvest van de Europese Unie en diverse verdragen en deze derhalve fundamentele rechten c.q. mensenrechten vormen, zijn ernstige inbreuken daarop niet toegestaan.
Het bevoegd gezag heeft dus de verantwoordelijkheid om de goede ruimtelijke ordening direct reeds te voorzien van een goede MER.
Het geeft bijvoorbeeld geen pas, later na een onvoldoende onderbouwde PlanMER, een of meer
nadere ProjectmMER’ren uit te voeren om wél achter de effecten of een geschiktheid van bijv. een
zoekgebied te kunnen komen. Ook geeft het geen pas alleen andere indicatoren voor milieu‐effecten toe te passen dan die de gezondheid van de burgers zelf betreffen. Het voorbijgaan aan het voorzorgbeginsel en het negeren van Richtwaarden versus Grenswaarden ondersteunt het beleid
volgens de EU‐Richtlijnen niet.
Onderzoeksthema Gezondheidsrisico's door laagfrequent (brom)geluid ontbreekt
Wij roepen u op mij roep u op om uw zorgplicht voor het welzijn van onze inwoners serieus te nemen en de gezondheidsrisico’s die door windturbines veroorzaakt worden niet te bagatelliseren en gedegen (wetenschappelijk) te onderzoeken, resp. de reeds bestaande onderzoeksresultaten in acht te nemen. In de voorliggende NRD zien wij onderzoek naar de effecten van laagfrequent (brom)geluid niet terug.
Recente rapporten van RIVM geven aan dat nog te weinig onderzoek beschikbaar is over verdragende laagfrequent geluid en trillingen (LFg).
Het is echter volstrekt onjuist dat LFg géén andere effecten heeft dan andere frequenties van geluid. Kennelijk wil de opsteller van deze NRD trachten te vermijden daarvoor nader onderzoek af te wachten, danwel vermijden dat bij twijfel geldt: “Niet oversteken”.
Er wordt slechts uitgegaan van een jaargemiddelde hoorbare geluidsbelasting uitgedrukt als Lden.
Vooropgesteld moet worden dat het jaargemiddelde Lden niet te controleren is en niet te handhaven. Immers met het, om welke reden dan ook, stilzetten van een windturbine zal de Lden norm altijd gehaald worden. Verder is Nederland het enige land in de Europese Unie, waar Lden gehanteerd wordt. Alle ons omringende landen hanteren het equivalente geluidsniveau Laeq, of een statische parameter. Zie het rapport “Onderzoek afstandsnormen windturbines” van Arcadis, april 2022, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Overigens wordt in de NDR op geen enkele wijze gewag gemaakt het bovenstaande rapport.
Naast tonaal geluid moet pulserend geluid genoemd worden, dat nog wordt geïntensiveerd bij een windpark vanuit meerdere bronnen. Juist dit geluidskarakter maakt specifiek het geluid van windturbines hinderlijk, zoals in dosis-effect-relaties in vergelijk met ander geluid duidelijk naar voren komt. En in immissies Laeq moet dit volgens de Handleiding Industrielawaai 2004, net als tonaal geluid, met een “strafkorting” van 5 dB beoordeeld worden.
Gezondheidseffecten mogen ook niet gereduceerd worden tot geluidseffecten. ( NLVOW “minimalisatie van geluidshinder en gezondheidsschade”2021)
Het maakt nogal verschil om decibellen te vergelijken in plaats van (gezondheids)effecten op de EU-burgers te onderzoeken en te beoordelen. Het gaat niet om wat vergunbaar is of zou zijn, maar welk effect het totale geluid daadwerkelijk veroorzaakt in en rondom gevoelige objecten zoals woonhuizen. Mensen die in de buurt wonen van windturbines melden veelvuldig last te hebben van slaapverstoring en stress, maar ook van geheugen- en concentratieverlies. Diverse artsen en onderzoekers waarschuwen voor de negatieve gevolgen van laagfrequent geluid op het menselijk lichaam. Studies tonen aan dat mensen met reeds bestaande hartklachten onder invloed van laagfrequent geluid een grotere kans krijgen op een hartinfarct of beroerte. Deze effecten willen wij graag onderzocht zien in voorliggende onderzoeksagenda, juist ook voor de volksgezondheid. Dat zal bijdragen aan een betere kwaliteit van de NRD.
In geval van verwijzing naar het activiteitenbesluit 2011 dient het volgende in acht genomen te worden, in het kort:
– Het Activiteitenbesluit wijziging 2011 paste voor windmolengeluid Lden ongegrond toe.
Windturbines hebben een andere geluidskarakteristiek dan verkeers-, industrie- en vliegverkeerlawaai.
– Het Activiteitenbesluit wijziging 2011 gaat voorbij aan bescherming van woningen tegen welke momentane geluidsbelasting dan ook, een jaargemiddelde verdoezelt gezondheidseffecten
gedurende uren of dagen.
De voor windturbines afwijkende geluidskarakteristiek werd verwoord via “ernstig gehinderden” naar een grenswaarde binnenshuis. Ook de uitmiddeling van stilstandsperioden, of windstille perioden ten opzichte van perioden met bijvoorbeeld harde wind is onjuist. De geluidsbelasting b.v. tijdens de harde wind is niet meer zichtbaar. De kenmerkende zwiepslag van een wiek (orde 0.3 Hz) wordt nog meer getrokken naar de 1 Hz van spraak waarvoor de menselijke hersenen extra alert zijn.
– Het Activiteitenbesluit wijziging 2011 legt geen verband met een schadelijk effect.
De toe te laten grenswaarde van Lden wordt bepaald volgens een dosis/effect relatie: het aantal “ernstig gehinderden”.
In het midden wordt gelaten of die ernstig gehinderden wel of niet schadelijke (gezondheids)‐effecten oplopen. Het is dus een vervangende geluidsbelastingindicator die géén verband geeft met de schadelijke
gevolgen ervan.
– Het Activiteitenbesluit wijziging 2011 verwaarloost laagfrequent geluid geheel.
Nog steeds worden laagfrequente geluidseffecten vanuit windturbines beoordeeld of “gemeten” met een normale decibelmeter. MER’ren worden gepasseerdeerd met de enkele reden dat gezondheids-effecten vanuit laagfrequent geluid niet onomstotelijk wetenschappelijk bewezen zouden zijn bewezen, in plaats van uit te gaan van het omgekeerde.
Laagfrequent geluid Windturbines veroorzaken trillingen, die hoofdzakelijk geproduceerd worden door de wieken en in mindere mate door de elektrische generator. Deze trillingen worden doorgegeven via de lucht en via het betonnen fundament van de windturbine door de bodem en zijn tot op 30 km meetbaar. De trillingen die hier een rol spelen zijn infrasone trillingen en laagfrequente trillingen. Infrasone trillingen, in het spectrum van 0-20Hz, kunnen niet door menselijk gehoor worden gehoord. Laagfrequente trillingen, in het spectrum van 20-125Hz, en worden deels door het menselijk oor gehoord. Beide typen trillingen worden eerder gevoeld dan gehoord. Hier vatten we beiden samen onder de term Laagfrequent geluid (LFg).
LFg geeft bij constante blootstelling een continu gevoel licht zeeziek te zijn en mensen kunnen hier knettergek en neerslachtig van worden. Daarnaast heeft LFg een voor levende wezens belangrijke signaleringsfunctie voor gevaar, zonder dat ze zichzelf daarvan scherp bewust zijn. Voorbeeld hiervan is LFg, geproduceerd door natuurgeweld zoals aardbevingen en tsunami’s, die ervoor zorgen dat dieren maar zeker ook mensen op de vlucht slaan en zodoende overleven.
Het menselijk lichaam voelt (net als een dier) dus de infrasone- en laagfrequente trillingen onbewust en vertaalt deze naar alarmsignalen. Indien nu ons lichaam continu aan deze trillingen wordt blootgesteld, en vooral als dit signaal voortdurend wisselt onder invloed van veranderingen in windrichting en windsterkte, slaat ons lichaam voortdurend onbewust alarm! Hiermee veroorzaken deze trillingen een chronische stressreactie.
Gezondheidseffecten van LFg De Amerikaanse wetenschapper dr. Nina Pierpont introduceert in 2019 de term ‘Wind turbine syndrome’. Zij kenmerkt het syndroom door slaapstoornissen (zowel inslaap¬ als doorslaapproblemen), hoofdpijn, oorsuizen, duizeligheidsklachten, wazig zien, misselijkheid, prikkelbaarheid, concentratieproblemen, angst, depressie en paniekaanvallen. Daarnaast algemene klachten: Diabetes (suikerziekte), arythmieën (onregelmatige hartactie) en toegenomen hartproblemen. Niet zelden verhuizen ‘slachtoffers’ naar andere oorden.
Trillingen van frequenties boven 50Hz prikkelen de binnenste haarcellen van het binnenoor. Ze worden doorgeleid naar het hersengedeelte voor gehoor en zorgen daar voor waarneming van geluid. LFg zoals door windturbines wordt opgewekt, prikkelt de buitenste haarcellen van het binnenoor, en worden doorgeleid naar hersendelen die emoties, angst en vluchtgedrag verwerken en hier ook stoornissen van het autonome zenuwstelsel kunnen veroorzaken. Deze stoornissen veroorzaakt door windturbines zorgen voor vervelende gevoelens die lijken op zeeziekte, wagenziekte of bewegingsziekte en worden: ‘Windturbine Syndroom’ genoemd.
De Portugese wetenschapper prof. dr. Mariana Alves-Pereira beschrijft een ziektebeeld dat zij toeschrijft aan de langetermijneffecten van LFg en dat zij in haar publicatie Vibroacoustic disease (VAD) noemt. In haar publicatie beschrijft ze symptomen als verdikking van hart en bloedvaten, depressies, verhoogde irritatie, toegenomen agressiviteit, neiging tot isolement en afname van cognitieve vaardigheden. Ze benoemt LFg zelfs als genotoxisch en stelt dat LFg aantoonbaar de celdeling versnelt bij mens en dier, wat o.a. tot mutaties en kanker kan leiden.
Kunt u, na het voorgaande tot u genomen te hebben, zich voorstellen dat wij als inwoners ik als inwoner alarmerend verontrust zijn over de impact van uw plannen op onze gezondheid en welbevinden? Dat wij ik u gelet daarop nogmaals verzoeken verzoek om onze mijn grondrechten als burger te respecteren en uw zorgplicht conform artikel 21 en 22 van de Nederlandse Grondwet uit te voeren door effecten van de in deze zienswijze genoemde zaken op gezondheid, leefomgeving en het welzijn zorgvuldig wetenschappelijk te onderzoeken. Dat zal bijdragen aan een betere kwaliteit van de NRD.
Oordopjes helpen niet LFg wordt vooral via de beenderen van de schedel naar het binnenoor getransporteerd. Dat heet beengeleiding. LFg omzeilt daarmee de beide oorschelpen en lijkt van binnenuit het hoofd te komen. Afgezien van het feit hoe moreel verwerpelijk het is dat een groep mensen oordopjes zou moeten dragen doordat een partij een apparaat aanschakelt welke is toegestaan door een overheid, zal het duidelijk zijn dat oordopjes niets helpen. Met klem verzoeken wij u verzoek ik u dit specifiek en zorgvuldig mee te nemen. Dat zal bijdragen aan een betere kwaliteit van de NRD.
Onderzoeksthema naar gezondheidsrisico’s door Bisphenol-A ontbreekt Windmolenwieken bevatten de chemische stof Bisphenol-A (BPA), een stof waarvan het RIVM recent aanwijzingen heeft gevonden dat BPA al bij lage blootstelling een schadelijk effect heeft op het immuunsysteem van ongeboren en jonge kinderen; het is van invloed op het hormoonsysteem. Het RIVM concludeert dat zelfs geringe hoeveelheden schadelijk zijn en dat nieuwe wetenschappelijke inzichten voldoende aanleiding vormen om verdere aanscherping van de Europese normen te overwegen en stelt voor op korte termijn aanvullende maatregelen te treffen om blootstelling aan BPA verder te verminderen. Wij verzoeken u ik verzoek u dat mogelijke gezondheidseffecten door vrijkomend Bisphenol-A bij erosie van windturbinewieken zorgvuldig worden onderzocht en zo nodig maatregelen worden voorgesteld teneinde de gezondheidseffecten te mitigeren. Dat zal bijdragen aan een betere kwaliteit van de NRD.
Onderzoeksthema naar consequenties na afloop van de technische levensduur van wieken ontbreekt. Wieken zijn gemaakt van glasvezelversterkte kunststoffen of koolstofvezel. Na de technische levensduur ( ca. 15 jaar) moeten de wieken worden vervangen. De afvalstroom bedroeg in 2007 al ca. 200 wieken en de verwachting is dat die stroom binnenkort zal oplopen naar meer dan 1000 wieken per jaar. Tot op dit moment zijn wieken niet recyclebaar. Wij verzoeken u onderzoek te starten naar een veilige, verantwoorde wijze van ontmanteling en afvoer van die wieken. Begraven, zoals in de VS wordt toegepast, is geen optie. Onderzoeksthema milieueffecten door SF6 gas ontbreekt Windturbines bevatten het uiterst schadelijke broeikasgas Sulfur hexafluoride (SF6). SF6 heeft het sterkste broeikaseffect van alle bekende substanties en is een ongeveer 23.500 keer zo sterk broeikasgas als CO2 en blijft 3.000 jaar in de atmosfeer. Gedurende het leven van een windturbine lekken minimale hoeveelheden van dit gas weg. Schadelijker nog is het ontbreken van enige controle op de recycling van dit gas aan het eind van de levensduur van een windturbine. In plaats van kostbare recycling van dit gas laat men het eenvoudig naar de atmosfeer ontsnappen. Met alle gevolgen van dien. Waar windenergie wordt voorgespiegeld als duurzaam en milieuvriendelijk is het toch ondenkbaar dat dit gebeurt? Graag zien wij zie ik onderzoek naar de milieueffecten van SF6 opgenomen tijdens en na afloop van de levensduur van de windturbines. Dat zal bijdragen aan een betere kwaliteit van de NRD.
De schijn van beoogde partijdige uitgangspunten enz. in de NRD moet worden voorkomen Bij de NRD moet voorkomen worden dat de schijn gewekt wordt dat partijdige uitgangspunten of resultaten worden beoogd. Provincie Utrecht laat voorliggende onderzoeksagenda uitvoeren door de firma Bosch & van Rijn, Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht. Dit bureau is lid van de NWEA, de Nederlandse WindEnergie Associatie. De NWEA werkt voor en met haar leden aan een sterke, ondernemende windsector en biedt leden de mogelijkheid actief bij te dragen aan gunstig beleid voor de windsector. Een sterke lobby dus. Het kenmerk van een ingenieursbureau is inderdaad dat ze problemen van hun broodheer oplossen, terwijl hier de afstand van de onafhankelijke wetenschap nodig is. Daarmee wordt de schijn gewekt dat hier sprake is van partijdig onderzoek ten gunste van de plaatsingsmogelijkheden van windturbines. Dat vinden wij vind ik ontoelaatbaar en wij willen ik wil dat deze schijn wordt weggenomen. Zienswijze is daarom om opnieuw te beginnen met een andere schrijvende partij. We mogen toch van onze overheid verwachten dat er neutraal onafhankelijk (wetenschappelijk) onderzoek wordt verricht, zeker als het aankomt op zulke aangrijpende thema’s waarbij de gezondheid van burgers in het geding is. De kwalitatieve beoordeling van gegevens moet door onafhankelijke experts plaatsvinden. Benoem zoals betamelijk in een MER daarvoor experts met een passend track-record die boven elke aanwijzing tot verdenking staan. Dat wil dus zeggen buiten de van andere NWEA-leden en de Staat omzetafhankelijke opsteller van deze NRD. Te denken valt aan b.v. TNO, Deltares. Dat zal bijdragen aan een betere kwaliteit van de NRD.
Algemene reactie op de voorliggende NRD PlanMER windenergie provincie Utrecht dd. 8 februari 2023 De voorliggende Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) planMER windenergie Provincie Utrecht voldoet in onze ogen niet aan de eisen daarvoor (artikel 3:2 Awb) en blijkt kwalitatief op te veel punten ondeugdelijk. Het leidt tot een sterk onwaardig MER Wij verzoeken u ik verzoek u dan ook de volgende punten in de NRD toe te passen en uit te voeren:
Definieer gezondheid vooraan in de NRD in navolging van WHO (1948 en 2018): “gezondheid is een toestand van volledige fysiek, mentaal en sociaal welzijn en niet alleen de afwezigheid van ziekte. Daarom moet een hoge mate van hinder veroorzaakt door omgevingslawaai worden beschouwd als een van de milieu‐gezondheidsgevaren. […] Mensen die geïrriteerd zijn door lawaai kunnen verschillende negatieve reacties tonen, zoals woede, teleurstelling, ontevredenheid, terugtrekking, hulpeloosheid, depressie, angst, afleiding, opwinding of uitputting. Bovendien kunnen stress gerelateerde psychosociale symptomen zoals vermoeidheid, maagklachten en stress geassocieerd worden met geluidsbelasting en geluidsoverlast". Wij verwachten dat u hiervan de effecten zorgvuldig onderzoekt, waaronder die voor de volksgezondheid. Dat zal bijdragen aan een betere kwaliteit van de NRD.
Baseer gezondheidseffecten niet op een Lden (dosis-effect-relatie), omdat momentane immissie (Laeq) als afwijking van het gemiddelde op gezondheid van invloed is. Benoem dat op het Nederlandse land overdag ongeveer dezelfde productie per uur van windenergie als des nachts wordt opgewekt, zonder dat elke nacht de windturbines in een stillere situatie kunnen worden gebracht. De norm voor de nacht is dus bepalend voor geluidsproductie op elk uur van een etmaal. Daarmee is Lden ook volgens de WHO juist niet toepasbaar voor windenergie. Het gaat om de daadwerkelijke geluidsdruk Laeq die uitgeoefend wordt op de burgers in hun leefomgeving, een langgemiddelde daarvan kan niet de (milieu)effecten beschrijven. De WHO geeft ook aan dat een mens het recht heeft om met een open raam te kunnen slapen. Wij verwachten ik verwacht daarom dat u hiervan de effecten zorgvuldig onderzoekt, waaronder die voor de volksgezondheid. Dat zal bijdragen aan een betere kwaliteit van de NRD.
Vermijd enige motivaties vanuit een te kiezen percentage “ernstig gehinderden”. Deze indicator is slechts een aanwijzing van gezondheidseffecten en bij enige waarde boven 0% juist een teken daarvan. Nog afgezien van de 8% die vanuit wegverkeer naar voren is gekomen als budgetgrens voor geluidswallen e.d. (TNO 2008) en afgezien dat onbekend is welke schade aan leefomgeving en gezondheid die 8% ondervinden en ten opzichte van welk totaal die 8% telt. Wij verwachten ik verwacht dat u de effecten onderzoekt, ook voor de volksgezondheid, ongeacht binnen of buiten en ongeacht overdag of s’ nachts en ongeacht eventuele normen. Dat zal bijdragen aan een betere kwaliteit van de NRD.
Het past ook niet om gezondheidseffecten niet eerst uitvoerig en zelfstandig te onderzoeken als is de bestaande literatuur onvoldoende is, zoals de overheid dat vrijwel unaniem zelf stelt. Er is dus veldonderzoek nodig. De benodigde tijd daarvoor is niet relevant ten aanzien van kwaliteit. Neem daarin mee dat geluid van windturbines hinderlijker is dan ander omgevingslawaai vanwege het tonale EN het impulskarakter. Windturbine geluid mag niet in één adem genoemd worden met andere geluiden, zoals verkeerslawaai, trein lawaai en vliegtuig lawaai. Windturbine geluid heeft een totaal andere karakteristiek De NRD moet juist aangeven hoe gezondheidseffecten wel onderzocht zullen worden. Ga daarbij niet uit van bewijs van ziekte veroorzaken, maar van zekerheid dat geen vermindering van welzijn optreedt. Daar is geen langlopend onderzoek voor nodig, selecteer de krantenkoppen maar. Wij verwachten ik verwacht dan ook dat u in de NRD aangeeft hoe u die onderzoeken eerst zorgvuldig (wetenschappelijk) gaat (laten) uitvoeren en hoe alle gezondheidseffecten hierbij onderzocht gaan worden en door welk hierin gespecialiseerd en geheel onafhankelijk onderzoeksbureau. Dat zal bijdragen aan een betere kwaliteit van de NRD.
Overige reacties op specifieke tekst van voorliggende NRD In te vullen met onze/jouw eigen bezwaren op de letterlijke tekst van de NRD voor de provincie Utrecht. Aanvullen of weglaten naar behoefte. H 1.1 Aanleiding 1. Er wordt het volgende gesteld: “Het feit dat de balans tussen windenergie en zonne-energie is verslechterd baart de provincie zorgen”. “Een groter aandeel windenergie is nodig om doelbereik in 2030 te vergroten en tegelijkertijd schaarse aansluit- en transportcapaciteit op het elektriciteitsnet te benutten en de maatschappelijke kosten als gevolg van uitbreiding van het elektriciteitsnet zo laag mogelijk te houden” Bedoelt u hiermee dat de netcongestie wordt opgelost als er meer opwek van wind gerealiseerd wordt? En wordt hiermee niet de suggestie gewekt dat als het niet waait de zon dan wel schijnt, of andersom? 2. Er wordt gesteld dat als “Nu blijkt dat onvoldoende zekerheid bestaat over het doelbereik in 2030 zijn Gedeputeerde Staten (GS) voornemens een inpassingsplan- of projectbesluitprocedure te starten voor één of meer windprojecten, in opdracht van PS.” Bedoelt u hiermee dat nu reeds repressie- en sanctiemiddelen in voorbereiding zijn, vooruitlopend op uitkomsten van nog uit te voeren onderzoeken? Bedoelt u hiermee dat zonder meer voorbij gegaan wordt aan uitkomsten die niet ten voordele zouden kunnen zijn voor het plaatsen van windturbines? En dat zonder meer voorbij gegaan wordt aan de democratie? Dit wekt de schijn van vooringenomenheid en partijdig onderzoek! Het klimaatakkoord heeft bepaald dat gemeenten vrij zijn in de te kiezen techniek. De argumenten dat er een “betere” verdeling van zon en wind zou moeten komen, is in het geheel niet onderbouwd. Immers maakt het voor netcongestie niet uit of een periode afschakelen nu 5 MW zon betreft of 5 MW wind. Terwijl wind juist in etmaalgemiddelden overdag een hogere piek laat zien dan in de avond of nacht. Wij verzoeken ik verzoek u deze stelling door externe onafhankelijke instanties zorgvuldig te laten onderzoeken, voordat u dit toepast als doel van het met de MER beoogde besluit. Blz. 7 Bevoegd gezag Er wordt gesteld dat als GS gebruik maakt van zijn bevoegd gezag de omgevingswet gevolgd moet worden. Het is juridisch onjuist om in dit stadium een wet voor te schrijven die nog niet van kracht is. Blz. 7 Commissie voor de milieueffectrapportage Hier wordt vermeld dat de onafhankelijke commissie zowel de ontwerp NRD als het definitieve planMER op juistheid en volledigheid. Wat is de status van die commissie? Wie hebben zitting in die commissie en hoe is die onafhankelijkheid geborgd? Wat is de waarde van het advies van die commissie? Blz. 8 Vermeld wordt: “Moderne windturbines kunnen jaarlijks meer dan 20 GWh aan elektriciteit produceren, wat gelijk staat aan het jaarlijks elektriciteitsverbruik van circa 6.000 huishoudens”. Deze populistische opmerking is ontoelaatbaar. Hij gaat voorbij aan het feit dat als het niet waait er ook geen stroom is. Wind is v.w.b. continuïteit een onbetrouwbare bron. H 2.3.1. Harde belemmeringen voor windturbines Blz. 10 Het is volstrekt ontoelaatbaar dat de afstand tot woningen en andere geluidsgevoelige objecten voor buiten- en binnen de bebouwde kom van 300, resp. 400m voldoende zou zijn. Zie eerder genoemde alinea’s inzake geluid. Nergens in de NRD wordt gewag gemaakt van de relatie tussen geluidsdruk en de afstand tot de bron zoals b.v. in het rapport “onderzoek afstandsnormen windturbines” Arcadis dd. 19 april 2022 in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat onderzocht. In de ons omringende landen worden eisen gesteld aan de afstand gesteld die vele malen strenger zijn. Bovendien gaan die eisen ook nog vergezeld van een geluidseis. Tevens wordt geen gewag gemaakt van het risico van mast-, gondel en wiekbreuk. Een afwerpafstandsnorm van een wiek die afbreekt wordt bijvoorbeeld nergens vermeld. Blz. 12 Een afstandsnorm van ½ x rotor diameter voor Natura 2000 gebieden en ganzenrustgebieden zijn volstrekt onrealistisch. Dieren ondervinden veelal minstens zoveel hinder van geluid als de mens. Beseft u zich verder de strekking en mogelijke verstrekkende gevolgen van deze bepaling? Onder drogreden van “Het realiseren van het doelbereik” en “duurzame opwekking van energie” is zware aantasting tot complete verwoesting van (kwetsbare) natuurgebieden kennelijk toegestaan. H 2.3.1. complexe belemmeringen voor windturbines Blz. 12 Voor de afstand ½ x de rotordiameter voor NNN gebieden weidevogelkerngebieden geldt hetzelfde als genoemd voor de Nature 2000 gebieden. Opmerkelijk dat voor stiltebieden geen voorgestelde afstand vermeldt wordt en dat stiltegebieden vallen onder de Interim Omgevingsverorderning. Waarom wordt voor stiltegebieden niet geëist dat nabij stiltebieden geen activiteiten worden toegestaan die wel degelijk tot verstoring leiden? En wat zijn de gevolgen als vroeg of laat de Interim omgevingsvergunning vervangen wordt door een definitieve omgevingsvergunning? Blz. 13 Unesco Werelderfgoed Hollandse Waterlinies Ook hiervoor geldt dat de afstand van ½ x de rotordiameter volstrekt ontoelaatbaar is. Beseft u zich verder de strekking en mogelijke verstrekkende gevolgen van deze bepaling? Het unieke beeld, de unieke uitstraling en schoonheid de unieke omgeving wordt door het zicht op windturbines volledig verwoest. Waarom worden uitsluitend de Hollandse waterlinies genoemd en niet andere belangrijke stukken erfgoed zoals o.a. de Grebbelinie? Wij verzoeken u ik verzoek u expliciet alle cultuurhistorische monumenten, resp. erfgoed te benoemen en in de onderzoeken mee te nemen. Blz. 15 Figuur 3 Begrenzing plangebied MER: onderzoeksgebieden windenergie In de beschrijving van de kaart in figuur 3 wordt vermeld dat het planMER NIET tot uitsluiting leidt van windturbines buiten de aangegeven onderzoeksgebieden. Het provinciaal ruimtelijk beleid, vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening zou leidend zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. Deze teksten hebben er alle schijn van dat het provinciaal ruimtelijk beleid uiteindelijk toch zelf kan bepalen om naar eigen inzicht windturbines te plaatsen. Niet alleen lijken onderzoeken dan slechts voor de bühne uitgevoerd, doch hier is in dit geval tevens een strijdigheid met de lokale democratie waarneembaar terwijl op voorhand een minachting uit naar de burger wordt uitgestraald. Volgens ons volgens mij kan het niet de bedoeling zijn dat resultaten uit een kwalitatief correcte MER overruled kan worden door provinciaal ruimtelijk beleid en is hiermee in strijd met Europese regelgeving. Wij verzoeken u ik verzoek u derhalve de teksten van hoofdstuk 2.4. daarop aan te passen. H 3. Effectbeoordeling Zoals eerder in dit betoog aangegeven ontbreken: o Onderzoeksthema Gezondheidsrisico's door laagfrequent (brom)geluid; o Onderzoeksthema naar gezondheidsrisico’s door Bisphenol-A; o Onderzoeksthema naar consequenties na afloop van de technische levensduur van wieken; o Onderzoeksthema milieueffecten door SF6 gas. Verder nog aan te vullen met het onderzoeksthema “waardedaling van bezit in de nabijheid van Windturbines”. Uit onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van windturbines een negatief effect kan hebben op de waarde van omliggende woningen. Zo heeft een onderzoek van de universiteit van Oxford aangetoond dat de waarde van woningen binnen een straal van 2 km van windturbines gemiddeld met 11% daalt. Dit effect kan nog groter zijn voor woningen die dichter bij de windturbines staan.
H 3. Toetsingskaders Zoals eerder onderbouwd zijn de diverse toetsingskaders volstrekt ontoereikend gezien het feit dat er uitgegaan wordt van o.a.: o De toepassing van Lden i.p.v. Laeq; o Niet onderbouwde afstandsnormen ( 500, 750 en 1000m zijn niet onderbouwd, dan wel vaag gehouden); o De toepassing van het percentage gehinderden welke niet in relatie staat tot de effecten; o Het feit dat gezondheid kennelijk verder beoordeeld wordt in relatie tot het aantal gevoelige objecten binnen bepaalde afstandscriteria die tevens niet onderbouwd lijken te zijn (500 m x 4 + aantal gevoelige objecten binnen 750 x 2 + aantal gevoelige objecten binnen 1.000 m x 1) en gezondheid niet beoordeeld wordt naar de effecten ( aantal, omvang, ernst en risico) o Het feit dat laag frequent geluid niet meegenomen wordt; o Onduidelijke cumulatieve geluidsbelasting; ten eerste windturbines hebben een andere karakteristiek dan andere bronnen zoals verkeerslawaai, etc., ten tweede gegevens van overige bronnen kunnen ontbreken; o Onduidelijke beoordeling t.o.v. stiltegebieden, immers de provinciale Interim Omgevingsverordening sluit windturbines niet uit; o Het feit dat niet onderbouwd is waarom bepaalde thema’s kwantitatief worden beoordeeld en anderen kwalitatief terwijl vele thema’s zouden juist zowel kwalitatief als kwantitatief onderzocht moeten worden. H 3.13. Monitoringsmaatregelen Het is bemoedigend dat in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regels staan opgenomen over monitoring, dat deze monitoring als doel heeft om te beoordelen of doelstellingen en/of verplichtingen vanuit de Europese wetgeving en internationale verdragen worden behaald, echter: Welke monitoringssystemen worden toegepast? En wat is de borging dat deze systemencorrect worden toegepast? Welke verplichtingen en richtlijnen gelden er om te monitoren? Wanneer en hoe worden belanghebbenden in kennis gesteld? Waar is de onafhankelijkheid geborgd? Er wordt gesteld dat het bevoegd gezag “naar zijn oordeel” passende maatregelen zal nemen.
Tot slot Een MER is géén motivatie-document: het moet gewoon de milieu- en gezondheidseffecten van diverse alternatieven en plankeuzes vergelijken op mate van die effecten, meer niet. Op talloze plaatsen worden echter in de NRD al doelgerichte voorkeuzes gemaakt, die goede alternatiefontwikkeling onmogelijk maken en gemaakte keuzes te weinig bevragen.
Vervolgens laat de doelstelling in het Klimaatakkoord van 35 TWh aan duurzame energie op land voor 2030 open of er gekozen wordt tussen zon of wind. Dus de reden om extra druk op windenergie te zetten omdat de balans zon en wind verstoord zou zijn is een drogredenering. Daarnaast blijkt die doelstelling, gezien de reeds verleende SDE++ subsidies, in de zomer van 2021 al gerealiseerd te zijn en de afspraak is dat dan de uitbreiding op land wordt stopgezet. Martien Visser, lector energietransitie, maakte overigens in maart 2021 al bekend dat de doelstellingen voor het opwekken van groene energie op land voor over 10 jaar volgens de nieuwe berekeningen al gerealiseerd waren. Ondanks deze afspraken heeft de RES 1.0 meer dan 50 TWh aan plannen op land opgeleverd, met als tegenargument dat sommige projecten niet doorgaan of de netcapaciteit niet toereikend is. Volgens deskundigen een drogreden van de belanghebbenden bij windenergie, want hier staat tegenover dat er nog sprake is van tal van initiatieven die nog buiten de RES worden opgestart. Dus er is helemaal geen noodzaak meer voor het plaatsen van meer windturbines op land! Dus moet er vermeld worden dat er vanuit het Klimaatakkoord geen enkele reden is om nog windenergie opwek op land toe te voegen. Ten aanzien van bovenstaande wordt dus onjuiste informatie gegeven en wordt u verzocht dat recht te zetten. Dat zal bijdragen aan een betere kwaliteit van de NRD.
Wij maken ik maak ons mij enorm ongerust over de gezondheidseffecten van laagfrequent geluid en trillingen, Bisphenol A en SF6 gas. Het wordt hoog tijd dat er via onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek deugdelijke normen worden vastgesteld ter bescherming van een gezond leefklimaat. Dit geldt ook voor effecten op de natuur. In dit land kan niet alles maar “én én én”. Wat dat betreft moet deze NRD grondig herzien worden. De NRD die nu voorligt heeft er alle schijn van dat deze slechts procedureel van aard is en een formaliteit teneinde zoveel mogelijk grootschalige windenergieprojecten in de buurt van bewoning mogelijk te maken ten koste van het welzijn van inwoners en natuur. Dat mag toch absoluut niet het geval zijn!
Onze overheid heeft een zorgplicht voor de burgers en op basis van het Unierecht/Europees Recht, het Verdrag van Aarhus, de grondrechten van de burgers, de grondwet en het burenrecht, ook de plicht de belangen van de burgers te dienen en de gezondheid, het welzijn en de leefomgeving van hun burgers te beschermen of te verbeteren. Daar is echt geen sprake van als middels de nu voorliggende NRD. Ook heeft de overheid volgens het Europees Recht, hun zorgplicht en de WHO-richtlijnen de plicht naar 0% gehinderden te streven! Daar wordt nu niet aan voldaan. Er is nu een NRD voorgelegd waarmee zowel de provincie als de gemeenten straks niet aan hun zorgplicht, die wetten en hun plichten kunnen voldoen, maar de functionarissen ook niet aan de door hun afgelegde ambtseed/ambtsbelofte. Dat kan toch niet echt de bedoeling zijn. Wij willen ik wil u gezien het voorgaande dan ook vriendelijk doch dringend verzoeken zorgvuldigheid voor snelheid te laten gaan en de NRD op basis van het bovengenoemde zorgvuldig te corrigeren. Dat zal bijdragen aan een betere kwaliteit van de NRD. “Bezint eer gij begint” en ga voor goed rentmeesterschap voor de huidige burgers en de volgende generatie! De balans tussen het minimale, wereldwijde, voordeel van CO2 reductie, als windturbines daar überhaupt al substantieel aan bijdragen en de risico’s voor mens en natuur is zoek. De voordelen vallen geheel ten furore van de grote energieleveranciers en de producenten van windturbines terwijl de nadelen, risico’s en de kosten volledig afgewenteld worden op de burger.
Bij voorbaat dank!
Hoogachtend,
NAAM VERMELDEN
Correspondentieadres: Invullen e-mailadres
Bronnen
Gibbons, S., et al. (2017). Wind farms and house prices: A study of the effects of proximity and view on sale prices in England. Journal of Real Estate Finance and Economics, 54(2), 216-236.
Universiteit van Tilburg. (2016). Windmolens verminderen belevingswaarde landschap. Geraadpleegd op 18 maart 2023, van https://www.tilburguniversity.edu/nl/
World Health Organization. (2018). Environmental Noise Guidelines for the European Region. https://www.euro.who.int/en/publications/abstracts/environmental-noise-guidelines-for-the-european-region-2018
Van Rongen, E., Lohman, W., & De Vries, G. (2015). Windturbines, gezondheid en slagschaduw: beoordeling van risico's. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2015-0084.pdf
Krijgsveld, K. L., & Wiersma, Y. F. (2020). Vogels en windturbines: een lastige combinatie. Sovon Vogelonderzoek Nederland. https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/Sovon%20vogels%20en%20windturbines.pdf
Smallwood, K. S. (2013). Comparing bird and bat fatality-rate estimates among North American wind-energy projects. Wildlife Society Bulletin, 37(1), 19-33. https://doi.org/10.1002/wsb.223
Pedersen, E., & Waye, K. P. (2007). Wind turbine noise, annoyance and self-reported health and well-being in different living environments. Occupational and Environmental Medicine, 64(7), 480-486. https://doi.org/10.1136/oem.2006.031039
www.windwiki.nl/low frequencynoise-from-large-wind-turbines
www.medischcontact.nl/laatstenieuws/artikel/windmolens-maken-wel-degelijk-ziek
www.windwiki.nl/milieuartsen-toxicologen
“onderzoek afstandsnormen windturbines” Arcadis dd. 19 april 2022 in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
www.NLVOW.nl
www.wur.nl
www.klimaatfeiten.nl
Beste ondertekenaars
De provincie Utrecht is voornemens om, desnoods onder dwang, 60 windmolens te plaatsen in de provincie Utrecht. Daarvoor is besloten om locaties voor de plaatsing te onderzoeken. De A28 bij Leusden en Soesterberg is één van deze locaties. Zoals je weet zijn wij niet tegen , maar willen met alternatieven voor windturbines een bijdrage aan de energietransitie leveren.
Provinciale dwang vinden wij een ondermijning van de lokale democratie.
Voordat windturbines geplaatst mogen worden, moet een Milieu Effect Rapportage (MER) uitgevoerd worden. Een MER moet de (schadelijke) gevolgen van een eventuele plaatsing van turbines in kaart brengen. De richtlijnen voor een MER onderzoek zijn weergegeven in de “Notitie Reikwijdte en Diepgang” (NRD).
Deze NRD blijkt na bestudering van de technische commissie van Lokaal Belangrijk op veel punten onjuist en onvolledig te zijn en geschreven door een NIET onafhankelijke partij. Een partij die lid is van de NWEA (Nederlandse WindEnergieAssociatie) die juist belangen heeft bij het bouwen van windturbines.
Een paar voorbeelden: • Afstandsnorm van 300, of 400 meter tot een woning zou voldoende veilig zijn; • Laagfrequent geluid wordt als niet schadelijk gezien en niet meegenomen in het onderzoek; immers het menselijk oor kan het niet horen en er zou nog te weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan zijn; • Slijtage van wieken, waarbij de zeer schadelijke stof Bisfenol-A bij vrijkomt, wordt niet meegenomen. Bisphenol A is een hormoonontregelende stof! • Gezondheid van de mens wordt gebagatelliseerd; • Etc.
Inwoners en organisaties hebben het recht om hierover vragen te stellen en op- of aanmerkingen te maken. Dit heet een zienswijze.
Lokaal Belangrijk en Partij Ons Soesterberg willen zoveel mogelijk zienswijzen indienen. Wij hebben daarvoor jullie hulp nodig en willen jullie graag daarbij helpen. Het gaat immers om onze gezondheid en ons milieu. Onze leefomgeving! Probeer ook zoveel mogelijk vrienden, familie en vrienden te mobiliseren om een zienswijze in te dienen.
Wij hebben vier formaten van zienswijzen gemaakt welke jullie kunnen gebruiken voor jullie eigen zienswijze. De tekst in het rood zal gepersonaliseerd moeten worden, m.a.w. dat is jullie eigen situatie. Het hoeft geen ambtelijk stuk te worden. Eigen woorden heeft de voorkeur.
De zienswijze kunnen jullie opvragen bij Ulf Doornbos. Stuur een mail naar u.l.doornbos@outlook.com. en je ontvangt de 4 voorbeelden. De zienswijze naar keuze invullen en direct via e-mail versturen naar de provincie Utrecht, e-mailadres: windenergie@provincie-Utrecht.nl. Ulf kan je ook assisteren bij de keuze en invullen. De provincie heeft een zeer korte tijd gegeven voor het indienen van de zienswijze. De sluitingsdatum voor de zienswijze is 5 april. Zouden jullie zo vriendelijk willen zijn om de zienswijze vóór 5 april naar de provincie te sturen.
Uiteraard hartelijk dank voor jullie hulp,
Hartelijke groet
Ko Nieuwenhuijse
Afgelopen woensdag 29 maart heeft de Gemeente Haaksbergen een besluit genomen om een eenmalige steun te geven aan de Gemeente Enschede. Zie verslag van de raadsvergadering.
Fijn gemeente Haaksbergen!
Afgelopen woensdag, 29 maart, is de petitie overhandigd aan de raad van de Gemeente Hengelo. De raad moet binnenkort nog een stemming houden en een besluit nemen.
Er zijn al diverse positieve geluiden, zoals van Burgerbelangen Hengelo.