Vanavond heeft de stadsdeelcommissie en -bestuur de petitie ontvangen. Stadsdeelbestuurder Ester Fabriek nam de petitie aan tijdens het inspreken door bewoners met de suggestie op de schermen. De opnames zijn terug te zien via de tijdelijke locatie van de vergaderingen in Nieuw-West.
De Werkgroep Blackspots heeft dit voorstel ook ontvangen. Dit voorstel, samen met hun adviezen, de steun hiervoor van het stadsdeel en het vinden van budget moet de situatie verbeteren.

Met hulp van een tegendenker uit de buurt zijn de onderstaande antwoorden op vragen voorbereid. Die niet allemaal gesteld werden:
Maar de auto's die in het park moeten zijn dan?
Een heel klein stukje verderop het park in, na de portiersloge, is het de norm dat je met alarmlichten aan en 5km/u voorzichtig tussen de voetgangers rijdt. Dat kan heel goed op de brug al beginnen. Laat de auto's vanaf de Haarlemmerweg over een verlaagde stoeprand een voetgangerszone inrijden als ze hier afslaan. Via de andere ingang binnenkomen is beter natuurlijk.
Want nu lijkt het een reguliere afslag, geregeld met verkeerslichten, het is uitnodigend. Dat veroorzaakt ook allerlei autoverkeer. Automobilisten van buiten Amsterdam denken dat je hier met de auto goed kan komen. Terwijl ze er heel ongewenst zijn en ook vaak door de portier weer doorgestuurd worden naar de parkeergarage. Autonavigatie stuurt automobilisten die een bestemming in het park opgeven via deze ingang het park in, alsof ze er helemaal kunnen komen. De portier moet ze dan weer wegsturen naar de parkeergarage bij de Praxis. Als de brug voet- en fietspad wordt hoort daar een verkeersbesluit bij en die worden geautomatiseerd overgenomen door Google, Tomtom en dergelijke. Computer zegt dan wèl nee.
Maar de taxi's die er nu vaak rijden dan?
Van alle mensen die over de brug gaan is het merendeel voetganger of fietser. Duizenden op een dag, dus die moeten dan ook de bijbehorende voorrang krijgen. Behalve tijdens evenementen komen taxi's vooral over de brug om daar buiten een parkeervak te wachten op een oproep, niet om iemand af te zetten of op te halen. En als er incidenteel eens een keer een hotelgast met koffers of een gast voor de tv-studio afgezet moet worden dan kan de taxi gewoon met alarmlichten met 5km/u over de brug. Hotel of televisie-redactie moet maar een instructie toesturen, dat is het nadeel van deze toplocatie. Misschien moet er een taxi-standplaats op de Haarlemmerweg komen, want officieel is de ruimte geen standplaats.
De logische plek voor automobilisten om te stoppen voor het park moet bij het stoplicht op de Haarlemmerweg worden. Dan kunnen passagiers tijdens het wachten voor het rode licht uitstappen.
Komen de hulpdiensten niet in de problemen als autoverkeer niet meer door de Van Limburgstirumstraat mag?
Het is onveilig voor fietsers om zo'n doorgang met paaltjes onmogelijk te maken voor autoverkeer. De Fietsersbond zegt ook altijd paaltjes te mijden, gevaarlijk voor fietsers. Als er geen paaltjes staan kunnen auto's met een blauw zwaailicht op het dak gewoon over dat brede fietspad rijden. Vaak gebeurt het niet omdat het dan gaat om hulpverleners die in of uit deze wijk gaan. De meeste rijden over de Haarlemmerweg. Met een goede inrichting zal autoverkeer dat de Van Limburgstirumstraat inrijdt vanaf het plein linksaf worden geleid, de Joan Melchiorstraat in.
Er is een ingang van een ondergrondse parkeergarage in dat stukje van de Van Limburgstirumstraat, wordt die onbereikbaar?
Die is een stukje de straat in. De auto's voor die parkeergarage laat je over het brede fietspad rijden dat vanaf de garage-ingang pas officieel een fietspad wordt voor het laatste stuk. Ter hoogte van de Joan Melchiorstraat staat er dan al een bord 'doodlopende weg' en 'fietspad over 30 meter" met de suggestie om die straat in te slaan. Het is dan alleen de laatste 15 meter tot aan de Haarlemmerweg een officieel fietspad met rood asfalt en borden erbij enzo. Maar dat is genoeg om het verkeer op de Haarlemmerweg de afslag deze straat in te ontnemen.
Vanaf de Haarlemmerweg is er dan voor automobilisten geen enkele suggestie meer dat ze af kunnen slaan. Nu mogen ze dat al niet trouwens, maar dan zullen ze het nog minder doen dan nu. Het ziet er nu nog wel te uitnodigend uit. De overtreders van verkeersregels doen dat gek genoeg ook altijd op volle snelheid, alsof het dan minder erg is.
Hoe kan je garanderen dat bestuurders niet alsnog in- en uitrijden?
Bij tunnels, bruggen, stegen en dergelijke zijn heel goed mobiele handhavingscamera's te plaatsen. Nu kan dat niet goed op deze plek, maar als elke auto die hier in of uit rijdt voortaan in overtreding is dan is dat een goede plek voor zo'n camera af en toe. Vooral als er kennelijk veel overtredingen zijn en auto's over het fietspad zullen rijden.
Dat is trouwens een behoorlijke overtreding, met een auto over een druk fietspad rijden. Je riskeert een conflict met een fietser en die kan je met je auto nooit snel genoeg achterhalen om je schade te verhalen. Ik betwijfel of veel automobilisten het zullen doen. Ze hebben dan het toekomstige bord 'doodlopende straat over 50m' bij het Van Limburgstirumplein (voor Doardi) gemist. En ook een bord en de weginrichting waarmee ze de Joan Melchiorstraat in worden gestuurd. De weginrichting zegt dan nee. Nu zegt die ja.
Als auto's omrijden, veroorzaakt dat dan niet meer vervuiling?
Een brandstofauto is vervuilend zodra die gaat rijden. Op de gemiddelde afstand van een autoritje is dit stukje extra minimaal, vergelijkbaar met de motor stationair laten draaien om op je telefoon te klooien. De meeste automobilisten zullen hun routines en routes aanpassen. De enige automobilisten die iets meer zullen rijden wonen ten noorden van het Van Limburgstirumplein. De rest rijdt ofwel evenwijdig aan de Haarlemmerweg naar de Van Hallstraat (stad uit) ofwel enkele tientallen meters om via de Van der Hoop en Van der Duijnstraat (centrum in). Maar juist de omwonenden die niet meer makkelijk de Haarlemmerweg in kunnen draaien hebben ook het meeste profijt van deze ingreep als ze niet in de auto rijden.
Als auto's omrijden, wordt de kans op ongelukken dan niet groter?
De twee andere kruisingen met de Haarlemmerweg zijn veiliger. Die met de Van Hallstraat is recent verbeterd. Die met de Van Der Duijnstraat heeft de status van een uitrit en moet al het verkeer voorrang geven totdat er niets meer aankomt. Ook is die niet zo onoverzichtelijk als de kruising met de Van Limburgstirumstraat nu, waar de grote stromen voetgangers en fietsers doorheen gaan.
Mensen klagen nu al over een onbereikbare buurt, hoe zorg je dat de wijk bereikbaar blijft voor bewoners?
Dan bedoelen ze vast bereikbaar voor automobilisten. De buurt is en blijft heel goed bereikbaar voor mensen. Nu al heeft de Van Limburgstirumstraat eenrichtingsverkeer vanaf de Haarlemmerweg. Dus de wijk in verandert er niets voor automobilisten. Wel wordt het duidelijker. De wijk uit wordt het omrijden naar de Van Hall. Richting centrum de Van der Duijnstraat. De gemeente kan een telling houden om hoeveel auto's het gaat en of de infrastructuur het aan kan.
In ruil daarvoor wordt deze plek veel rustiger en veiliger, want vooral 's avonds en 's nachts wordt er af en toe snel gereden omdat de asfaltweg daartoe uitnodigt. Een Van der Duijnstraat zal dat veel minder doen. Die is alleen te vinden met navigatie, het meeste verkeer zal via de Van Hall gaan.
Eigenlijk is het gek dat zowel de Van Limburgstirumstraat als de Van der Duijnstraat auto's op de Haarlemmerweg laten uitkomen. Tussen beide straten zit maar 100 meter.
Waarom kunnen we niet gewoon drempels plaatsen? Wat maakt de Haarlemmerweg veiliger als we de Limburg van Stirumstraat afsluiten? De ongelukken gebeuren op de Haarlemmerweg: mensen die van het park naar de Stirumstraat fietsen.
De onduidelijke situatie op deze kruising is de kern van het probleem. Als auto's geen optie meer hebben om af te slaan en alleen stoppen om fietsers en voetgangers over te laten steken wordt het veel overzichtelijker voor iedereen. Auto's stoppen om fietsers en voetgangers over te laten steken die allemaal tegelijk oversteken van links en rechts. Als de fietsers en voetgangers rood hebben (op de brug en vanuit de Van Limburgstirumstraat) hebben de automobilisten op de Haarlemmerweg groen. En andersom.
Volgende week gaat het in de gemeenteraad weer over het kasteel wat moet ermee gebeuren, onze petitie is al verstrekt maar om meer steun bij te zetten en de motie die ingediend gaat worden door verschillende fracties willen wij richting de 1000 handtekeningen.
Help het kasteel te behouden en zijn meerdere marktpartijen welke deze willen afmaken zonder steun van de gemeente Almere, dan komt er eindelijk een inkomstenbron ( te denken aan toeristenbelasting) voor de gemeente Almere jaar op jaar en met woningen worden nog de gemeente nog de inwoners geholpen.
Stuur het rond binnen je vrienden, familie, buren en dergelijke .
Ons verzoek is onder de aandacht bij de directeur HR van TempoTeam gebracht en deze heeft in haar reactie laten weten met het management van Spaklerweg deze door te geven. Omdat wij niet alle mailadressen in ons privé bestand hebben, kunnen we lang niet iedereen bereiken. geef het door svp.
Allereerst wensen we je gelukkig nieuwjaar!
Vandaag 2 januari hebben we ons pamflet Daarom JA tegen vluchtelingen in Houten-Oost wereldkundig gemaakt. In dit pamflet verduidelijken we aan de hand van 10 stellingen ons standpunt over het plan voor een 'Houten Hub' in Houten-Oost.
Je kunt het pamflet hier downloaden.
Het pamflet is vandaag onder meer gemaild naar de Houtense raadsfracties, het college van B&W, en lokale en landelijke media.
Ook zijn wij van plan de resultaten van onze petitie op 23 januari te overhandigen aan burgemeester Gilbert Isabella.
Het worden dus drukke en spannende weken.
https://www.youtube.com/watch?v=SjRyDZD-1ko&t=1s.
https://www.youtube.com/watch?v=zMAmc7_Gmd4&t=87s.
Ruim 22.000 mensen hebben een aanvraag gedaan voor een speciale schadevergoeding van 5000 euro voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid rekende aanvankelijk op zo'n 2000 aanvragen, dat zijn er dus al ruim tien keer zoveel.
Driekwart van de kinderen die vanaf 1945 in de jeugdzorg werden opgevangen - in pleeggezinnen en instellingen - kreeg te maken met fysiek, seksueel of psychisch geweld of was daar getuige van.
1 op de 10 was zelf slachtoffer.
Dat bleek uit een groot onderzoek in 2019 door een speciale commissie onder leiding van hoogleraar pedagogiek Micha de Winter. De kinderen werden decennialang onvoldoende beschermd door de overheid, was de conclusie.
https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5355165/schadevergoeding-geweld-jeugdzorg-ministerie-van-justitie#:~:text=Ruim%2022.000%20mensen%20hebben%20een,al%20ruim%20tien%20keer%20zoveel.
Kinderen die uithuisgeplaatst zijn, behoren in de eerste plaats veilig te zijn. Toch blijkt een aanzienlijk percentage van de kinderen die van 1945 tot heden in jeugdzorginstellingen of pleeggezinnen verbleven onvoldoende te zijn beschermd tegen fysiek, psychisch en seksueel geweld.
Hoewel dit zeker niet voor iedereen geldt, beschouwen deze ex-pupillen hun bejegening als liefdeloos en zeer hard. Toezichthoudende instanties hebben bij geweld onvoldoende ingegrepen.
Dat schrijft de Commissie De Winter in haar eindrapport “Onvoldoende beschermd, geweld in de Nederlandse jeugdzorg van 1945 tot heden”, dat vandaag is aangeboden aan de ministers De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en Dekker (Justitie en Veiligheid).
Aard en omvang van het geweld Slachtoffers meldden over de jaren voor 1970 fysiek en psychisch geweld dat vooral uitgeoefend werd door groepsleiding en pleegouders. Na 1970 verschuift dit naar meer fysiek geweld van pupillen onderling. Het psychisch geweld blijft ook in die periode aanwezig
Ook in de meest recente periode vinden veel betrokkenen - jeugdigen en groepsleiding - het klimaat nog onveilig, vooral in de gesloten jeugdzorg, de justitiële jeugdinstellingen en de opvanglocaties voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
Voor ex-pupillen blijkt psychisch geweld, zoals aanhoudend treiteren, vernederen en isoleren van grote invloed op hun latere leven. Veel genoemd worden psychosociale gezondheidsklachten, relatieproblemen en problemen met het opvoeden van eigen kinderen.
De commissie schat op basis van representatief onderzoek dat 1 op de 10 personen die ooit in de jeugdzorg verbleven, vaak tot zeer vaak geweld meemaakte. Bijna een kwart van de ondervraagden heeft nooit geweld meegemaakt. Uit datzelfde onderzoek bleek dat geweld in pleeggezinnen minder voorkwam dan in instellingen. Deze cijfers bevestigen het beeld van de commissie dat niet alle uit huis geplaatste kinderen in de jeugdzorg geweld ondervonden. Deelnemers aan het onderzoek rapporteerden ook goede ervaringen.
Oorzaken van geweld Een belangrijke onderzoeksvraag van de commissie was hoe dit geweld heeft kunnen gebeuren. Verschillende factoren hebben daarbij een rol gespeeld. De negatieve maatschappelijke kijk op het uit huis geplaatste kind werkte lange tijd geweld in de hand: strenge tucht werd veelal gezien als de manier om onmaatschappelijkheid en moreel verval van kinderen te bestrijden. In financiële zin is de Nederlandse jeugdzorg permanent onderbedeeld geweest, waardoor er onvoldoende middelen waren om geschikt personeel te vinden en voor langere tijd aan zich te binden. Onvoldoende professionaliteit (bijv. opleiding en methodieken) blijkt een belangrijke oorzaak van geweld, evenals het bij elkaar plaatsen van grote groepen kwetsbare kinderen. Een uitgebreide wet- en regelgeving die het kind beschermde, kwam pas in de jaren 90 van de grond. Een bredere professionalisering van de jeugdzorg zette pas in de jaren 90 door, en is ook heden ten dage nog niet af.
Het toezicht op de kinderen in instellingen en pleeggezinnen heeft in de gehele periode grote manco’s gekend. Doorgaans werd bij geweld niet ingegrepen. Pupillen konden of durfden niet over geweld te praten. Als er sprake was van geweld konden ze vrijwel bij niemand terecht. Het toezicht door Inspecties was in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog marginaal. Het uitgangspunt was dat de verantwoordelijkheid bij de particuliere instellingen lag. De toezichthoudende rol van de overheid werd in de jaren 70 groter, maar bleef in de praktijk daarna vooral op afstand. Uit het onderzoek komt naar voren dat de overheid, - uitgezonderd bij grote calamiteiten-, nauwelijks op signalen van geweld reageerde.
Aanbevelingen Het onderzoek van de commissie heeft geen gemakkelijk verhaal opgeleverd. Een aanzienlijke groep minderjarigen die onder verantwoordelijkheid van de overheid uit huis is geplaatst, is onvoldoende tegen geweld beschermd. Kinderrechten zijn geschonden en levens beschadigd. Ernstig en langdurig geweld kan niet volledig worden verklaard uit de destijds heersende pedagogische opvattingen. De commissie vindt dat alle betrokken partijen ruimhartig hun verantwoordelijkheid voor het geweld moeten accepteren.
De commissie doet verschillende aanbevelingen. In de eerste plaats is het van belang om slachtoffers van geweld in de jeugdzorg erkenning te bieden. Zo is het nodig dat het kabinet en de verschillende brancheorganisaties in de jeugdzorg erkennen dat te weinig is gedaan om geweld te voorkómen en te doen ophouden. De commissie pleit ervoor dat de lotgenotenorganisaties de komende jaren ruimhartig worden ondersteund. De honderden slachtoffers waarmee de commissie heeft gesproken, hebben vrijwel allemaal te kennen gegeven dat hun verhalen blijvend gehoord en verteld mogen worden. De archieven van de commissie moeten daarom publiek toegankelijk worden, uiteraard met inachtneming van de privacyregels. Ook is het volgens de Commissie van belang dat het hulpaanbod voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg verbetert.
Andere aanbevelingen zijn erop gericht de jeugdzorg in de toekomst veiliger te maken. Daartoe moeten plaatsingen in gesloten instellingen zoveel mogelijk worden voorkomen, de groepsgrootte worden verkleind, en moeten jongeren toegang krijgen tot onafhankelijke vertrouwenspersonen. Het toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd zou meer veldbezoeken en gesprekken met kinderen en jongeren moeten omvatten, waarbij geweld een vast gespreksthema is. De commissie stelt ten slotte voor dat de Kinderombudsman toezicht houdt op de daadwerkelijke implementatie van deze aanbevelingen.
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/06/12/eindrapport-commissie-onderzoek---de-winter-kinderen-werden-vanaf-1945-in-de-jeugdzorg-onvoldoende-beschermd-tegen-geweld
Naar aanleiding van het rapport ‘Marktbeeld Taxi’ stelt u onder andere de vraag of er een stop kan komen op het aantal taxivestigingen in Amsterdam. De gemeente Amsterdam kan binnen de huidige wetgeving geen maximum stellen aan het aantal gevestigde taxiondernemingen in Amsterdam.
De (landelijke) wet regelt dat iedereen die de juiste papieren en examens heeft, zich mag vestigen op de markt. De gemeente Amsterdam kent overigens wel een aantal instrumenten om de vestiging van ondernemingen te beïnvloeden, zoals bestemmingsplannen en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Deze zijn van toepassing op ondernemingen die daadwerkelijk fysiek gevestigd zijn (en diensten aanbieden) in Amsterdam.
In tegenstelling tot de door u genoemde supermarkt, zijn deze instrumenten voor ondernemers die taxivervoer aanbieden niet effectief: een taxiondernemer kan in heel Nederland gevestigd zijn, terwijl de verbonden chauffeurs in Amsterdam werken. Beperken van het aantal vestigingen in de stad heeft daarmee geen directe invloed op het aantal taxi’s of taxichauffeurs dat in de stad rijdt.