Geachte dames en heren, Sehr geehrte Damen und Herren,
Op donderdag 8 augustus 2019 19.30 uur wordt een informatiebijeenkomst georganiseerd in het gemeentehuis, Voorstraat 31, Wissenkerke, over de "Repowering Jacobahaven". Wie tegen dit project is, moet van de gelegenheid gebruik maken om persoonlijk bezwaar aan te tekenen. Wij zullen ook ter plaatse zijn!
Uw schriftelijke zienswijze kunt u sturen aan het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland, Postbus 3, 4490 AA Wissenkerke met onderwerp = het ontwerpbestemmingsplan planidentificatienummer NL.IMRO.1695.BPWindparkJacobahv-ON01
Die Gemeinde veranstaltet am Donnerstag, 8. August 2019 um 19:30 Uhr eine Informationsveranstaltung zum "Repowering Jacobahaven". Jeder, der gegen dieses Projekt ist, sollte die Gelegenheit nutzen und seine Einwände dort persönlich vorbringen. Wir werden auch vor Ort sein!
Wichtig ist auch, dass Sie bei der Gemeinde bis spätestens zum 14.08.2019 eine schriftliche Beschwerde einreichen. Die Adresse lautet: an het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland, Postbus 3, 4490 AA Wissenkerke, Nederland mit Betreff (Wichtig!) = het ontwerpbestemmingsplan planidentificatienummer NL.IMRO.1695.BPWindparkJacobahv-ON01 (Fax: +31 113 377 300). Bitte auf Niederländisch einreichen (- auf Deutsch verfassen und z.B. mit deepl.comübersetzen).
De belangrijkste informatie over het project uit de toepassing Dit zijn alle citaten uit de documenten die door e-connection zijn voorgelegd / Opmerkingen & aanvullingen zijn ophet Website "red het Banjaardstrand" blauw gemarkeerd!
Die wichtigsten Informationen zu dem Projekt aus dem Antrag (Dies sind alles Zitate aus den eingereichten Dokumenten von e-connection / Kommentare & Ergänzungen sind auf der Website "Rettet den Banjaardstrand" blau gekennzeichnet)
De bouwkosten (windturbines en civiele werkzaamheden) worden op dit moment geschat op circa € 8.811.000,-
Die Baukosten (Windkraftanlagen und Tiefbauarbeiten) werden derzeit auf ca. 8.811.000 € geschätzt.
Bestemmingsplan Citaat „verordening ruimte provincie Zeeland" (augustus 2012!) - Bestemmingsplan Noord-Beveland = augustus 2013! "Art. 2.4 In dit artikel worden regels gegeven voor windturbines. Die mogen worden geplaatst binnen op kaart 3 aangegeven locaties. De kaart bevat overigens geen exacte begrenzing van de locaties. Er zijn slechts 'stippen' op de kaart aangegeven. Gemeenten mogen de locaties zelf in hun bestemmingsplannen begrenzen. Het beleidsdoel is hoge windturbines alleen toe te laten binnen begrensde locaties en niet overal in het landelijk gebied (aantasting landschap door verspreide ontwikkeling voorkomen). Kleinere turbines (tot 20 meter hoog) mogen gemeenten ook elders toelaten.“
In de regels van de provincie wordt uitdrukkelijk verwezen naar de mogelijkheid voor de gemeente om haar activiteiten individueel vorm te geven. Het besluit van de provincie dateert van augustus 2012 - het bestemmingsplan van de gemeente werd in augustus 2013 opgesteld. Het is dan ook oneerlijk waarom er nu een ontheffing zou moeten worden verleend!
In het Bestemmingsplan is zelfs de ashoogte beperkt tot maximaal 82 meter! - Bron: "Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Regels" "16.2 Bouwregels De gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de ashoogte van windturbines bedraagt maximaal 82 meter; b. de bouwhoogte van overige voorzieningen bedraagt maximaal 3 meter; c. de capaciteit per windturbine bedraagt maximaal 3 MegaWatt, met dien verstande dat de gezamenlijke capaciteit per windpark maximaal 14,9 MegaWatt bedraagt."
Daarom moet er een uitzondering worden gemaakt - wij verdedigen ons hiertegen!
Bestemmingsplan / Flächennutzungsplan Zitat " verordening ruimte provincie Zeeland" (August 2012!) - Bebauungsplan Noord-Beveland = August 2013! "Art. 2.4 In diesem Artikel werden Regeln für Windkraftanlagen gegeben. Diese können in folgenden Bereichen platziert werden: auf der Karte 3 angegebene Standorte. Die Karte enthält keine genaue Grenze der Standorte. Es gibt nur "Punkte" auf der Karte. Die Gemeinden dürfen die Standorte selbst in ihren Bebauungsplänen bestimmen. Das politische Ziel ist es, nur die Nutzung hoher Windturbinen durch die Betreiber zuzulassen innerhalb enger Grenzen und nicht überall im ländlichen Raum (Landschaftsschäden durch verstreute Standorte). (z.B. durch weitreichende Entwicklung). Kleinere Turbinen (bis zu 20 Meter hoch) können die Gemeinden auch anderswo erlauben."
Die Bestimmungen der Provinz verweisen ausdrücklich auf die individuelle Gestaltungsmöglichkeit der Gemeinde. Der Beschluss der Provinz stammt vom August 2012 - der Flächennutzungsplan der Gemeinde wurde im August 2013 erstellt. Wieso dann jetzt eine Ausnahmegenehmigung erteilt werden soll, ist unredlich!
Im Bestemingplan (entspricht dem deutschen Flächennutzungsplan) wird sogar die Masthöhe auf maximal 82 Meter begrenzt! - Quelle: "Bestemmingsplan Landelijk Gebied, Regels":
"16.2 Bauvorschriften Für die Gebäude und Anlagen müssen folgende Regeln eingehalten werden: a. Die maximale Masthöhe von Windkraftanlagen beträgt 82 Meter; b. Die maximale Bauhöhe anderer Einrichtungen beträgt 3 Meter; c. die maximale Leistung pro Windturbine beträgt 3 MegaWatt, mit der Maßgabe, dass die kombinierte Kapazität pro Windpark 14,9 Megawatt nicht übersteigt."
Daher muss eine Ausnahmegenehmigung erteilt werden – gegen diese wehren wir uns!
Geluid / Lärm
Die Lärmkarte der neuen Turbinen
Cumulatieve geluidsbelasting na realisatie van de nieuwe windturbines (Lcum) In het MER is onderzocht wat de verandering wordt van het akoestische klimaat in het plangebied als gevolg van de nieuwe windturbineopstelling. Dit is gedaan door aan de hand van de methode Miedema alle relevante geluidsbronnen bij elkaar op te tellen en te vergelijken met de nieuwe situatie, zie figuur 5.2. Op basis van de methode Miedema wordt het huidige akoestische klimaat als zeer slecht beoordeeld. De nieuwe windturbines brengen daar qua geluidsbelasting geen verandering in.
Kumulative Lärmbelastung nach dem Bau der neuen Windkraftanlagen (Lcum)
Das MER untersuchte die Veränderung des akustischen Klimas im Planungsgebiet als Folge der neuen Aufstellung der Windturbinen. Dies geschah durch die Verwendung der Miedema-Methode, um alle relevanten Lärmquellen zu addieren und mit der neuen Situation zu vergleichen, siehe Bild 5.2. Basierend auf der Miedema-Methode wird das aktuelle akustische Klima als sehr schlecht bewertet. Daran ändern die neuen Windkraftanlagen nichts in Bezug auf den Geräuschpegel.

De geluidsbelasting van recreatiewoningen in het park de Banjaard en de camping Anna Friso is eveneens hoog. Recreatiewoningen en campings hoeven echter formeel niet aan geluidsnormen getoetst te worden. Gezien de hoge belasting beveelt de Commissie aan te onderzoeken of hier (toch) verbeteringen mogelijk zijn. Deze informatie kan dan nog een rol spelen bij afwegingen over dit deelproject.
Auch die Lärmpegel der Ferienhäuser im Banjaard-Park und auf dem Campingplatz Anna Friso sind hoch. Freizeithäuser und Campingplätze müssen jedoch nicht formell nach Lärmstandards geprüft werden. Angesichts des hohen Belastungniveaus empfiehlt die Kommission zu prüfen, ob in diesem Bereich Verbesserungen vorgenommen werden können oder nicht. Diese Informationen könnten dann bei der Betrachtung dieses Teilprojekts eine Rolle spielen.
Slagschaduw / Schlagschatten
Bij de normstelling ten aanzien van schaduwwerking wordt aangesloten bij de Activiteitenregeling. In de Activiteitenregeling is voorgeschreven dat een windturbine moet zijn voorzien van een automatische stilstandvoorziening indien de afstand tussen de windturbine(s) en woningen of andere slagschaduwgevoelige objecten minder dan 12x de rotordiameter bedraagt en indien de gemiddelde schaduw meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten valt op een raam van een gevoelig object. Dit is vertaald in een toetswaarde voor de maximale schaduwduur van 6 uur per jaar. Een dergelijke norm kan met een contour in een kaartbeeld worden weergegeven. De mate van slagschaduwhinder wordt in de Activiteitenregeling voorts enkel genormeerd voor geluidsgevoelige objecten. Recreatiewoningen, kampeerterreinen en de delen van het plangebied die in gebruik zijn voor de teelt van zeewier zijn geen geluidsgevoelige objecten.
Die Normen für Schattenwirkungen sind an die Aktivitätsverordnung angepasst. Die Aktivitätsverordnung schreibt vor, dass eine Windturbine mit einer automatischen Abschaltvorrichtung ausgestattet sein muss, wenn der Abstand zwischen der(n) Windturbine(n) und Häusern oder anderen Gegenständen, die empfindlich auf Schlagschatten reagieren, weniger als das Zwölffache des Rotordurchmessers beträgt und wenn der durchschnittliche Schatten mehr als 20 Minuten lang für mehr als 17 Tage pro Jahr auf ein Fenster eines empfindlichen Objekts fällt. Dies wird in einen Testwert für die maximale Schattendauer von 6 Stunden pro Jahr umgesetzt. Ein solcher Standard kann durch eine Kontur in einem Kartenbild dargestellt werden. Der Grad der Schlagschattenbelästigung ist nur für geräuschempfindliche Objekte in der Aktivitätskontrolle normiert. Ferienhäuser, Campingplätze und die für den Algenanbau genutzten Teile des Plangebietes sind keine lärmsensiblen Objekte.
Schlagschatten in der neuen Situation – die gelbe Linie gibt die Grenze vor, in deren Schlagschatten von mehr als 6 Stunden auftreten kann
Slagschaduw / Schlagschatten Het aantal slagschaduwuren in de nieuwe situatie is hoger dan in de bestaande situatie. Bij de uiteindelijke selectie van het nieuwe turbinetype moet een nieuwe stilstandsregeling bepaald worden.
Die Anzahl der Schlagschattenstunden in der neuen Situation ist höher als in der bestehenden Situation. Bei der Endauswahl des neuen Turbinentyps muss eine neue Stillstandsregelung festgelegt werden.
Natuurgebieden / Naturschutzgebiete Het project bevindt zich tussen twee beschermde natuurgebieden (Voordelta en Ooster-schelde). Uit het MER blijkt dat het project negatieve effecten heeft op beschermde soorten zoals meeuwen, steltlopers, vleermuizen en zeehonden. Ook is aangegeven dat sommige in-formatie over de gevolgen voor de natuur nog ontbreekt, zoals over vogel- en vleermuisaan-tallen. Maatregelen om effecten te beperken, zoals tijdelijk stilzetten van turbines, zijn vol-gens het MER vanwege kennisleemtes in ieder geval (voorlopig) nog nodig om slachtoffers onder vleermuizen te beperken. ...Uit voorzorg wordt daarom voorlopig ge-werkt met een stilstandvoorziening in de periode januari – augustus
Das Projekt liegt zwischen zwei Naturschutzgebieten (Voordelta und Oosterschelde). Die MER zeigt, dass das Projekt negative Auswirkungen auf geschützte Arten wie Möwen, Watvögel, Fledermäuse und Robben hat. Es wurde auch darauf hingewiesen, dass einige Informationen über die Folgen für die Natur noch fehlen, wie z.B. über Vogel- und Fledermauszahlen. Maßnahmen zur Begrenzung der Auswirkungen, wie z.B. die vorübergehende Abschaltung von Turbinen, sind nach der MER aufgrund von Wissenslücken zur Begrenzung der Opferzahlen bei Fledermäusen ohnehin (vorerst) noch erforderlich. ...Vorsichtshalber werden daher im Zeitraum Januar - August vorsorglich Stillstandseinrichtungen eingesetzt
**resultaat / Fazit: Door extra stilstandstijden voor de bescherming van de natuur (vleermuizen, etc.) en om te beschermen tegen nog meer schaduwen, wordt de efficiëntie van de installatie echter verminderd! Zonder subsidies geloven wij niet dat de investering economisch verantwoord is.
Daarom is de locatie niet geschikt volgens de beschikbare feiten.
Durch zusätzliche Stillstandzeiten zum Schutz der Natur (Fledermäuse, etc.) und zum Schutz vor noch mehr Schlagschatten, verringern aber die Effizienz der Anlage! Ohne Subventionen ist die Anlage unserer Einschätzung nach nicht wirtschaftlich.
Somit ist der Standort nach den vorliegenden Fakten ungeeignet.**
Bewaar het Banjaardstrand bij ons en dien een schriftelijke zienswijze in! Bitte retten Sie gemeinsam mit uns den Banjaardstrand und reichen Sie eine schriftliche Beschwerde auf niederländisch (z.B. übersetzt durch ein Online-Übersetzer wie deepl.com) ein!
Hartelijk dank! Anke Urban / Petitionaries - Initiatief "Red het Banjaardstrand"
Vielen Dank! Anke Urban / Petitionaries - Initiative "Rettet den Banjaardstrand"
De petitie is op dinsdag 20 januari aangeboden aan wethouder Strijk. Hij gaat zich verdiepen in de petitie en bekijkt de mogelijkheden. Hij neemt contact op met de indieners zodra hij meer kan vertellen.
Met vriendelijke groet, Griffie gemeenteraad Eindhoven.
Van dinsdag 13 januari tot en met maandag 23 februari 2026 kunt u meedenken over de invulling van de Nedersaksenlijn en reageren op de participatieaanpak.
.
Met genoegen kunnen wij meedelen dat de petitie succesvol is afgerond. De wijk draagt voortaan weer officieel de naam Kleiwegkwartier..
Dank u wel, Dirk uit Zwolle. Dat u op 21 januari om 12:35 de 20.000e ondertekening zette! .
Vandaag is een petitie gestart waarin studenten oproepen tot het inrichten van een stilteruimte op ROC Mondriaan. Met deze ruimte vragen zij aandacht voor rust, concentratie en welzijn binnen de school.
Studenten en betrokkenen worden uitgenodigd om de petitie te ondertekenen en zo het initiatief te steunen.
Na intensief overleg met de Omgevingsdienst zijn verdere geluidsmetingen gepland in de loop van 2026. Er is nog geen directe aanpak bekend van de problematiek.
Een omkasting of geluidswand is onze doelstelling. Ook U als omwonende kan bijdragen aan feedback. Noteer dagen en tijdstippen dat u het zeurende geluid goed waarneemt. U mag na enkele weken het overlastlogboek aan mij of direct aan de omgevingsdienst mailen. Onder het motto: Samen een sterk signaal afgeven.
Naast Decibel waarden zijn ook ; 1: Toetsing van Onrechtmatige hinder en 2 : Handhaving van Zorgplicht op BBT (Beste Beschikbare Technieken) beoogde doelen.
2 motoren zijn nog uit de jaren 70-80 Deze motoren zijn zeer gedateerd en vallen ruim buiten de BBT normen. Het niet voeren van demping op dergelijke motoren schendt zorgplicht BBT.
Blijf vooral de petitie ondertekenen en meld uw klacht ook bij de Gemeent en de Omgevingsdienst.
Bvd
Miljoenen demonstranten verzamelen zich zaterdag in de Verenigde Staten en internationaal voor gecoördineerde "No Kings"-demonstraties tegen het beleid en de agenda van president Donald Trump, zoals die door zijn regering worden afgedwongen.
Er vinden tegelijkertijd meer dan 2.600 bijeenkomsten plaats in grote en kleine steden, met ten minste één evenement gepland in elke Amerikaanse staat en demonstraties die zich uitstrekken over meerdere continenten, waaronder Duitsland, Portugal, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Praag..
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Mona Keijzer, beantwoordt vragen over de petitie aan Kamerleden Peter de Groot en Rajkowski:
Vraag 1
Bent u bekend met het voornemen van studentenhuisvester DUWO om het huidige
hospiteerbeleid aan te passen, onder meer door middel van een door DUWO bepaalde voorselectie van kandidaten via een centraal platform?
Antwoord
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het dat deze beleidswijziging de invloed van zittende bewoners op de keuze van nieuwe huisgenoten verkleint, terwijl DUWO tegelijkertijd publiekelijk stelt dat huurders de regie behouden?
Antwoord
Het ministerie van VRO is geen partij in deze wijziging. De beleidskeuzes zijn aan DUWO.
Vraag 3
In hoeverre deelt u de opvatting dat hospiteren essentieel is voor de harmonie,
veiligheid en leefbaarheid in studentenhuizen, waar bewoners intensief samenleven op beperkte woonruimte en met gedeelde voorzieningen?
Antwoord
Het is niet aan mij om uitspraken te doen over de wijze van verdelen van woningen met gedeelde voorzieningen.
In het land worden daarvoor verschillende systemen gebruikt. Dit varieert van vormen waarbij de zittende huurders met verschillende maten van vrijheid zelf kunnen kiezen, tot vormen waarbij de kamerzoekende zelf kan kiezen wanneer die volgens objectieve criteria aan de beurt is.
Vraag 4
Erkent u dat studentenhuizen vaak een specifieke cultuur of identiteit hebben, zoals
verenigingshuizen, en dat wijzigingen in hospiteerregels deze identiteitsgebonden
woongemeenschappen onevenredig kunnen raken?
Antwoord DUWO heeft als sociale woningcorporatie de verantwoordelijkheid om voor studenten die op achterstand staan zorg te dragen voor gelijke kansen. Zij wijst daarbij onder andere op de student van ver die een kamer nodig heeft om te kúnnen studeren, de eerste-generatie student die de weg niet voldoende weet en nog geen groot netwerk heeft of een MBO-student. Dat sluit direct aan bij haar taakstelling die zij heeft als Toegelaten Instelling die in het belang van de volkshuisvesting werkt. DUWO is daarbij onderworpen aan de regels van de Woningwet, de overlegwet huurders-verhuurders en heeft ook te maken met de bepalingen van de Wet Goed Verhuurderschap.
Verhuurders kunnen zich hierbij niet ontdoen van de plicht om de woningtoewijzing (gedeeltelijk) elders onder te brengen. In het kader van de Wet goed verhuurderschap acht ik het voor sociale studentenhuisvesters noodzakelijk om een heldere en transparante manier van toewijzing te hanteren, waar objectieve selectiecriteria een rol spelen. Coöptatie met een vorm van voorselectie voldoet aan deze voorwaarden.
Vraag 5
Hoe weegt u de brede signalen van gebrek aan draagvlak voor de voorgestelde wijzigingen, waaronder enquêteresultaten van huurdersorganisaties, brievenacties van studenten en bewoners, een omvangrijke petitie en gezamenlijke uitingen van studentenorganisaties over het belang van sterke woongemeenschappen voor studentencultuur en welzijn?
Antwoord
Het ministerie van VRO is geen partij in deze wijzigingen.
Vraag 6
In hoeverre acht u het proportioneel dat DUWO deze wijziging doorvoert in het vrije
hospiteersegment, terwijl volgens betrokken partijen reeds een groot deel van de
woningvoorraad via bestaande voorrangsregelingen al wordt toegewezen en de
voorgenomen wijziging bovendien geen enkele extra studentenkamer oplevert?
Antwoord
De vraag of en in welke mate bestaande voorrangsregelingen bijdragen aan het bredere beleidsdoel zie ik als onderdeel van het goede gesprek tussen DUWO en haar
stakeholders en is niet aan mij ter beoordeling.
Vraag 7
Deelt u de analyse dat het structurele tekort aan studentenkamers het werkelijke
kernprobleem is binnen de studentenhuisvesting, en dat aanpassing van het
hospiteerbeleid niet bijdraagt aan het vergroten van de capaciteit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het aanpassen van het hospiteerbeleid staat los van het verkleinen van het structurele tekort. Ik onderschrijf de noodzaak van meer studentenhuisvesting. Als ministerie zetten wij ons in voor de realisatie van 60.000 nieuwe studentenwoningen en zijn daarbij voorstander van meer woningen met gedeelde voorzieningen. DUWO levert daar een bijdrage aan.
Vraag 8
Hoe beoordeelt u het risico dat het door DUWO voorgestelde beleid de sociale
samenhang, stabiliteit en sociale veiligheid aantast in hechte studentenhuizen die
momenteel juist een belangrijke buffer vormen tegen eenzaamheid, prestatiedruk en
mentale klachten bij studenten?
Antwoord
Het Landelijke Actieplan Studentenhuisvesting (LAS) gaat in op het studentenwelzijn. Het ministerie van VRO is geen partij bij het door DUWO voorgestelde beleid.
Vraag 9
DUWO stelt dat aanscherping van het hospiteerbeleid nodig om te kunnen voldoen aan de Wet goed verhuurderschap (Wgv). Erkent u dat deze wet ziet op verhuurders en niet op bewoners die gezamenlijk een huisgenoot kiezen, en dat gemeenten en
huurdersorganisaties aangeven dat DUWO de Wgv te ruim interpreteert?
Antwoord
De Wet goed verhuurderschap (Wgv) richt zich tot verhuurders en verhuurbemiddelaars. Zij zijn verantwoordelijk voor het voorkomen van ongerechtvaardigd onderscheid en voor transparantie over de wijze waarop huurders worden geselecteerd wanneer sprake is van een openbaar aanbod van woonruimte. Dat betekent onder meer dat verhuurders en verhuurbemiddelaars verplicht zijn te werken met objectieve selectiecriteria, een transparant selectieproces en een motiveringsplicht voor de gekozen huurder. Zij moeten beschikken over een vastgelegde werkwijze om ongerechtvaardigd onderscheid te voorkomen, die openbaar is gemaakt en bekend is bij alle werknemers van de verhuurder/verhuurbemiddelaar. De Wgv sluit voor wat betreft het verbod op ongerechtvaardigd onderscheid aan bij de normen van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) en brengt daarin geen inhoudelijke beperking aan ten opzichte van het reeds bestaande recht. Daarbij mag de verhuurder bij de keuze voor een nieuwe huurder geen onderscheid maken op grond van de persoonskenmerken die de Awgb beschermt. Het gaat daarbij om: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid en burgerlijke staat.
De Wgv schrijft geen specifieke vorm van huurderselectie voor en verbiedt daarmee coöptatie of hospiteren niet. Ook selectie via coöptatie kan onder de Wgv plaatsvinden, mits deze op een transparante wijze is ingericht en binnen de kaders van het verbod op ongerechtvaardigd onderscheid blijft, zoals dat volgt uit de Awgb. Een manier waarop verhuurders uitvoering kunnen geven aan de wettelijke verplichtingen van de Wgv en Awgb is door schriftelijk vast te leggen en te communiceren (bijvoorbeeld via de website) dat nieuwe huurders worden geselecteerd middels coöptatie. Daarnaast dienen verhuurders de zittende huurders die bij de selectie betrokken zijn te instrueren dat de Wgv en de Awgb van toepassing zijn op de verhuurder. Op grond van de Awgb mogen zittende huurders bij coöptatie kan echter in sommige gevallen wel verdere eisen stellen aan kandidaat-huurders op grond van de persoonskenmerken die de Awgb beschermt en bijvoorbeeld huurders selecteren op basis van geslacht. Er mag echter nooit onderscheid worden gemaakt op basis van afkomst of huidskleur. Ook deze instructie kan schriftelijk worden vastgelegd als onderdeel van de werkwijze ter voorkoming van woondiscriminatie.
Hoe de verhuurder de wettelijke verplichtingen voortvloeiende uit de Wgv en Awgb concreet vertaalt in beleid, is in beginsel aan de verhuurder zelf. In hoeverre een verhuurder de Wgv aanleiding vindt om het eigen hospiteerbeleid aan te passen, betreft de wijze waarop die verhuurder invulling geeft aan zijn verantwoordelijkheden onder de wet.
Vraag 10
In hoeverre kunt u bevestigen dat de Wgv studentenhuisvesters niet verplicht om
hospiteren sterk in te perken en dat dit derhalve een beleidskeuze van DUWO betreft?
Antwoord
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 9 stelt de Wet goed verhuurderschap (wgv)
randvoorwaarden aan verhuurpraktijken, zoals onder andere het voorkomen van
ongerechtvaardigd onderscheid middels transparantie over de selectieprocedure en het gebruik van objectieve selectiecriteria. De Wgv laat ruimte voor verschillende vormen van huurderselectie, zolang niet in strijd met de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) wordt gehandeld.
Indien het huidige hospiteerbeleid van een verhuurder echter niet voldoet aan de
wettelijke randvoorwaarden voor verhuurpraktijken, dient een verhuurder het
hospiteerbeleid aan te passen.
Vraag 11
Kunt u uiteenzetten welke mogelijkheden u ziet binnen de Woningwet en de Wgv om het hospiteren als verworven praktijk in studentenhuizen te beschermen, mede gezien het belang van sterke woongemeenschappen voor studentencultuur, welzijn en sociale veiligheid?
Antwoord
De Wet goed verhuurderschap (Wgv) alsook de Algemene wet gelijke behandeling
(Awgb) laten ruimte voor het voortbestaan van coöptatie of hospiteren als
huurdersselectie. De Wgv en de Awgb maken geen einde aan het recht van zittende
bewoners om betrokken te zijn bij de keuze van een nieuwe huisgenoot, maar stellen
randvoorwaarden om ongerechtvaardigd onderscheid te voorkomen. Binnen dit
wettelijke kader kunnen verhuurders coöptatie blijven toepassen door transparant vast te leggen dat via coöptatie wordt geselecteerd, objectieve en kenbare selectiecriteria te hanteren, te beschikken over een vastgelegde en openbaar gemaakte werkwijze ter voorkoming van woondiscriminatie en door bewoners te instrueren dat de Wgv (en daarmee tevens de Awgb) op de verhuurder van toepassing is. Waarbij de zittende huurders, wanneer zij via een openbaar aanbod een huurder zoeken middels coöptatie, nimmer mogen selecteren op de verboden discriminatiegronden afkomst of huidskleur en daarbij een duidelijke werkwijze te hanteren.
Binnen het bestaande wettelijke kader kunnen verhuurders dus beleid voeren dat ruimte laat voor bewonersbetrokkenheid bij huurderselectie door middel van coöptatie, zolang dit zorgvuldig en non-discriminatoir wordt ingericht. Het is aan verhuurders zelf om binnen de wettelijke kaders keuzes te maken ten aanzien van zijn verantwoordelijkheden en de wijze waarop zij selectieprocedures inrichten.
Vraag 12
Welke beleidsinstrumenten staan de Rijksoverheid hierbij ter beschikking?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 11.
Vraag 13
Heeft u zicht op de vraag of ook andere studentenhuisvesters voornemens zijn hun hospiteerbeleid aan te scherpen of te beperken, en kunt u aangeven in hoeverre hiervan sprake is van een bredere ontwikkeling binnen de studentenhuisvesting?
Antwoord
Kences is de brancheorganisatie voor sociale studentenhuisvesters. De Kences-corporaties willen gelijke kansen voor alle woningzoekenden, zoals ook mbo-studenten en studenten met een beperking of extra ondersteuningsvraag. Vorig jaar hebben de leden van Kences de toegankelijkheid van hun huisvesting en hun toewijzingsbeleid met elkaar besproken. Daaruit kwam naar voren dat zij de toegankelijkheid van hun huisvesting willen vergroten met meer gelijke huisvestingskansen voor iedereen. Bij de keuze van de toewijzingsmethode wordt een goede sociale cohesie binnen studentenhuizen meegewogen. Hospiteren op basis van inschrijftijd is een voorbeeld van een toewijzingsmethode waarmee studentenhuisvesting voor álle studenten toegankelijker wordt.
Daarnaast heeft het Landelijk Platform Studentenhuisvesting afgelopen augustus een oplegger voor het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting ondertekend. Daarin hebben het ministerie van VRO, het ministerie van OCW, studentenhuisvesters en studenthuurders zich uitgesproken voor een toegankelijke woningmarkt voor álle studenten.
Vraag 14
Bent u bereid in gesprek te gaan met studentenhuisvesters, gemeenten,
huurdersorganisaties en studentenorganisaties over zowel de juridische interpretatie
van de Wgv als de maatschappelijke gevolgen van het beperken van het hospiteerbeleid?
Antwoord
Ik zie geen reden om een gesprek aan te gaan over het hospiteerbeleid van
studentenhuisvesters. De studentenhuisvesters blijven met hun voorstellen binnen de kaders van de wet.
Vraag 15
Als het antwoord ‘ja’ is op vraag 14: bent u bereid de Kamer te informeren over de
uitkomsten van dit overleg, inclusief een beoordeling van mogelijke maatregelen om het hospiteren te behouden als norm binnen de studentenhuisvesting en om
identiteitsgebonden studentenhuizen te beschermen?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 14.
Vraag 16
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord
Ja.