U, de petitionaris

Nieuws

De verdediging van de minister nu

De antwoorden van de minister tegen het snel invoeren van de helmplicht gaan nu ongeveer zo:

Uit de internetconsultatie bleek weerstand uit de samenleving, dat moeten wij beantwoorden.

Onze reactie: een internetconsultatie is om de kwaliteit uitvoerbaarheid van voorstellen te verbeteren. Het is geen opiniepeiling of stemming. De Tweede Kamer heeft het mandaat om het volk te vertegenwoordigen. Zie ook onze bijdrage. Detailhandel vreest 70% omzetdaling (dat is ondernemersrisico) en burgers klagen over ‘minder vrijheid’. Dat was de autogordel ook, maar je krijgt er meer veiligheid voor terug. De maatschappelijke winst is enorm qua zorgkosten en het leed veroorzaakt door hersenletsel. Dat weegt allemaal zwaarder.

Handhaving nodig, ze rijden te snel. Betere handhaving, minder letsel.

Onze reactie: brom- en snorfietsen zorgen allebei voor gewonden in de statistieken, maar de snorfietsers hebben meer hersenletsel. In de statistieken is het allemaal ‘letsel’, maar wel van een andere orde. Het is het verschil tussen een revalidatie en na een jaar weer kunnen functioneren voor de bromfietser versus levenslange zorg en afhankelijkheid bij hersenletsel. Daarnaast is het vreselijk voor de (al overbelaste) artsen om dat hersenletsel binnen te zien komen. Ze kunnen niet goed helpen!

En handhaving is in Amsterdam geprobeerd in 2015. Een survey toonde daarna aan dat 1 op de 2 snorfietsers aan was gehouden daarna. Met geen positieve gedragsverandering tot gevolg, integendeel.

Er komt inconsistentie in wetgeving: er bestaat een categorie L1e-A, de gemotoriseerde tweewieler.

Onze reactie: Dit is spijkers op laag water zoeken! Zo’n ding verkoopt slecht hier, het is meer voor de buurlanden waar een helm de norm is. Hier kan je een gewone e-bike zonder helm kopen, geen verzekering verplicht. De L1e-A heeft meer dan de 250Watt aan kracht, maar minder dan de 750Watt van een speedpedelec (die telt als bromfiets, met helmplicht). Hier is het een rare tussencategorie die niemand koopt. Enige toepassing: zonder helm over zandpaadjes als elektrische mountainbike met dikke banden. Ons groepje heeft 1 zo’n ding gezien in Drenthe. Kennelijk iemand die aan het eind van een lang zandpad woont. Voor dit ding kan gewoon de helm op voortaan. Omdat er een blauw plaatje achterop zit. Komt hier een uitzondering op, dan zal deze categorie de opvolger worden van de huidige snorfiets. De hele geschiedenis sinds 1975 met dit ding kan dan opnieuw beginnen.

Er zijn Solexrijders in de internetconsultatie die klagen, hoewel er geen cijfers over zijn

Onze reactie: Om hoeveel gaat het? Enkele honderden of duizenden van de 790.000? Ze kunnen prima een helm op, je trapt je niet overmatig in het zweet zoals de forensen op een snelle speed-pedelec. Het is een beetje bijtrappen en bij de start even, je valt niet flauw van in de helm opgehoopte hitte. De Solex destijds had ook al een helm met van die leren flapjes. Met helm is altijd veiliger. Eventueel vragen Solexliefhebbers voor een recreatieve toertocht een uitzondering bij de burgemeester voor die tijd en route, die heeft een discretionaire bevoegdheid daarvoor.

De wetgeving moet wel consistent zijn, want moet langs Raad van State

Onze reactie: Hadden de juristen van het ministerie de L1e-A gemist toen ze de tekst voor de internetconsultatie goedkeurden of is deze voor de gelegenheid opgeduikeld? De AMvB voor de helmplicht bij verplaatsen naar de rijbaan bij drukke fietspaden is wel langs de Raad van State gegaan zonder dat dit een obstakel was. Dus die ‘inconsistentie’ in de wetgeving bestaat al en is geen probleem voor wie dan ook.

De gemeente Amsterdam heeft in de internetconsultatie gemeld dat Solexrijders zich hebben gemeld met klachten toen er een helmplicht kwam

Onze reactie: De gemeente Amsterdam en heel veel andere grote steden willen als geen ander deze helmplicht. Voor deze kleine categorie heb je altijd de antwoorden: ‘pech, jammer, met helm op is veiliger’ en ‘organiseer een evenement met helmplicht-ontheffingen van de burgemeester’.

Handhaving wordt moeilijker en het verkeersbeeld onduidelijker

Onze reactie: Handhaven op de helmplicht wordt juist wèl makkelijker. Er zijn geen uitzonderingen meer. Mogelijk nemen bromfietsers het fietspad omdat handhavers pas na het passeren kunnen zien dat het geen snorfiets was. Dit is een klein, voornamelijk grootstedelijk, probleem. Ten opzichte van de gezondheidswinst door de helmplicht is dit niet belangrijk. Dat automobilisten nu de snelheid van scooters beoordelen aan de hand van de helm is vergezocht. Ze zouden nu onterecht een langzame snorfiets als een snelle bromfiets beoordelen. Automobilisten moeten nu ook fietsers, e-bikes en speed-pedelecs inschatten.

24-10-2020 | Petitie Helmplicht voor snorfiets

Overhandiging op 22 november 2022: Meer onderzoek naar (onverklaarde) gezondheidsklachten van vrouwen

Op Tweede Kamer.nl staat de overhandiging aangekondigd op 22 november 2022 om 13:45 van de petitie door Voices for Women.

Petitie-overhandiging op 15 november 2022: AOW-gat Surinamers

Op Tweede Kamer.nl staat de overhandiging aangekondigd van een petitie AOW-gat Surinamers door Het Overkoepelend Orgaan Bestrijding AOW-gat Surinaamse ex-Koninkrijksgenoten (HOOB).

.

05-11-2022 | Petitie Repareer het AOW-gat

Sam naar VVMONNICKENDAM

Steun Sam en Monnickendam in deze lastige periode..

Informatie avond over Zonnepark Venrays Broek

Er is een inloopavond over het zonnepark op Venrays Broek op woensdag 9 november aanstaande tussen 17.00 en 20.00u in het gemeentehuis in Venray. Voor diegenen die vragen hebben, ze kunnen hier dan gesteld worden!

De gemeente zou ons (de werkgroep) nog informatie over de inloopavond sturen, maar dat doen ze niet verwachten we.

+Lees meer...

Ze hanteren een straal van 500m rondom Venrays Broek voor het informeren vertelde de wethouder ons laatst. Dat is 1 huis.

Kom op 9 november naar de Raad van State!

Samen met jullie - meer dan 400 omwonenden en betrokkenen - zijn we tegen het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers in het rijksmonumentaal Zocherpark, naast speeltuin 'Het Kleine Bos'. Inmiddels is het alweer twee jaar geleden dat we - op 27 oktober 2020 - de petitie online aanboden aan wethouder Diepeveen.

Afvalcontainers in het Zocherpark naast de speeltuin

Het Zocherpark is een rijksmonument.

+Lees meer...

De containers zouden geplaatst worden in de wortels van monumentale bomen en pal naast de populaire speeltuin 'Het Kleine Bos'. Niemand wil dit, glasscherven, stank, rommel en extra verkeer op een van de mooiste plekjes van Utrecht waar dagelijks kinderen spelen. Het is hier extra druk vanwege de school en mede door de onoverzichtelijke bocht kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan. Er is veel gebeurd en veel werk verricht. Binnenkort wordt de zaak behandeld bij de Raad van State, het eindstation.

Zitting Raad van State op 9 november, kom je ook?

Op woensdag 9 november om 10 uur wordt de zaak behandeld door de Raad van State. De zitting mag door iedereen worden bijgewoond. Het zou mooi zijn als zoveel mogelijk belanghebbenden en geïnteresseerden aanwezig zijn.

Routebeschrijving en praktische informatie

Het adres is: Kneuterdijk 22 in Den Haag. Het is belangrijk om op tijd aanwezig te zijn. Meld je uiterlijk om 9.45 bij de balie in de hal voor 'de zaak v.d. Glas e.a. versus B&W van Utrecht i.z. ondergrondse containers (ORAC's) bij ND/WD'.

Heb je vragen? Stuur dan een e-mail naar: katharinavdmeer@gmail.com.

Rathenau Instituut adviseert Tweede Kamer over petities

De Tweede Kamer kan burgers eenvoudiger laten meepraten, is kort samengevat het advies van het Rathenau Instituut.

De Tweede Kamer vroeg: hoe functioneren petities en burgerinitiatieven in de praktijk? Kan een digitaal platform van de Tweede Kamer ervoor zorgen dat meer burgers er gebruik van maken?

Want weinig petities vanaf petities.nl bereiken de Tweede Kamerleden namelijk.

+Lees meer...

Ze komen er niet aan toe om hier te kijken, ze verwachten dat de petitie overhandigd wordt. Dan kunnen ze even praten met de petitionaris, vragen stellen, bedenken wat ze er politiek mee kunnen, de onderliggende emoties goed aanvoelen om te kunnen overdragen richting de regering.

In het rapport staat dan ook dat ze deze overhandiging enorm waarderen, dat kan zelfs op puntjes iets beter. Voor organisaties is het een bekende route, maar voor burgers niet. Hoe kan dit volgens u beter?

Mailt u uw gedachten over petities, reacties op wat u heeft gelezen in het rapport en eventuele ervaringen naar ons. We zullen reacties verzamelen en in eerste instantie geanonimiseerd plaatsen in het Handboek Petities.

UPDATE: de overhandiging aan de Kamervoorzitter vond plaats op dinsdag 14 februari 2023 en is terug te kijken.

04-11-2022

4 November 2022 : Antwoorden op vragen Fractie Samen Waalwijk van College B&W

Aan de fractie van Samen Waalwijk Ons kenmerk Uw brief Uw kenmerk Betreft Geachte fractie, 2022-055149 Behandeld door Documentnummer Datum verzonden E. de Vries D2022-10-012148 03-11-2022

Vragen art.47 beantwoorden inzake overeenkomst directeur Schoenenkwartier. U heeft het college op 3 oktober vragen gesteld op basis van artikel 47 van het Reglement van Orde.

+Lees meer...

Hieronder vindt u in cursief uw vragen met daaronder de antwoorden. Voor de duidelijkheid hebben we tussen de vragen en antwoorden de stukken tekst -vetgedrukt- opgenomen die ook in de schriftelijke vragen stonden. We vinden het opvallend dat het college zichzelf tegenspreekt in de beantwoording van onze vragen. Dat vraagt om een duidelijke motivering van uw college. Het college neemt het standpunt in dat het niet treedt in interne aangelegenheden bij het Schoenenkwartier. Dat verbaast ons, omdat het college medio 2017 wel intervenieerde in interne aangelegenheden bij het toenmalig SLEM. Vorig jaar nog intervenieerde het college in interne aangelegenheden bij De Tavenu. De portefeuillehouder kondigde publiekelijk aan een benchmarkonderzoek uit te laten voeren naar het loongebouw bij De Tavenu. Wat ons betreft is dit eveneens inmenging in een interne aangelegenheid, zeker bij een organisatie waarmee een budgetsubsidie overeenkomst bestaat, waarbij de gemeente op resultaten dient te beoordelen. Wij hadden vanuit onze zorg voor de continuïteit van het museum en vanwege eerdere interventies van uw college in interne aangelegenheden een actievere houding verwacht. De bij het team, de vrijwilligers, de lokale, regionale en landelijke schoenen- en lederbranche, is fnuikend voor het draagvlak voor het museum. Dat hoeft niet te betekenen dat uw college zelf als bemiddelaar optreedt, maar u kunt ook een ‘commissie van wijzen’ aanstellen, die onafhankelijk advies uitbrengt. Vraag 1: Waarom heeft u zich in de boven genoemde gevallen wel rechtstreeks geïntervenieerd in interne aangelegenheden, en weigert u nu -vanuit het oogpunt van het gemeentelijk belang (financieel risico, imagoschade en maatschappelijke onrust)- te interveniëren? Antwoord 1: Het College vindt de situaties niet vergelijkbaar. Bij de Tavenu betrof de discussie de prestatieafspraken versus de exploitatie. De kwestie – het aflopen van een tijdelijk arbeidscontract - bij het Schoenenkwartier betreft een aangelegenheid met een individu.

Vraag 2: Waarom stelt u in uw beantwoording dat het college geen verantwoordelijk draagt in het personeelsbeleid van het Schoenenkwartier, maar neemt u deze verantwoordelijkheid wel waar het gaat om de benchmark naar het loongebouw van De Tavenu, waar uw college niets mee van doen heeft? Antwoord 2: Het College heeft dit onderzoek laten uitvoeren om te bezien of het subsidiebedrag versus de prestatieafspraken passend zijn. Vraag 3: Waarom meet u met verschillende maten? Bent u met ons van mening dat dit leidt tot willekeur in benadering van organisaties? Antwoord 3: Er wordt niet met verschillende maten gemeten. Wij zijn het dan ook oneens met uw stelling. Vraag 4: Als u vindt dat de gemeente geen rol speelt in deze interne kwestie, waarom heeft u de raad dan geïnformeerd over het besluit van het bestuur om de overeenkomst met de directeur niet te verlengen? Dat is toch een taak van het bestuur? Bent u met ons van mening dat alleen al door deze bestuurdersbrief uw college de schijn van inmenging in interne kwesties oproept? Antwoord 4: Nee, het College heeft u, in overleg met het bestuur, pro actief geïnformeerd over deze kwestie. Het College is immers van mening dat, wanneer zij kennisneemt van een aangelegenheid als deze, transparant moet communiceren met uw Raad. Vraag 5: Heeft u overwogen om een ‘commissie van wijzen’ aan te stellen, die na het horen van alle partijen een advies uitbrengt om uit de ontstane, uiterst ongewenste impasse te komen? Zo ja, wat heeft u ervan weerhouden om een dergelijke commissie in te stellen? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te overwegen? Antwoord 5: Nee, het College is hier niet verantwoordelijk voor. U geeft aan in de afgelopen tijd verschillende gesprekken te hebben gevoerd met betrokkenen. Vraag 6: Waarom heeft u deze gesprekken gevoerd als u zich afzijdig wilt houden van dit conflict? Antwoord 6: Het College hecht veel waarde aan de continuïteit van het Schoenenkwartier en heeft zich daarom laten informeren door het bestuur en de directeur van het Schoenenkwartier zonder inhoudelijk in te gaan op het arbeidsgeschil. Vraag 7: Kunt u de raad -met inachtneming van de privacy van betrokkenen- aangeven wat u uit deze gesprekken heeft opgehaald? Antwoord 7: De gesprekken gingen met name om de continuïteit van het museum, de laatste

bouwactiviteiten met betrekking tot het museum als lid van de stuurgroep en daarnaast, in relatie tot de continuïteit, informatie over het verlopen van het tijdelijke contract van de directeur en het proces rond het instellen van de Raad van Toezicht. Bij belangrijke ontwikkelingen hebben wij u direct geïnformeerd. Ondanks dat het college zich afzijdig wil houden in dit interne conflict, geeft u in uw beantwoording wel aan dat u geen redenen heeft om te twijfelen aan de besluiten van het bestuur. Met dit antwoord houdt u zich niet afzijdig, maar kiest u expliciet partij voor het bestuur. Vraag 8: Op grond van welke bevindingen komt u tot de conclusie dat u geen reden heeft te twijfelen aan de besluiten van het bestuur? Antwoord 8: We hebben de afgelopen 5 jaar goed samengewerkt met het bestuur. Zij communiceren altijd transparant en houden ons goed op de hoogte van de besluiten die zij nemen. Vraag 9: Bent u het met ons eens dat door deze zinsnede in uw beantwoording uw college de kant van het bestuur kiest en daarmee toch een standpunt inneemt in dit volgens u interne conflict? Antwoord 9: Nee, wij zijn het niet met u eens. Als uw college geen twijfels heeft over het huidige besluit van het bestuur om het contract met de huidige directeur niet te verlengen, mogen op zijn minst vanuit het college kritische vragen gesteld worden over de gevoerde selectieprocedure. Het gaat immers om een voor uw college prestigeproject dat na een ongelukkige aanloop een debacle als zich nu voordoet, uitermate onwenselijk is. Vraag 10: Heeft u met het bestuur gereflecteerd over de gevoerde selectieprocedure, waarbij ook is stilgestaan bij het beoordelingsvermogen van dit bestuur? Dit bestuur heeft de huidige directeur immers geselecteerd uit ’39 topkandidaten, waarbij de huidige directeur er met kop en schouders bovenuit stak; zo heeft het bestuur bij de aanstelling de directeur zelf gepresenteerd. Zo ja, welke conclusies zijn daaruit getrokken? Zo nee, waarom heeft u dit niet gedaan? Antwoord 10: Nee. Zoals bij geen enkele gesubsidieerde organisatie mengen wij ons als gemeente in te voeren selectieprocedures voor de eerdere of een nieuwe directeur. Die wordt gevoerd door het bestuur of door de toekomstige Raad van Toezicht. U geeft in de beantwoording aan dat zo spoedig mogelijk wordt overgegaan naar de nieuwe governance structuur. U voert daarover gesprekken. In de beantwoording van onze onderhandse vragen geeft u aan geen deadline aan het huidige bestuur gesteld te hebben voor de overgang naar een raad van toezicht. U geeft aan dat dit een taak van het bestuur is. Dit standpunt verbaast ons. Als opdrachtgever voor de bouw van het museum en subsidieverlener van het Schoenenkwartier heeft uw wel degelijk mogelijkheden om voorwaarden aan de governance te stellen, zeker gelet op het feit dat het mislukken van dit majeure project zijn weerslag heeft op het imago van de gemeente – dit nog los van eventuele financiële risico’s. Vraag 11: Waarom heeft u -gelet op de kwetsbaarheid van een tweekoppig bestuur- niet eerder aangestuurd op het instellen van een raad van bestuur? Dit zou immers al in 2021 gerealiseerd zijn?

Antwoord 11: Het bestuur bestond tot net voor de zomer uit 3 personen. De Raad van Toezicht zou na de opening opgericht worden. Na de opening zijn door het bestuur stappen ondernomen voor de selectie van de leden van de Raad van Toezicht. Vraag 12: Waarom houdt u zich afzijdig van het bespoedigen van de instelling van een raad van toezicht, terwijl uw college vanuit de rol van opdrachtgever voor de bouw van het museum en subsidieverlener wel degelijk de mogelijkheden heeft om hier actief in te acteren? Antwoord 12: De vorm van de aansturing van een stichting en/of vereniging is geen verantwoordelijkheid van de gemeente. Wij respecteren de besluiten van het bestuur. Vraag 13: Bent u zich ervan bewust dat als de continuïteit van het museum door de huidige onrust binnen en buiten het museum in het gedrang komt, dit direct zijn weerslag heeft op uw college? Graag een toelichting hierop. Antwoord 13: De reden dat het College in gesprek blijft met het bestuur en de directeur is in verband met het borgen van de continuïteit. In de beantwoording van onze onderhandse vragen geeft u aan dat de stuurgroep op 28 september jl. is opgeheven maar dat er nog een aantal werkzaamheden moeten worden gedaan, die onder de garantie vallen. Ook dit bevreemdt ons, omdat de stuurgroep door de gemeente als opdrachtgever voor de bouw van het museum is ingesteld en verantwoordelijk is voor het gehele bouw- en inrichtingsproces tot de definitieve oplevering. Zolang er nog werkzaamheden moeten worden uitgevoerd -of deze nu vallen onder de garantie of niet- kan er geen sprake zijn van een definitieve oplevering. Daarnaast hebben wij uit gesprekken met verschillende betrokkenen begrepen dat het huidige subsidiebudget ontoereikend is om de ambities van de gemeente waar te maken. Daarom de volgende vragen. Vraag 14: Wanneer moeten de werkzaamheden afgerond zijn? Wie is verantwoordelijk voor het toezicht op het ordentelijk uitvoeren van deze werkzaamheden? De gemeente als opdrachtgever, c.q. de stuurgroep of het museum? Antwoord 14: De basisopdracht, (ver)bouw en realisatie expositie, is afgerond. Het gebouw is op de gebruikelijke wijze in beheer overgedragen aan de vastgoedmedewerkers binnen het team TORV. Een stuurgroep in stand houden is dan ook niet langer zinvol. Vraag 15: Wie is er nu verantwoordelijk voor de definitieve oplevering? De gemeente of het museum? Wie maakt er aanspraak op de garantiebepalingen? De gemeente of het museum? Wie treedt op als er conflicten over de afrondende werkzaamheden ontstaan? De gemeente of het museum? Antwoord 15: Dit was een gezamenlijke opdracht van de gemeente en het museum. De gemeente blijft als opdrachtgever van de bouw van het Schoenenkwartier zodoende medeverantwoordelijk voor het afwikkelen van eventuele garantiekwesties.

3 oktober:Fractie Samen Waalwijk stelt schriftelijke vragen aan College van B&W

" Zeg John, zijn al die vragen van de Fractie Samen Waalwijk al beantwoordt "
" Daar zeg je me wat Timo " " Ik zou het echt niet weten" !

College van Burgemeester en wethouders Waalwijk, 3 oktober 2022 Onderwerp: schriftelijke vragen ex art. 47: vervolgvragen niet verlengen overeenkomst directeur Schoenenkwartier Geacht college, We hebben met belangstelling kennis genomen van de beantwoording van onze eerdere vragen.

+Lees meer...

We vinden het opvallend dat het college zichzelf tegenspreekt in de beantwoording van onze vragen. Dat vraagt om een duidelijke motivering van uw college. Het college neemt het standpunt in dat het niet treedt in interne aangelegenheden bij het Schoenenkwartier. Dat verbaast ons, omdat het college medio 2017 wel intervenieerde in interne aangelegenheden bij het toenmalig SLEM. Vorig jaar nog intervenieerde het college in interne aangelegenheden bij De Tavenu. De portefeuillehouder kondigde publiekelijk aan een benchmarkonderzoek uit te laten voeren naar het loongebouw bij De Tavenu. Wat ons betreft is dit eveneens inmenging in een interne aangelegenheid, zeker bij een organisatie waarmee een budgetsubsidie overeenkomst bestaat, waarbij de gemeente op resultaten dient te beoordelen. Wij hadden vanuit onze zorg voor de continuïteit van het museum en vanwege eerdere interventies van uw college in interne aangelegenheden een actievere houding verwacht. De bij het team, de vrijwilligers, de lokale, regionale en landelijke schoenen- en lederbranche, is fnuikend voor het draagvlak voor het museum. Dat hoeft niet te betekenen dat uw college zelf als bemiddelaar optreedt, maar u kunt ook een ‘commissie van wijzen’ aanstellen, die onafhankelijk advies uitbrengt. Dat leidt bij ons tot de volgende vragen: 1. Waarom heeft u zich in de boven genoemde gevallen wel rechtstreeks geïntervenieerd in interne aangelegenheden, en weigert u nu -vanuit het oogpunt van het gemeentelijk belang (financieel risico, imagoschade en maatschappelijke onrust)- te interveniëren? 2. Waarom stelt u in uw beantwoording dat het college geen verantwoordelijk draagt in het personeelsbeleid van het Schoenenkwartier, maar neemt u deze verantwoordelijkheid wel waar het gaat om de benchmark naar het loongebouw van De Tavenu, waar uw college niets mee van doen heeft? 3. Waarom meet u met verschillende maten? Bent u met ons van mening dat dit leidt tot willekeur in benadering van organisaties? 4. Als u vindt dat de gemeente geen rol speelt in deze interne kwestie, waarom heeft u de raad dan geïnformeerd over het besluit van het bestuur om de overeenkomst met de directeur niet te verlengen? Dat is toch een taak van het bestuur? Bent u met ons van mening dat alleen al door deze bestuurdersbrief uw college de schijn van inmenging in interne kwesties oproept? 5. Heeft u overwogen om een ‘commissie van wijzen’ aan te stellen, die na het horen van alle partijen een advies uitbrengt om uit de ontstane, uiterst ongewenste impasse te komen? Zo ja, wat heeft u ervan weerhouden om een dergelijke commissie in te stellen? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te overwegen? U geeft aan in de afgelopen tijd verschillende gesprekken te hebben gevoerd met betrokkenen. 6. Waarom heeft u deze gesprekken gevoerd als u zich afzijdig wilt houden van dit conflict? 7. Kunt u de raad -met inachtneming van de privacy van betrokkenen- aangeven wat u uit deze gesprekken heeft opgehaald? Ondanks dat het college zich afzijdig wil houden in dit interne conflict, geeft u in uw beantwoording wel aan dat u geen redenen heeft om te twijfelen aan de besluiten van het bestuur. Met dit antwoord houdt u zich niet afzijdig, maar kiest u expliciet partij voor het bestuur. 8. Op grond van welke bevindingen komt u tot de conclusie dat u geen reden heeft te twijfelen aan de besluiten van het bestuur? 9. Bent u het met ons eens dat door deze zinsnede in uw beantwoording uw college de kant van het bestuur kiest en daarmee toch een standpunt inneemt in dit volgens u interne conflict? Als uw college geen twijfels heeft over het huidige besluit van het bestuur om het contract met de huidige directeur niet te verlengen, mogen op zijn minst vanuit het college kritische vragen gesteld worden over de gevoerde selectieprocedure. Het gaat immers om een voor uw college prestigeproject dat na een ongelukkige aanloop een debacle als zich nu voordoet, uitermate onwenselijk is. 10. Heeft u met het bestuur gereflecteerd over de gevoerde selectieprocedure, waarbij ook is stilgestaan bij het beoordelingsvermogen van dit bestuur? Dit bestuur heeft de huidige directeur immers geselecteerd uit ’39 topkandidaten, waarbij de huidige directeur er met kop en schouders boven uit stak; zo heeft het bestuur bij de aanstelling de directeur zelf gepresenteerd. Zo ja, welke conclusies zijn daaruit getrokken? Zo nee, waarom heeft u dit niet gedaan? U geeft in de beantwoording aan dat zo spoedig mogelijk wordt overgegaan naar de nieuwe governance structuur. U voert daarover gesprekken. In de beantwoording van onze onderhandse vragen geeft u aan geen deadline aan het huidige bestuur gesteld te hebben voor de overgang naar een raad van toezicht. U geeft aan dat dit een taak van het bestuur is. Dit standpunt verbaast ons. Als opdrachtgever voor de bouw van het museum en subsidieverlener van het Schoenenkwartier heeft uw wel degelijk mogelijkheden om voorwaarden aan de governance te stellen, zeker gelet op het feit dat het mislukken van dit majeure project zijn weerslag heeft op het imago van de gemeente – dit nog los van eventuele financiële risico’s. 11. Waarom heeft u -gelet op de kwetsbaarheid van een tweekoppig bestuur- niet eerder aangestuurd op het instellen van een raad van bestuur? Dit zou immers al in 2021 gerealiseerd zijn? 12. Waarom houdt u zich afzijdig van het bespoedigen van de instelling van een raad van toezicht, terwijl uw college vanuit de rol van opdrachtgever voor de bouw van het museum en subsidieverlener wel degelijk de mogelijkheden heeft om hier actief in te acteren? 13. Bent u zich ervan bewust dat als de continuïteit van het museum door de huidige onrust binnen en buiten het museum in het gedrang komt, dit direct zijn weerslag heeft op uw college? Graag een toelichting hierop. In de beantwoording van onze onderhandse vragen geeft u aan dat de stuurgroep op 28 september jl. is opgeheven maar dat er nog een aantal werkzaamheden moeten worden gedaan, die onder de garantie vallen. Ook dit bevreemdt ons, omdat de stuurgroep door de gemeente als opdrachtgever voor de bouw van het museum is ingesteld en verantwoordelijk is voor het gehele bouw- en inrichtingsproces tot de definitieve oplevering. Zolang er nog werkzaamheden moeten worden uitgevoerd -of deze nu vallen onder de garantie of niet- kan er geen sprake zijn van een definitieve oplevering. Daarnaast hebben wij uit gesprekken met verschillende betrokkenen begrepen dat het huidige subsidiebudget ontoereikend is om de ambities van de gemeente waar te maken. Daarom de volgende vragen. 14. Wanneer moeten de werkzaamheden afgerond zijn? Wie is verantwoordelijk voor het toezicht op het ordentelijk uitvoeren van deze werkzaamheden? De gemeente als opdrachtgever, c.q. de stuurgroep of het museum?
15. Wie is er nu verantwoordelijk voor de definitieve oplevering? De gemeente of het museum? Wie maakt er aanspraak op de garantiebepalingen? De gemeente of het museum? Wie treedt op als er conflicten over de afrondende werkzaamheden ontstaan? De gemeente of het museum? 16. Wij vernemen graag of de kosten voor realisatie van het museum binnen de door de raad beschikbaar gestelde kredieten zijn gebleven. Wij ontvangen van u graag een duidelijk kostenoverzicht. Mochten er (onvoorziene) kosten zijn weggeschreven op andere posten, dan ook hiervan graag een overzicht. 17 .Ook verzoeken wij u ons een berekening te overleggen waaruit blijkt of het beschikbaar gestelde subsidiebudget voor 2022-2025 voldoende is om te voldoen aan de door de gemeente gestelde ambities. Wij zien de beantwoording van onze vervolgvragen met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet,Samen Waalwijk Bea de Jongste en Luuk Ottens