Door mijn kennis te structureren en verder onderzoek te doen voor mijn boek over fotorecht is een ding wel duidelijk: De auteurswet is hopeloos gedateerd en dat lijkt geen toeval. Uitgevers hebben afgelopen jaren meer rechten gekregen en fotografen minder. De inningsindustrie lobbyt stevig.
Veel meer dan een desinfecterend zonnetje kan ik helaas niet doen. Dus daar gaan we weer:
45.000 euro boete voor Photoclaim en Fechner
Al in 2022 blijkt de beruchte fototrol Photoclaim met advocaat Robert Fechner beboet te zijn door de mededingingsautoriteit in Italië. Niets, echt niets, lazen we daarover in de Nederlandse pers. En ook na mijn stuk op Netkwesties is het vooralsnog niet opgepikt. Met ANP en DPG Media die zelf massaal onredelijke fotoclaims laten versturen niet verwonderlijk.
Ook Copytrack blijkt onderzocht te zijn
De Italiaanse mededingingsautoriteit blijkt ook Copytrack onderzocht te hebben. Zij heeft echter alle aantijgingen toegegeven en beloofd om haar leven te beteren. In Italië lijkt Copytrack niet meer actief.
De Nederlandse mededingingsautoriteit geeft aan dat zij in tegenstelling tot de Italiaanse mededingingsautoriteiten alleen de bevoegdheid heeft om namens particulieren op te treden. Ik betwijfel dat, ZZP-ers dienen mijns inziens dezelfde rechtsbescherming te krijgen als particulieren.
De Italiaanse auteurswet
Ik dook nog eens in oude Italiaanse nieuwsberichten over de twee fototrollen en ontdekte dat Italië een apart hoofdstuk heeft in de wet voor foto’s.
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Nederland met opzet niks in de wet zet over hergebruik van foto’s op internet. Dan blijft er namelijk lekker veel over om over te bakkeleien. Kunnen er uurtjes geschreven worden. Met als triest dieptepunt de discussie of het portretrecht uit 1912 wel of niet geldt bij digitaal gebruik. Terwijl dat hele portretrecht met de komst van de AVG geschrapt kan worden uit de wet.
Ik heb de petitie Update de auteurswet nieuw leven ingeblazen, onder andere dus naar aanleiding van de Italiaanse auteurswet.
Onderzoeksrapport
Kort na start van deze petitie was er al een motie over en nu, ruim vier jaar, later ligt er een onderzoeksrapport. Het zoveelste zoethoudertje. De zelfbenoemde beschermers van het auteursrecht helpen het om zeep: Door keer op keer niet te benoemen dat de rechten van freelancers misbruikt worden door mediagiganten en de kleine fotogebruiker als zondebok aan te wijzen voor de dalende inkomsten.
Ik geloof dat ik dat het meest frustrerendste vind. Dat fotografen niet door hebben hoe hun auteursrecht uitgebuit wordt en meegaan in het frame dat de kleine fotogebruiker hun foto’s jat.
Vergeten groente
Ik zie regelmatig claims voor foto’s waarvan de rechten zijn vervallen en kwam zo een merkwaardig wetsartikel tegen. Met artikel 45o Aw blijkt een vervallen recht weer tot leven gewekt te kunnen worden: Van een werk dat nooit is uitgegeven en waarvan de rechten zijn vervallen krijgt de uitgever in Nederland 25 jaar lang het auteursrecht.
Bizar! Het betekent dat de partij die negatieven bemachtigd van een particulier die meer dan 70 jaar dood is auteursrechten krijgt als zij de foto’s publiceert. Mag je als ontvanger van zo’n claim gaan bewijzen dat de foto wél ooit is uitgegeven.
Het blijft voor mij dweilen met de kraan open. Voorlopig moet ik dus door met aan de bel trekken en uitleggen hoe het juridisch in elkaar steekt. Geen ambtenaar te vinden die wil helpen, laat staan dat er opgetreden wordt. En ik kan de mensen ook nog steeds niet doorverwijzen naar een betrouw- en betaalbaar loket.
Dat gezegd hebbende. Let op! Er zijn commerciële partijen, waaronder advocaten, die helpen met fotoclaims. Een eerste reactie is gratis of ze lokken je met een laag eenmalig bedrag. Doel van deze partijen is echter niet zo snel mogelijk oplossen maar een discussie uitlokken die soms zelfs bij de rechter belandt. En dan win je misschien wel, maar is de kans aanwezig dat je blijft zitten met stevige proceskosten. Zoals in de zaak die ANP verloor.
Teken en deel de petitie! Deel je ervaringen online. Een desinfecterend zonnetje is alles wat we kunnen doen.
En steun mijn gerechtelijke stappen tegen ANP door een donatie te doen of bekendheid te geven aan de crowdfunding: alle kleine beetjes helpen.
Groet! De petitionaris
De petitie is op dinsdag 20 januari aangeboden aan wethouder Strijk. Hij gaat zich verdiepen in de petitie en bekijkt de mogelijkheden. Hij neemt contact op met de indieners zodra hij meer kan vertellen.
Met vriendelijke groet, Griffie gemeenteraad Eindhoven.
Van dinsdag 13 januari tot en met maandag 23 februari 2026 kunt u meedenken over de invulling van de Nedersaksenlijn en reageren op de participatieaanpak.
.
Met genoegen kunnen wij meedelen dat de petitie succesvol is afgerond. De wijk draagt voortaan weer officieel de naam Kleiwegkwartier..
Dank u wel, Dirk uit Zwolle. Dat u op 21 januari om 12:35 de 20.000e ondertekening zette! .
Vandaag is een petitie gestart waarin studenten oproepen tot het inrichten van een stilteruimte op ROC Mondriaan. Met deze ruimte vragen zij aandacht voor rust, concentratie en welzijn binnen de school.
Studenten en betrokkenen worden uitgenodigd om de petitie te ondertekenen en zo het initiatief te steunen.
Na intensief overleg met de Omgevingsdienst zijn verdere geluidsmetingen gepland in de loop van 2026. Er is nog geen directe aanpak bekend van de problematiek.
Een omkasting of geluidswand is onze doelstelling. Ook U als omwonende kan bijdragen aan feedback. Noteer dagen en tijdstippen dat u het zeurende geluid goed waarneemt. U mag na enkele weken het overlastlogboek aan mij of direct aan de omgevingsdienst mailen. Onder het motto: Samen een sterk signaal afgeven.
Naast Decibel waarden zijn ook ; 1: Toetsing van Onrechtmatige hinder en 2 : Handhaving van Zorgplicht op BBT (Beste Beschikbare Technieken) beoogde doelen.
2 motoren zijn nog uit de jaren 70-80 Deze motoren zijn zeer gedateerd en vallen ruim buiten de BBT normen. Het niet voeren van demping op dergelijke motoren schendt zorgplicht BBT.
Blijf vooral de petitie ondertekenen en meld uw klacht ook bij de Gemeent en de Omgevingsdienst.
Bvd
Miljoenen demonstranten verzamelen zich zaterdag in de Verenigde Staten en internationaal voor gecoördineerde "No Kings"-demonstraties tegen het beleid en de agenda van president Donald Trump, zoals die door zijn regering worden afgedwongen.
Er vinden tegelijkertijd meer dan 2.600 bijeenkomsten plaats in grote en kleine steden, met ten minste één evenement gepland in elke Amerikaanse staat en demonstraties die zich uitstrekken over meerdere continenten, waaronder Duitsland, Portugal, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Praag..
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Mona Keijzer, beantwoordt vragen over de petitie aan Kamerleden Peter de Groot en Rajkowski:
Vraag 1
Bent u bekend met het voornemen van studentenhuisvester DUWO om het huidige
hospiteerbeleid aan te passen, onder meer door middel van een door DUWO bepaalde voorselectie van kandidaten via een centraal platform?
Antwoord
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het dat deze beleidswijziging de invloed van zittende bewoners op de keuze van nieuwe huisgenoten verkleint, terwijl DUWO tegelijkertijd publiekelijk stelt dat huurders de regie behouden?
Antwoord
Het ministerie van VRO is geen partij in deze wijziging. De beleidskeuzes zijn aan DUWO.
Vraag 3
In hoeverre deelt u de opvatting dat hospiteren essentieel is voor de harmonie,
veiligheid en leefbaarheid in studentenhuizen, waar bewoners intensief samenleven op beperkte woonruimte en met gedeelde voorzieningen?
Antwoord
Het is niet aan mij om uitspraken te doen over de wijze van verdelen van woningen met gedeelde voorzieningen.
In het land worden daarvoor verschillende systemen gebruikt. Dit varieert van vormen waarbij de zittende huurders met verschillende maten van vrijheid zelf kunnen kiezen, tot vormen waarbij de kamerzoekende zelf kan kiezen wanneer die volgens objectieve criteria aan de beurt is.
Vraag 4
Erkent u dat studentenhuizen vaak een specifieke cultuur of identiteit hebben, zoals
verenigingshuizen, en dat wijzigingen in hospiteerregels deze identiteitsgebonden
woongemeenschappen onevenredig kunnen raken?
Antwoord DUWO heeft als sociale woningcorporatie de verantwoordelijkheid om voor studenten die op achterstand staan zorg te dragen voor gelijke kansen. Zij wijst daarbij onder andere op de student van ver die een kamer nodig heeft om te kúnnen studeren, de eerste-generatie student die de weg niet voldoende weet en nog geen groot netwerk heeft of een MBO-student. Dat sluit direct aan bij haar taakstelling die zij heeft als Toegelaten Instelling die in het belang van de volkshuisvesting werkt. DUWO is daarbij onderworpen aan de regels van de Woningwet, de overlegwet huurders-verhuurders en heeft ook te maken met de bepalingen van de Wet Goed Verhuurderschap.
Verhuurders kunnen zich hierbij niet ontdoen van de plicht om de woningtoewijzing (gedeeltelijk) elders onder te brengen. In het kader van de Wet goed verhuurderschap acht ik het voor sociale studentenhuisvesters noodzakelijk om een heldere en transparante manier van toewijzing te hanteren, waar objectieve selectiecriteria een rol spelen. Coöptatie met een vorm van voorselectie voldoet aan deze voorwaarden.
Vraag 5
Hoe weegt u de brede signalen van gebrek aan draagvlak voor de voorgestelde wijzigingen, waaronder enquêteresultaten van huurdersorganisaties, brievenacties van studenten en bewoners, een omvangrijke petitie en gezamenlijke uitingen van studentenorganisaties over het belang van sterke woongemeenschappen voor studentencultuur en welzijn?
Antwoord
Het ministerie van VRO is geen partij in deze wijzigingen.
Vraag 6
In hoeverre acht u het proportioneel dat DUWO deze wijziging doorvoert in het vrije
hospiteersegment, terwijl volgens betrokken partijen reeds een groot deel van de
woningvoorraad via bestaande voorrangsregelingen al wordt toegewezen en de
voorgenomen wijziging bovendien geen enkele extra studentenkamer oplevert?
Antwoord
De vraag of en in welke mate bestaande voorrangsregelingen bijdragen aan het bredere beleidsdoel zie ik als onderdeel van het goede gesprek tussen DUWO en haar
stakeholders en is niet aan mij ter beoordeling.
Vraag 7
Deelt u de analyse dat het structurele tekort aan studentenkamers het werkelijke
kernprobleem is binnen de studentenhuisvesting, en dat aanpassing van het
hospiteerbeleid niet bijdraagt aan het vergroten van de capaciteit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het aanpassen van het hospiteerbeleid staat los van het verkleinen van het structurele tekort. Ik onderschrijf de noodzaak van meer studentenhuisvesting. Als ministerie zetten wij ons in voor de realisatie van 60.000 nieuwe studentenwoningen en zijn daarbij voorstander van meer woningen met gedeelde voorzieningen. DUWO levert daar een bijdrage aan.
Vraag 8
Hoe beoordeelt u het risico dat het door DUWO voorgestelde beleid de sociale
samenhang, stabiliteit en sociale veiligheid aantast in hechte studentenhuizen die
momenteel juist een belangrijke buffer vormen tegen eenzaamheid, prestatiedruk en
mentale klachten bij studenten?
Antwoord
Het Landelijke Actieplan Studentenhuisvesting (LAS) gaat in op het studentenwelzijn. Het ministerie van VRO is geen partij bij het door DUWO voorgestelde beleid.
Vraag 9
DUWO stelt dat aanscherping van het hospiteerbeleid nodig om te kunnen voldoen aan de Wet goed verhuurderschap (Wgv). Erkent u dat deze wet ziet op verhuurders en niet op bewoners die gezamenlijk een huisgenoot kiezen, en dat gemeenten en
huurdersorganisaties aangeven dat DUWO de Wgv te ruim interpreteert?
Antwoord
De Wet goed verhuurderschap (Wgv) richt zich tot verhuurders en verhuurbemiddelaars. Zij zijn verantwoordelijk voor het voorkomen van ongerechtvaardigd onderscheid en voor transparantie over de wijze waarop huurders worden geselecteerd wanneer sprake is van een openbaar aanbod van woonruimte. Dat betekent onder meer dat verhuurders en verhuurbemiddelaars verplicht zijn te werken met objectieve selectiecriteria, een transparant selectieproces en een motiveringsplicht voor de gekozen huurder. Zij moeten beschikken over een vastgelegde werkwijze om ongerechtvaardigd onderscheid te voorkomen, die openbaar is gemaakt en bekend is bij alle werknemers van de verhuurder/verhuurbemiddelaar. De Wgv sluit voor wat betreft het verbod op ongerechtvaardigd onderscheid aan bij de normen van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) en brengt daarin geen inhoudelijke beperking aan ten opzichte van het reeds bestaande recht. Daarbij mag de verhuurder bij de keuze voor een nieuwe huurder geen onderscheid maken op grond van de persoonskenmerken die de Awgb beschermt. Het gaat daarbij om: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid en burgerlijke staat.
De Wgv schrijft geen specifieke vorm van huurderselectie voor en verbiedt daarmee coöptatie of hospiteren niet. Ook selectie via coöptatie kan onder de Wgv plaatsvinden, mits deze op een transparante wijze is ingericht en binnen de kaders van het verbod op ongerechtvaardigd onderscheid blijft, zoals dat volgt uit de Awgb. Een manier waarop verhuurders uitvoering kunnen geven aan de wettelijke verplichtingen van de Wgv en Awgb is door schriftelijk vast te leggen en te communiceren (bijvoorbeeld via de website) dat nieuwe huurders worden geselecteerd middels coöptatie. Daarnaast dienen verhuurders de zittende huurders die bij de selectie betrokken zijn te instrueren dat de Wgv en de Awgb van toepassing zijn op de verhuurder. Op grond van de Awgb mogen zittende huurders bij coöptatie kan echter in sommige gevallen wel verdere eisen stellen aan kandidaat-huurders op grond van de persoonskenmerken die de Awgb beschermt en bijvoorbeeld huurders selecteren op basis van geslacht. Er mag echter nooit onderscheid worden gemaakt op basis van afkomst of huidskleur. Ook deze instructie kan schriftelijk worden vastgelegd als onderdeel van de werkwijze ter voorkoming van woondiscriminatie.
Hoe de verhuurder de wettelijke verplichtingen voortvloeiende uit de Wgv en Awgb concreet vertaalt in beleid, is in beginsel aan de verhuurder zelf. In hoeverre een verhuurder de Wgv aanleiding vindt om het eigen hospiteerbeleid aan te passen, betreft de wijze waarop die verhuurder invulling geeft aan zijn verantwoordelijkheden onder de wet.
Vraag 10
In hoeverre kunt u bevestigen dat de Wgv studentenhuisvesters niet verplicht om
hospiteren sterk in te perken en dat dit derhalve een beleidskeuze van DUWO betreft?
Antwoord
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 9 stelt de Wet goed verhuurderschap (wgv)
randvoorwaarden aan verhuurpraktijken, zoals onder andere het voorkomen van
ongerechtvaardigd onderscheid middels transparantie over de selectieprocedure en het gebruik van objectieve selectiecriteria. De Wgv laat ruimte voor verschillende vormen van huurderselectie, zolang niet in strijd met de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) wordt gehandeld.
Indien het huidige hospiteerbeleid van een verhuurder echter niet voldoet aan de
wettelijke randvoorwaarden voor verhuurpraktijken, dient een verhuurder het
hospiteerbeleid aan te passen.
Vraag 11
Kunt u uiteenzetten welke mogelijkheden u ziet binnen de Woningwet en de Wgv om het hospiteren als verworven praktijk in studentenhuizen te beschermen, mede gezien het belang van sterke woongemeenschappen voor studentencultuur, welzijn en sociale veiligheid?
Antwoord
De Wet goed verhuurderschap (Wgv) alsook de Algemene wet gelijke behandeling
(Awgb) laten ruimte voor het voortbestaan van coöptatie of hospiteren als
huurdersselectie. De Wgv en de Awgb maken geen einde aan het recht van zittende
bewoners om betrokken te zijn bij de keuze van een nieuwe huisgenoot, maar stellen
randvoorwaarden om ongerechtvaardigd onderscheid te voorkomen. Binnen dit
wettelijke kader kunnen verhuurders coöptatie blijven toepassen door transparant vast te leggen dat via coöptatie wordt geselecteerd, objectieve en kenbare selectiecriteria te hanteren, te beschikken over een vastgelegde en openbaar gemaakte werkwijze ter voorkoming van woondiscriminatie en door bewoners te instrueren dat de Wgv (en daarmee tevens de Awgb) op de verhuurder van toepassing is. Waarbij de zittende huurders, wanneer zij via een openbaar aanbod een huurder zoeken middels coöptatie, nimmer mogen selecteren op de verboden discriminatiegronden afkomst of huidskleur en daarbij een duidelijke werkwijze te hanteren.
Binnen het bestaande wettelijke kader kunnen verhuurders dus beleid voeren dat ruimte laat voor bewonersbetrokkenheid bij huurderselectie door middel van coöptatie, zolang dit zorgvuldig en non-discriminatoir wordt ingericht. Het is aan verhuurders zelf om binnen de wettelijke kaders keuzes te maken ten aanzien van zijn verantwoordelijkheden en de wijze waarop zij selectieprocedures inrichten.
Vraag 12
Welke beleidsinstrumenten staan de Rijksoverheid hierbij ter beschikking?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 11.
Vraag 13
Heeft u zicht op de vraag of ook andere studentenhuisvesters voornemens zijn hun hospiteerbeleid aan te scherpen of te beperken, en kunt u aangeven in hoeverre hiervan sprake is van een bredere ontwikkeling binnen de studentenhuisvesting?
Antwoord
Kences is de brancheorganisatie voor sociale studentenhuisvesters. De Kences-corporaties willen gelijke kansen voor alle woningzoekenden, zoals ook mbo-studenten en studenten met een beperking of extra ondersteuningsvraag. Vorig jaar hebben de leden van Kences de toegankelijkheid van hun huisvesting en hun toewijzingsbeleid met elkaar besproken. Daaruit kwam naar voren dat zij de toegankelijkheid van hun huisvesting willen vergroten met meer gelijke huisvestingskansen voor iedereen. Bij de keuze van de toewijzingsmethode wordt een goede sociale cohesie binnen studentenhuizen meegewogen. Hospiteren op basis van inschrijftijd is een voorbeeld van een toewijzingsmethode waarmee studentenhuisvesting voor álle studenten toegankelijker wordt.
Daarnaast heeft het Landelijk Platform Studentenhuisvesting afgelopen augustus een oplegger voor het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting ondertekend. Daarin hebben het ministerie van VRO, het ministerie van OCW, studentenhuisvesters en studenthuurders zich uitgesproken voor een toegankelijke woningmarkt voor álle studenten.
Vraag 14
Bent u bereid in gesprek te gaan met studentenhuisvesters, gemeenten,
huurdersorganisaties en studentenorganisaties over zowel de juridische interpretatie
van de Wgv als de maatschappelijke gevolgen van het beperken van het hospiteerbeleid?
Antwoord
Ik zie geen reden om een gesprek aan te gaan over het hospiteerbeleid van
studentenhuisvesters. De studentenhuisvesters blijven met hun voorstellen binnen de kaders van de wet.
Vraag 15
Als het antwoord ‘ja’ is op vraag 14: bent u bereid de Kamer te informeren over de
uitkomsten van dit overleg, inclusief een beoordeling van mogelijke maatregelen om het hospiteren te behouden als norm binnen de studentenhuisvesting en om
identiteitsgebonden studentenhuizen te beschermen?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 14.
Vraag 16
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord
Ja.