U, de petitionaris
Anouk moet blijven

Verleng contract van Anouk als directeur Schoenenkwartier

2.016 ondertekeningen

Twee jaar geleden is Anouk van Heesch met veel lof binnen gehaald als directeur van het Schoenenkwartier en heeft het in zeer korte tijd tot een succes gebracht. Dankzij haar netwerk staat het museum ook landelijk op de kaart. Zij wordt door iedereen op handen gedragen.

Het is vijf voor twaalf en door deze petitie te ondertekenen kunnen wij samen een duidelijk signaal afgeven aan het bestuur en de gemeente Waalwijk.

Petitie

Wij

Inwoners van Waalwijk eo, vrienden Schoenenkwartier, donateurs, vrijwilligers en schoenindustrie.

 

constateren

  • Wat is er door Anouk en haar team keihard gewerkt, van 's morgens vroeg tot laat in de avond, jaren aan een stuk en dat met grote gedrevenheid en veel passie.
  • Met als eindresultaat een museum en een directeur waar wij als Waalwijk trots op mogen zijn.
  • Het museum heeft deze week de 10.000ste bezoeker mogen ontvangen. Een kers op de taart voor al het vele werk dat er verricht is.
  • Er moet iets vanuit de gemeenschap gebeuren om duidelijk te maken dat wij het niet eens zijn met om haar contract niet te verlengen!

 

en verzoeken

heroverweeg het besluit om haar contract niet te verlengen en draai het terug. Anouk van Heesch moet blijven.

Ondertekenen

 
We e-mailen u een link waarmee u uw ondertekening kunt bevestigen. Uw gegevens worden niet doorgespeeld aan derden en blijven bij de Stichting Petities.nl. Meer hierover leest u in onze privacyverklaring.

Details

Ontvanger:
Waalwijk 
Petitieloket:
Einddatum:
06-12-2022 
Petitionaris:
Christine Vesters  

Geschiedenis

Ondertekeningen

Nieuws

Vechten tegen De Bierkaai

Bierkaai,

Het bestuur van het fonkelnieuwe schoenenmuseum in Waalwijk, het Schoenenkwartier, dat bestond uit slechts twee personen, besloot direct na de succesvolle openingsperiode de alom gewaardeerde directeur Anouk van Heesch, van het toneel te laten verdwijnen. Van Heesch en velen om haar heen waren totaal verbijsterd over deze radicale en onbegrijpelijke stap, verbijstering die onmiddellijk overging in verontwaardiging.

+Lees meer...

Van Heesch was zorgvuldig geselecteerd uit meer dan veertig binnen en buitenlandse gegadigden en zij heeft er met groot succes alles aan gedaan om er samen met vele medewerkers en vrijwilligers die ze om zich heen verzameld had, van dit museum het allerbeste te maken. Het resultaat spreekt voor zichzelf. Wat heel veel mensen na deze kennisgeving bezig hield was de ‘waarom’-vraag. Waarom krijgt iemand die zo geschikt gebleken is voor haar taak op zo’n onmogelijk moment de bons en mag ze haar taak niet afmaken? Wat speelt hier? Hier moest wel iets héél ergs aan de hand zijn want waar rook is is vuur. Het bestuur was echter voor niets of niemand bereikbaar en hulde zich in stilzwijgen met als gevolg dat mensen zich van alles gingen afvragen en een proces van speculeren begon. Ook voor Van Heesch kwam de opzegging als een donderslag bij heldere hemel.

Christine Vesters was dusdanig verbolgen over de gang van zaken dat ze besloot een petitie actie op te zetten met het doel het museum te behoeden
voor deze bestuurlijke dwaling en van Heesch als directeur te behouden. Het gevolg van de petitie was overweldigend, niet alleen omdat er binnen de kortste keren meer dan 2000 mensen hun handtekeningen plaatsten maar ook omdat zich spontaan een tiental gelijk-voelende mensen opwierpen om deze misstap en het afkeuren van de gang van zaken onder de aandacht te brengen. Daarbij waren ook vele grote namen uit de schoenen branche en van daarbuiten, tot het Rijksmuseum in Amsterdam aan toe. Dat tezamen was de aftrap van het CGBS; het Comité Goed Bestuur Schoenenkwartier.

De strategie van het museum bestuur bleek te zijn de ‘waarom-vraag’ onbeantwoord te laten. Het was een bestuurlijke kwestie en het kon, punt uit. Het kon, in welk belang dan ook. Zelfs een voorlopig bestuur dat slechts uit twee mensen bestaat voelde zich niet verplicht hierover verantwoording af te leggen, dus waarom zouden ze.

De radiostilte die volgde wakkerde het onbegrip, de verontwaardiging en het speculeren verder aan. Gevoelsmatig was hier sprake van een bestuurlijke impuls en onrecht en dat raakte veel mensen. Formeel gezien heeft een bestuur, ook al is het ‘voorlopig’ en ook al bestaat het maar uit twee mensen, het recht om vergaande beslissingen te nemen die in het belang van de zaak zijn, in dit geval van het museum. Maar juist bij dat laatste wringt de schoen.

Steeds duidelijker werd dat deze beslissing in feite niet zo zeer over het museum ging maar veel meer over personen die al dan niet achter de schermen aan de touwtjes bleken te trekken.

Het comité heeft de buitengewoon breed gedragen petitie tijdens een z.g.n. Podium bijeenkomst op 8 september jl. toegelicht en uitgereikt aan de gemeenteraad. Hierbij schitterde de burgemeester door afwezigheid en de stapel petitie papieren verdween binnen de kortste keren onder tafel. Daar werd ook later niet meer op terug gekomen, wat op zichzelf nog steeds buitengewoon kwetsend is omdat hiermee in feite aan de hele gemeenschap voorbij gegaan wordt.

Na een indrukwekkend pleidooi van Joep Hamburg kwam wethouder Odabasi daarna niet verder dan dat ze zich niet bemoeide met personeelsbeleid en daarom niet van plan was om op enigerlei wijze te bemiddelen. Het feit dat dit niet primair ging over personeelszaken, maar over de beweegreden van het bestuur en het belang in deze voor het museum veegde ze meermalen van tafel met herhaling van haar insteek tot personeelszaken.

Door het comité werd op geen enkele manier gehoor gevonden aan de kant van het Waalwijkse gemeente bestuur. Bestuurders hebben gewoonlijk hun mondvol over transparantie maar in Waalwijk was daar duidelijk geen sprake van.
Samen met een intussen voor veel geld ingehuurde interim bestuurster word simpelweg gewacht op de dag dat de termijn van Van Heesch verlopen is.
Daarna valt dan inderdaad niets meer terug te draaien en kan het overwaaien beginnen.

Een veelzeggend detail in dit steekspel is dat het bestuur inmiddels heeft laten weten dat er m.b.t. Anouk van Heesch geen zwaarwegende argumenten zijn voor de aanzegging noch de vrijstelling van werk. 
Maar door alles wat zij sinds de opening over zich heen gekregen heeft is het intussen niet meer realistisch dat zij überhaupt haar job terug zou willen, daarvoor zijn grenzen veel te ver overschreden. Alle kansen zijn verkeken en het bestuur heeft hiermee uiteindelijk, tot grote spijt van allen die in Van Heesch geloofden, aan het langste eind getrokken.

Verder ageren vanuit het ons comité vinden wij, gelet op de opstelling van he bestuur van het Schoenenkwartier, niet gehinderd door het gemeentebestuur, zinloos. Wij hebben blijkbaar het onmogelijke geprobeerd te bereiken. Het comité heeft zich met de beste bedoelingen ingezet voor een museum zonder haken en ogen, een museum waar we met z’n allen trots op kunnen zijn.

Het is vechten tegen de bierkaai gebleken en daarom heffen we ons comité bij deze op!

Ons rest niet meer dan de hoop dat de nog te installeren “Raad van toezicht” (zonder oud-bestuursleden) er in slaagt op zeer korte termijn de (op een na) beste directeur te benoemen, een die niet uit de gelederen van de Waalwijkse gemeente gaat komen. Daarmee wensen wij hen heel veel succes.


Buiten dat hopen we ook dat Anouk van Heesch dit ingrijpende en voor haar zeer kwetsende gebeuren achter zich kan laten en een passende weg vind voor haar verdere carrière.

Comité Goed Bestuur Schoenenkwartier.

Graag wil ik als petitionaris jullie allen heel hartelijk danken voor het vertrouwen en alle onvoorwaardelijke steun die jullie gegeven hebben door deze petitie te onderteken. Helaas kunnen wij allen nu niets meer betekenen in deze oneerlijke strijd! En kunnen nu alleen maar hopen dat het prachtige Schoenenkwartier kan blijven gloren en de continuïteit gewaarborgd blijft!

Hartelijke groet, Christine Vesters

16-11-2022

4 November 2022 : Antwoorden op vragen Fractie Samen Waalwijk van College B&W

Aan de fractie van Samen Waalwijk Ons kenmerk Uw brief Uw kenmerk Betreft Geachte fractie, 2022-055149 Behandeld door Documentnummer Datum verzonden E. de Vries D2022-10-012148 03-11-2022

Vragen art.47 beantwoorden inzake overeenkomst directeur Schoenenkwartier. U heeft het college op 3 oktober vragen gesteld op basis van artikel 47 van het Reglement van Orde.

+Lees meer...

Hieronder vindt u in cursief uw vragen met daaronder de antwoorden. Voor de duidelijkheid hebben we tussen de vragen en antwoorden de stukken tekst -vetgedrukt- opgenomen die ook in de schriftelijke vragen stonden. We vinden het opvallend dat het college zichzelf tegenspreekt in de beantwoording van onze vragen. Dat vraagt om een duidelijke motivering van uw college. Het college neemt het standpunt in dat het niet treedt in interne aangelegenheden bij het Schoenenkwartier. Dat verbaast ons, omdat het college medio 2017 wel intervenieerde in interne aangelegenheden bij het toenmalig SLEM. Vorig jaar nog intervenieerde het college in interne aangelegenheden bij De Tavenu. De portefeuillehouder kondigde publiekelijk aan een benchmarkonderzoek uit te laten voeren naar het loongebouw bij De Tavenu. Wat ons betreft is dit eveneens inmenging in een interne aangelegenheid, zeker bij een organisatie waarmee een budgetsubsidie overeenkomst bestaat, waarbij de gemeente op resultaten dient te beoordelen. Wij hadden vanuit onze zorg voor de continuïteit van het museum en vanwege eerdere interventies van uw college in interne aangelegenheden een actievere houding verwacht. De bij het team, de vrijwilligers, de lokale, regionale en landelijke schoenen- en lederbranche, is fnuikend voor het draagvlak voor het museum. Dat hoeft niet te betekenen dat uw college zelf als bemiddelaar optreedt, maar u kunt ook een ‘commissie van wijzen’ aanstellen, die onafhankelijk advies uitbrengt. Vraag 1: Waarom heeft u zich in de boven genoemde gevallen wel rechtstreeks geïntervenieerd in interne aangelegenheden, en weigert u nu -vanuit het oogpunt van het gemeentelijk belang (financieel risico, imagoschade en maatschappelijke onrust)- te interveniëren? Antwoord 1: Het College vindt de situaties niet vergelijkbaar. Bij de Tavenu betrof de discussie de prestatieafspraken versus de exploitatie. De kwestie – het aflopen van een tijdelijk arbeidscontract - bij het Schoenenkwartier betreft een aangelegenheid met een individu.

Vraag 2: Waarom stelt u in uw beantwoording dat het college geen verantwoordelijk draagt in het personeelsbeleid van het Schoenenkwartier, maar neemt u deze verantwoordelijkheid wel waar het gaat om de benchmark naar het loongebouw van De Tavenu, waar uw college niets mee van doen heeft? Antwoord 2: Het College heeft dit onderzoek laten uitvoeren om te bezien of het subsidiebedrag versus de prestatieafspraken passend zijn. Vraag 3: Waarom meet u met verschillende maten? Bent u met ons van mening dat dit leidt tot willekeur in benadering van organisaties? Antwoord 3: Er wordt niet met verschillende maten gemeten. Wij zijn het dan ook oneens met uw stelling. Vraag 4: Als u vindt dat de gemeente geen rol speelt in deze interne kwestie, waarom heeft u de raad dan geïnformeerd over het besluit van het bestuur om de overeenkomst met de directeur niet te verlengen? Dat is toch een taak van het bestuur? Bent u met ons van mening dat alleen al door deze bestuurdersbrief uw college de schijn van inmenging in interne kwesties oproept? Antwoord 4: Nee, het College heeft u, in overleg met het bestuur, pro actief geïnformeerd over deze kwestie. Het College is immers van mening dat, wanneer zij kennisneemt van een aangelegenheid als deze, transparant moet communiceren met uw Raad. Vraag 5: Heeft u overwogen om een ‘commissie van wijzen’ aan te stellen, die na het horen van alle partijen een advies uitbrengt om uit de ontstane, uiterst ongewenste impasse te komen? Zo ja, wat heeft u ervan weerhouden om een dergelijke commissie in te stellen? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te overwegen? Antwoord 5: Nee, het College is hier niet verantwoordelijk voor. U geeft aan in de afgelopen tijd verschillende gesprekken te hebben gevoerd met betrokkenen. Vraag 6: Waarom heeft u deze gesprekken gevoerd als u zich afzijdig wilt houden van dit conflict? Antwoord 6: Het College hecht veel waarde aan de continuïteit van het Schoenenkwartier en heeft zich daarom laten informeren door het bestuur en de directeur van het Schoenenkwartier zonder inhoudelijk in te gaan op het arbeidsgeschil. Vraag 7: Kunt u de raad -met inachtneming van de privacy van betrokkenen- aangeven wat u uit deze gesprekken heeft opgehaald? Antwoord 7: De gesprekken gingen met name om de continuïteit van het museum, de laatste

bouwactiviteiten met betrekking tot het museum als lid van de stuurgroep en daarnaast, in relatie tot de continuïteit, informatie over het verlopen van het tijdelijke contract van de directeur en het proces rond het instellen van de Raad van Toezicht. Bij belangrijke ontwikkelingen hebben wij u direct geïnformeerd. Ondanks dat het college zich afzijdig wil houden in dit interne conflict, geeft u in uw beantwoording wel aan dat u geen redenen heeft om te twijfelen aan de besluiten van het bestuur. Met dit antwoord houdt u zich niet afzijdig, maar kiest u expliciet partij voor het bestuur. Vraag 8: Op grond van welke bevindingen komt u tot de conclusie dat u geen reden heeft te twijfelen aan de besluiten van het bestuur? Antwoord 8: We hebben de afgelopen 5 jaar goed samengewerkt met het bestuur. Zij communiceren altijd transparant en houden ons goed op de hoogte van de besluiten die zij nemen. Vraag 9: Bent u het met ons eens dat door deze zinsnede in uw beantwoording uw college de kant van het bestuur kiest en daarmee toch een standpunt inneemt in dit volgens u interne conflict? Antwoord 9: Nee, wij zijn het niet met u eens. Als uw college geen twijfels heeft over het huidige besluit van het bestuur om het contract met de huidige directeur niet te verlengen, mogen op zijn minst vanuit het college kritische vragen gesteld worden over de gevoerde selectieprocedure. Het gaat immers om een voor uw college prestigeproject dat na een ongelukkige aanloop een debacle als zich nu voordoet, uitermate onwenselijk is. Vraag 10: Heeft u met het bestuur gereflecteerd over de gevoerde selectieprocedure, waarbij ook is stilgestaan bij het beoordelingsvermogen van dit bestuur? Dit bestuur heeft de huidige directeur immers geselecteerd uit ’39 topkandidaten, waarbij de huidige directeur er met kop en schouders bovenuit stak; zo heeft het bestuur bij de aanstelling de directeur zelf gepresenteerd. Zo ja, welke conclusies zijn daaruit getrokken? Zo nee, waarom heeft u dit niet gedaan? Antwoord 10: Nee. Zoals bij geen enkele gesubsidieerde organisatie mengen wij ons als gemeente in te voeren selectieprocedures voor de eerdere of een nieuwe directeur. Die wordt gevoerd door het bestuur of door de toekomstige Raad van Toezicht. U geeft in de beantwoording aan dat zo spoedig mogelijk wordt overgegaan naar de nieuwe governance structuur. U voert daarover gesprekken. In de beantwoording van onze onderhandse vragen geeft u aan geen deadline aan het huidige bestuur gesteld te hebben voor de overgang naar een raad van toezicht. U geeft aan dat dit een taak van het bestuur is. Dit standpunt verbaast ons. Als opdrachtgever voor de bouw van het museum en subsidieverlener van het Schoenenkwartier heeft uw wel degelijk mogelijkheden om voorwaarden aan de governance te stellen, zeker gelet op het feit dat het mislukken van dit majeure project zijn weerslag heeft op het imago van de gemeente – dit nog los van eventuele financiële risico’s. Vraag 11: Waarom heeft u -gelet op de kwetsbaarheid van een tweekoppig bestuur- niet eerder aangestuurd op het instellen van een raad van bestuur? Dit zou immers al in 2021 gerealiseerd zijn?

Antwoord 11: Het bestuur bestond tot net voor de zomer uit 3 personen. De Raad van Toezicht zou na de opening opgericht worden. Na de opening zijn door het bestuur stappen ondernomen voor de selectie van de leden van de Raad van Toezicht. Vraag 12: Waarom houdt u zich afzijdig van het bespoedigen van de instelling van een raad van toezicht, terwijl uw college vanuit de rol van opdrachtgever voor de bouw van het museum en subsidieverlener wel degelijk de mogelijkheden heeft om hier actief in te acteren? Antwoord 12: De vorm van de aansturing van een stichting en/of vereniging is geen verantwoordelijkheid van de gemeente. Wij respecteren de besluiten van het bestuur. Vraag 13: Bent u zich ervan bewust dat als de continuïteit van het museum door de huidige onrust binnen en buiten het museum in het gedrang komt, dit direct zijn weerslag heeft op uw college? Graag een toelichting hierop. Antwoord 13: De reden dat het College in gesprek blijft met het bestuur en de directeur is in verband met het borgen van de continuïteit. In de beantwoording van onze onderhandse vragen geeft u aan dat de stuurgroep op 28 september jl. is opgeheven maar dat er nog een aantal werkzaamheden moeten worden gedaan, die onder de garantie vallen. Ook dit bevreemdt ons, omdat de stuurgroep door de gemeente als opdrachtgever voor de bouw van het museum is ingesteld en verantwoordelijk is voor het gehele bouw- en inrichtingsproces tot de definitieve oplevering. Zolang er nog werkzaamheden moeten worden uitgevoerd -of deze nu vallen onder de garantie of niet- kan er geen sprake zijn van een definitieve oplevering. Daarnaast hebben wij uit gesprekken met verschillende betrokkenen begrepen dat het huidige subsidiebudget ontoereikend is om de ambities van de gemeente waar te maken. Daarom de volgende vragen. Vraag 14: Wanneer moeten de werkzaamheden afgerond zijn? Wie is verantwoordelijk voor het toezicht op het ordentelijk uitvoeren van deze werkzaamheden? De gemeente als opdrachtgever, c.q. de stuurgroep of het museum? Antwoord 14: De basisopdracht, (ver)bouw en realisatie expositie, is afgerond. Het gebouw is op de gebruikelijke wijze in beheer overgedragen aan de vastgoedmedewerkers binnen het team TORV. Een stuurgroep in stand houden is dan ook niet langer zinvol. Vraag 15: Wie is er nu verantwoordelijk voor de definitieve oplevering? De gemeente of het museum? Wie maakt er aanspraak op de garantiebepalingen? De gemeente of het museum? Wie treedt op als er conflicten over de afrondende werkzaamheden ontstaan? De gemeente of het museum? Antwoord 15: Dit was een gezamenlijke opdracht van de gemeente en het museum. De gemeente blijft als opdrachtgever van de bouw van het Schoenenkwartier zodoende medeverantwoordelijk voor het afwikkelen van eventuele garantiekwesties.

04-11-2022

3 oktober:Fractie Samen Waalwijk stelt schriftelijke vragen aan College van B&W

" Zeg John, zijn al die vragen van de Fractie Samen Waalwijk al beantwoordt "
" Daar zeg je me wat Timo " " Ik zou het echt niet weten" !

College van Burgemeester en wethouders Waalwijk, 3 oktober 2022 Onderwerp: schriftelijke vragen ex art. 47: vervolgvragen niet verlengen overeenkomst directeur Schoenenkwartier Geacht college, We hebben met belangstelling kennis genomen van de beantwoording van onze eerdere vragen.

+Lees meer...

We vinden het opvallend dat het college zichzelf tegenspreekt in de beantwoording van onze vragen. Dat vraagt om een duidelijke motivering van uw college. Het college neemt het standpunt in dat het niet treedt in interne aangelegenheden bij het Schoenenkwartier. Dat verbaast ons, omdat het college medio 2017 wel intervenieerde in interne aangelegenheden bij het toenmalig SLEM. Vorig jaar nog intervenieerde het college in interne aangelegenheden bij De Tavenu. De portefeuillehouder kondigde publiekelijk aan een benchmarkonderzoek uit te laten voeren naar het loongebouw bij De Tavenu. Wat ons betreft is dit eveneens inmenging in een interne aangelegenheid, zeker bij een organisatie waarmee een budgetsubsidie overeenkomst bestaat, waarbij de gemeente op resultaten dient te beoordelen. Wij hadden vanuit onze zorg voor de continuïteit van het museum en vanwege eerdere interventies van uw college in interne aangelegenheden een actievere houding verwacht. De bij het team, de vrijwilligers, de lokale, regionale en landelijke schoenen- en lederbranche, is fnuikend voor het draagvlak voor het museum. Dat hoeft niet te betekenen dat uw college zelf als bemiddelaar optreedt, maar u kunt ook een ‘commissie van wijzen’ aanstellen, die onafhankelijk advies uitbrengt. Dat leidt bij ons tot de volgende vragen: 1. Waarom heeft u zich in de boven genoemde gevallen wel rechtstreeks geïntervenieerd in interne aangelegenheden, en weigert u nu -vanuit het oogpunt van het gemeentelijk belang (financieel risico, imagoschade en maatschappelijke onrust)- te interveniëren? 2. Waarom stelt u in uw beantwoording dat het college geen verantwoordelijk draagt in het personeelsbeleid van het Schoenenkwartier, maar neemt u deze verantwoordelijkheid wel waar het gaat om de benchmark naar het loongebouw van De Tavenu, waar uw college niets mee van doen heeft? 3. Waarom meet u met verschillende maten? Bent u met ons van mening dat dit leidt tot willekeur in benadering van organisaties? 4. Als u vindt dat de gemeente geen rol speelt in deze interne kwestie, waarom heeft u de raad dan geïnformeerd over het besluit van het bestuur om de overeenkomst met de directeur niet te verlengen? Dat is toch een taak van het bestuur? Bent u met ons van mening dat alleen al door deze bestuurdersbrief uw college de schijn van inmenging in interne kwesties oproept? 5. Heeft u overwogen om een ‘commissie van wijzen’ aan te stellen, die na het horen van alle partijen een advies uitbrengt om uit de ontstane, uiterst ongewenste impasse te komen? Zo ja, wat heeft u ervan weerhouden om een dergelijke commissie in te stellen? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te overwegen? U geeft aan in de afgelopen tijd verschillende gesprekken te hebben gevoerd met betrokkenen. 6. Waarom heeft u deze gesprekken gevoerd als u zich afzijdig wilt houden van dit conflict? 7. Kunt u de raad -met inachtneming van de privacy van betrokkenen- aangeven wat u uit deze gesprekken heeft opgehaald? Ondanks dat het college zich afzijdig wil houden in dit interne conflict, geeft u in uw beantwoording wel aan dat u geen redenen heeft om te twijfelen aan de besluiten van het bestuur. Met dit antwoord houdt u zich niet afzijdig, maar kiest u expliciet partij voor het bestuur. 8. Op grond van welke bevindingen komt u tot de conclusie dat u geen reden heeft te twijfelen aan de besluiten van het bestuur? 9. Bent u het met ons eens dat door deze zinsnede in uw beantwoording uw college de kant van het bestuur kiest en daarmee toch een standpunt inneemt in dit volgens u interne conflict? Als uw college geen twijfels heeft over het huidige besluit van het bestuur om het contract met de huidige directeur niet te verlengen, mogen op zijn minst vanuit het college kritische vragen gesteld worden over de gevoerde selectieprocedure. Het gaat immers om een voor uw college prestigeproject dat na een ongelukkige aanloop een debacle als zich nu voordoet, uitermate onwenselijk is. 10. Heeft u met het bestuur gereflecteerd over de gevoerde selectieprocedure, waarbij ook is stilgestaan bij het beoordelingsvermogen van dit bestuur? Dit bestuur heeft de huidige directeur immers geselecteerd uit ’39 topkandidaten, waarbij de huidige directeur er met kop en schouders boven uit stak; zo heeft het bestuur bij de aanstelling de directeur zelf gepresenteerd. Zo ja, welke conclusies zijn daaruit getrokken? Zo nee, waarom heeft u dit niet gedaan? U geeft in de beantwoording aan dat zo spoedig mogelijk wordt overgegaan naar de nieuwe governance structuur. U voert daarover gesprekken. In de beantwoording van onze onderhandse vragen geeft u aan geen deadline aan het huidige bestuur gesteld te hebben voor de overgang naar een raad van toezicht. U geeft aan dat dit een taak van het bestuur is. Dit standpunt verbaast ons. Als opdrachtgever voor de bouw van het museum en subsidieverlener van het Schoenenkwartier heeft uw wel degelijk mogelijkheden om voorwaarden aan de governance te stellen, zeker gelet op het feit dat het mislukken van dit majeure project zijn weerslag heeft op het imago van de gemeente – dit nog los van eventuele financiële risico’s. 11. Waarom heeft u -gelet op de kwetsbaarheid van een tweekoppig bestuur- niet eerder aangestuurd op het instellen van een raad van bestuur? Dit zou immers al in 2021 gerealiseerd zijn? 12. Waarom houdt u zich afzijdig van het bespoedigen van de instelling van een raad van toezicht, terwijl uw college vanuit de rol van opdrachtgever voor de bouw van het museum en subsidieverlener wel degelijk de mogelijkheden heeft om hier actief in te acteren? 13. Bent u zich ervan bewust dat als de continuïteit van het museum door de huidige onrust binnen en buiten het museum in het gedrang komt, dit direct zijn weerslag heeft op uw college? Graag een toelichting hierop. In de beantwoording van onze onderhandse vragen geeft u aan dat de stuurgroep op 28 september jl. is opgeheven maar dat er nog een aantal werkzaamheden moeten worden gedaan, die onder de garantie vallen. Ook dit bevreemdt ons, omdat de stuurgroep door de gemeente als opdrachtgever voor de bouw van het museum is ingesteld en verantwoordelijk is voor het gehele bouw- en inrichtingsproces tot de definitieve oplevering. Zolang er nog werkzaamheden moeten worden uitgevoerd -of deze nu vallen onder de garantie of niet- kan er geen sprake zijn van een definitieve oplevering. Daarnaast hebben wij uit gesprekken met verschillende betrokkenen begrepen dat het huidige subsidiebudget ontoereikend is om de ambities van de gemeente waar te maken. Daarom de volgende vragen. 14. Wanneer moeten de werkzaamheden afgerond zijn? Wie is verantwoordelijk voor het toezicht op het ordentelijk uitvoeren van deze werkzaamheden? De gemeente als opdrachtgever, c.q. de stuurgroep of het museum?
15. Wie is er nu verantwoordelijk voor de definitieve oplevering? De gemeente of het museum? Wie maakt er aanspraak op de garantiebepalingen? De gemeente of het museum? Wie treedt op als er conflicten over de afrondende werkzaamheden ontstaan? De gemeente of het museum? 16. Wij vernemen graag of de kosten voor realisatie van het museum binnen de door de raad beschikbaar gestelde kredieten zijn gebleven. Wij ontvangen van u graag een duidelijk kostenoverzicht. Mochten er (onvoorziene) kosten zijn weggeschreven op andere posten, dan ook hiervan graag een overzicht. 17 .Ook verzoeken wij u ons een berekening te overleggen waaruit blijkt of het beschikbaar gestelde subsidiebudget voor 2022-2025 voldoende is om te voldoen aan de door de gemeente gestelde ambities. Wij zien de beantwoording van onze vervolgvragen met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet,Samen Waalwijk Bea de Jongste en Luuk Ottens

03-11-2022