09-03-2010

Petitie draagt bij aan openbare discussie veehouderij!

GEMERT-BAKEL - Burgemeester Van Maasakkers en wethouder Verkampen stelden afgelopen vrijdag in het Gemerts Nieuwsblad dat de petitie over de veehouderij in Gemert-Bakel “niets toevoegt aan zaken die eerder in gang zijn gezet.” Dat een wethouder uitspraken doet over zaken die zijn portefeuille raken, valt nog te begrijpen. Maar dat een burgemeester, die geacht wordt ‘boven de partijen’ te staan, zich op deze wijze uitlaat is toch wel vreemd. Uiteraard heeft de burgemeester een belangrijke taak om burgers zo snel mogelijk te informeren over uitbraken van besmettelijke ziekten. Maar juist op dat punt gaat hij minder voortvarend te werk.

Volgens de GGD is de burgemeester van Gemert-Bakel al in augustus 2009 schriftelijk geïnformeerd over een besmette geitenhouderij op Grotel. Pas nadat het tv-programma Zembla in december aandacht besteedde aan de Q-koorts kwamen de feiten geleidelijk naar buiten. Intussen waren ruim driehonderd mensen, met name in Helmond, besmet. Later werd pas duidelijk waarom de betrokken burgemeesters niets hadden gezegd: ze kregen een zwijgplicht opgelegd door de Voedsel en Waren Autoriteit, een onderdeel van het ministerie van Landbouw. Het ministerie van Volksgezondheid greep niet in. Toeval? Op beide ministeries zit een CDA-er.

Gelet op de uitbreidingsplannen van de intensieve veehouderij in Gemert-Bakel is er alle reden voor een openbare discussie. Wethouder Verkampen stelt daar tegenover dat het “in ieders belang is dat bestaande bedrijven kunnen blijven investeren in verbetering van de luchtkwaliteit.” Hij zegt er niet bij dat deze veehouderijen fors meer dieren mogen gaan houden als er een luchtwasser wordt geïnstalleerd. Daarmee gaat hij voorbij aan de huidige luchtkwaliteit in Oost-Brabant die te boek staat als ‘slecht’. Er is dus eerder reden om de veestapel in te krimpen, dan te laten groeien.

Verkampen klaagt verder dat er een verkeerd beeld is ontstaan over de wijze waarop Gemert-Bakel omgaat met het thema gezondheid en landbouwontwikkeling. De vraag is wiens schuld dat is? Afgelopen maandag vertelden Verkampen en raadslid Frans Meulemeesters in De Rips dat er binnen de reconstructie nooit is gesproken over ‘volksgezondheid’. Inwoners van De Rips bestrijden dat en geven aan dat zij al in 2003 bezwaar hebben aangetekend tegen de aanleg van een landbouwontwikkelingsgebied vanwege effecten op de volksgezondheid.

Nu maant Van Maasakkers deskundigen voorzichtig en zuiver om te springen met de volksgezondheid. “Iedereen mag zijn zorgen uiten, maar op basis van veronderstellingen op voorhand conclusies trekken is niet verstandig.” Opmerkelijk is dat zijn rechterhand Verkampen deze oproep direct op ‘deskundige wijze’ teniet doet: “Luchtkwaliteitmetingen tonen vooralsnog aan dat er in De Rips veel minder fijnstof wordt uitgestoten dan in een stad als Eindhoven. Verkeer stoot veel meer fijnstof uit dan de landbouw. Ik zou me dus eerder zorgen maken als ik in Eindhoven woonde.” Waarop dit is gebaseerd, zegt Verkampen er niet bij. Uit een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat verkeer en landbouw in ongeveer gelijke mate verantwoordelijk zijn voor de uitstoot van PM2,5. Bovendien negeert Verkampen de verschillen tussen PM10 en het nog schadelijkere fijnstof PM2,5.

Van Maasakkers stelt verder dat in afwachting van gezondheidsonderzoek al eerder een stop op nieuwvestiging in landbouwontwikkelingsgebieden is afgekondigd. Dat klinkt mooi, maar uitbreidingen van bestaande bedrijven gaan gewoon door, waaronder een nertsenhouderij en een nieuw kippenbedrijf bij Elsendorp. Het RIVM vindt dat huisvesting van kippen en varkens op korte afstand van elkaar niet meer kan vanwege het risico op kruisbesmettingen (pest). Het college negeert deze waarschuwingen en plaatst inwoners voor voldongen feiten.

Elders in het artikel stelt Van Maasakkers dat hij de mogelijkheid wil laten onderzoeken om strengere voorwaarden te stellen aan duurzame locaties in verwevingsgebieden. “In verwevingsgebieden is in principe geen nieuwvestiging van agrarische bedrijven toegestaan. Agrarische bedrijven die als duurzaam zijn aangemerkt, kunnen wel uitbreiden.” Met andere woorden: uitbreiden op deze locaties mag eigenlijk niet, maar we doen het toch. En dat onderzoek komt er zodra de zaken zijn geregeld.

Juist om deze voldongen feiten te voorkomen beroepen wij ons in de petitie op het voorzorgbeginsel. Dat het college deze argumenten terzijde schuift met ‘voegt niets toe’ is veelzeggend. De verkiezingsuitslag laat zien dat veel inwoners dit niet langer pikken en een openbare discussie willen over de intensieve veehouderij.