02-05-2010

Gelderlander 28 april, varkensbedrijven en petitie

 

 ‘Qua milieu wordt het er alleen maar beter op met die nieuwe stal’, zegt varkensboer Peters in Wijchen. Zou het? De vergunning voor het grote kippenbedrijf in Groesbeek is geschorst omdat de ventilatoren niet sterk genoeg zijn om van zoveel kippen de geur tegen te houden. En om tegen te houden wat je NIET  ruikt: het fijnstof, en micro-organismen. Het blijkt dat luchtwassers heel precies moeten worden schoongehouden om goed te functioneren, en daar komt het vaak niet van.

Maar het grootste bezwaar, ook van de vijf of zes varkensbedrijven in de buurt van Wijchen. is nog dat dieren vatbaar voor ziektes worden als ze levenslang worden opgesloten zonder bewegingsruimte, daglicht of frisse lucht. Dus het antibioticagebruik is heel sterk toegenomen, en door het uitrijden van mest zitten er in Nederland zelfs overal  in de grond bacteriën die resistent zijn tegen antibiotica. Veel mensen die er werken of wonen hebben MRSA onder de leden.

Als de stallen nog groter worden moeten er buitenlandse werknemers aangetrokken worden, zoals de Polen in de Rips, waarvoor extra huisvesting moest worden gevonden. Het is eentonig en stoffig werk dat Nederlanders liever niet doen. De werknemers krijgen gezondheidsklachtenklachten, zoals klachten aan de luchtwegen.

We kunnen er de boeren er niet op aankijken, zij moeten werken binnen de grenzen van het huidige beleid en door dit beleid zit de helft van de boeren op het minimum-inkomen of minder. De nieuwe initiatieven voor coöperatieve samenbundeling en directe verkoop zoals 'Oregional' doet, bieden sommige boeren uitkomst, want dat scheelt hen 15 à 30 % in de winstmarge. En de milieu-doelstellingen van die coöperatie werpen hun vruchten al af: een varkensbedrijf in de Ooij voert nu hun biggen en zeugen met graan van eigen grond. Eerst werden de biggen verkocht aan een handelaar, maar nu houden ze minder zeugen en ze laten de biggen op hun eigen bedrijf verder groeien in hun ‘gesloten kringloop’ (voer - varken - mest op eigen bedrijf) . Voor die boer is het prettig te weten dat deze goede kwaliteit varkensvlees waar geen Braziliaanse soja aan te pas is gekomen niet als kiloknaller eindigt maar tegen een betere, redelijke prijs op de borden van de patiënten van de St Maartenskliniek in Nijmegen belandt.

Maar dit soort ontwikkelingen moet niet alleen van onderop komen, en dat kan ook niet altijd. Onze overheid moet vanwege onze gezondheid en ons milieu een ander beleid voeren. En dan hoort het probleem van de schaalvergroting niet bij de provincies, waar het nu is neergelegd. Het hoort op het bordje van onze regering te liggen, en van Europa.

Daar moeten ze het beleid een andere kant op gaan sturen, en daar kunnen de burgers op aandringen. Zeker dit jaar, nu het Gemeenschappelijk landbouwbeleid in Euraopa ter discussie staat.

Het huidige beleid werkt grootschaligheid in de hand: we richten ons naar de wereldmarktprijzen dankzij de 'vrije' markt ideologie, ook al gaat maar 10% van de Europese producten uiteindelijk naar de wereldmarkt. Dat betekent dat de laagste prijzen de richtprijzen zijn. Dus zo efficiënt mogelijk produceren is het devies, in plaats van dat we onze gezondheid, het milieu, een fatsoenlijk inkomen voor de boer, en eerlijkheid tegenover de ontwikkelingslanden als richtsnoer nemen.

Op andere terreinen hebben we inmiddels ingezien dat die zogenaamde vrije markt helemaal niet zo ideaal is, denk aan de banken, de zorg, de spoorwegen. Waarom is dan die eerste levensbehoefte, ons voedsel, nog steeds aan die waan onderworpen?  De politiek kan ook andere keuzes maken. In Canada bijvoorbeeld bepalen boeren en de overheid samen dat er van bepaalde producten, genoeg geproduceerd wordt voor het eigen gebied, en wat de prijs en kwaliteit zijn. De agrifood bedrijven en de supermarkten mogen meepraten maar zij krijgen niet het heft in handen, zoals hier in Europa. Resultaat? Prima kwaliteit, een consumentenprijs zoals in andere landen, en een fatsoenlijk inkomen voor de boer.

Neem de melk. Afgelopen zomer kregen de Canadese boeren nog steeds 40 cent voor een liter melk, terwijl het hier 20 cent was dankzij overproductie op de wereldmarkt. Veel Nederlandse melkveehouders moesten ophouden, en hun grond kwam te koop voor grootschaliger bedrijven. Willen we verder die kant op, of gaan we de Canadese kant op van meer overheidsregulering? Als de boer een fatsoenlijke prijs krijgt kun je eisen stellen wat betreft afmetingen van het bedrijf, milieu en onderhoud van het platteland.

Dit jaar wordt in Europa over het landbouwbeleid gepraat. Wil je je stem daarover laten horen teken  dan s.v.p. op www.voedselbeleid.petities.nl

 

G.Goverde-Lips, secretaris van Platform Aarde Boer Consument, www.aardeboerconsument.nl