24-01-2010

een geweldige sportsfeer, stimuleert en motiveert iedere sporter die traint, studeert of revalideert.

De Nederlandse plannen om de wereldkampioenschappen voetbal in 2018 of 2022 en de Olympische Spelen van 2028 te organiseren, hebben nogal wat reacties los gemaakt. Waarbij het mij is opgevallen dat veel mensen de plannen met de nodige scepsis bekijken. Het zou Nederland volgens de sceptici ontbreken aan het benodigde (top)sportklimaat. Om wat tegengas te bieden wil ik op deze plaats een lans breken voor Papendal, het nationale sportcentrum waaraan ik afgelopen week weer eens een bezoek heb gebracht. Om maar direct met de deur in huis te vallen: ik heb genoten van het topsportklimaat dat ik in het park even buiten Arnhem aantrof. Mijn herinnering aan Papendal stamde van 1993, toen ik er veertien weken intern verbleef om te revalideren van een nare knieblessure. Wat mij is bijgebleven van die 'verplichte logeerpartij', is dat ik destijds op Papendal het echte sportgevoel miste.

Maar hoe anders was dat toen ik er afgelopen week rondwandelde. De nationale badmintonselectie was er aan het trainen, er waren volleybalteams en tafeltennissers actief, ik zag atleet Gregory Sedoc en verbaasde me bovenal over de prachtige accommodaties die op Papendal zijn verrezen. Zo hebben ze er, om maar eens wat te noemen, een kamer gebouwd waarin je 'op hoogte' kunt trainen. Door een ingenieus systeem kan de luchtvochtigheid, luchtdruk en het zuurstofgehalte in de kamer worden aangepast, zodat sporters er kunnen trainen in omstandigheden die ze aantreffen wanneer ze in hooggelegen landen hun topprestaties moeten leveren. Alles op Papendal was in de jaren sinds mijn lange verblijf beter, groter en mooier geworden. Ik keek echt mijn ogen uit en kon na mijn bezoek slechts één conclusie trekken: Papendal ademt anno 2009 aan alle kanten een geweldige sportsfeer uit. En stimuleert en motiveert daardoor iedere sporter die er traint, studeert of revalideert.

Iedereen die beweert dat de Nederlandse sporters geen echte topsportmentaliteit hebben, of zegt dat er in Nederland geen topsportklimaat heerst, zou ik willen aanraden eens een bezoek aan Papendal te brengen. Wie daar een kijkje neemt, begrijpt hoe het kan dat een klein land als Nederland met sport zoveel medailles wint. Want het wordt naar mijn mening nog wel eens vergeten dat 'het kleine' Nederland op sportgebied echt mooie prestaties neerzet. We doen het mondiaal gezien gewoon heel goed, ook al wordt daar binnen onze eigen landsgrenzen helaas nogal eens neerbuigend over gedaan.

Tennissers trof ik op Papendal overigens niet aan, die hebben nu nog in Almere, en straks in Amersfoort, hun eigen trainingscentrum. En met name Thiemo de Bakker toont dit jaar aan dat daar, onder leiding van de bondstrainers, ook goed werk wordt verricht. Sinds vorige week behoort Thiemo tot de mondiale top 100 en ik zeg er direct eerlijk bij dat ik daar aan het begin van dit jaar geen geld op had durven inzetten. Voor alle duidelijkheid: net als bijna iedereen zag ik echt wel hoe getalenteerd Thiemo als junior al was. Maar nadat hij in 2006 het juniorentoernooi op Wimbledon won en dat jaar als de nummer een van de wereld bij de junioren afsloot, kwam de klad er toch een beetje in. Maar 'de ommekeer' heeft dit jaar dan toch eindelijk plaatsgevonden en als beloning voor zijn prima prestaties van de laatste maanden maakt Thiemo nu deel uit van de top 100 en is hij in januari voor het eerst rechtstreeks toegelaten tot de Australian Open. Het wordt zijn tweede ervaring op het Grote Podium, nadat hij in 2007 als beloning voor de juniorentitel van 2006 een wildcard voor Wimbledon kreeg. Thiemo is inmiddels twee jaar ouder, wijzer en beter en heeft onlangs tijdens het Daviscupduel van Nederland tegen Frankrijk bewezen met de besten mee te kunnen. Als hij zijn eigen spel blijft spelen en vooral niet vergeet om op de baan te genieten, kan Nederland nog veel plezier aan Thiemo de Bakker gaan beleven. En krijgt het topsportklimaat in ons kleine land tevens weer een stevig zetje in de rug.

omgeving die motiveert