26-04-2012

artikel Noord Hollands Dagblad

Noordhollands Dagblad


26 april 2012 donderdag


Held Coen verdient staatsbegrafenis

door Marcel Vermeulen

De verkettering van J.P. Coen moet stoppen. J.P. Coen is een held, die een waardige plaats in Indonesië en Nederland verdient. Comité Vrienden van Coen strijdt voor een prominent graf na een staatsbegrafenis in ons land en terugkeer van het standbeeld in Jakarta.

Via de campagne op http://petities.nl coen-terug-in-jakarta proberen de vrienden steun voor hun ideeën te vinden. Er zijn nu elf sympathisanten. Het comité wil de lijst met steunbetuigingen aanbieden aan de ambassadeur van Indonesië. De bedoeling was dit op 4 mei te doen, maar gezien het nog beperkte enthousiasme wordt dat waarschijnlijk later. Volgens woordvoerder Mark van den Berg vonden verschillende mensen de dag van dodenherdenking voor deze activiteit ook te gevoelig liggen.

Net als op de Roode Steen in Hoorn was er tot 1942 een standbeeld van Coen in Batavia, het huidige Jakarta. De Japanse bezetter van Nederlands-Indië vernielde deze herinnering aan de Nederlandse overheersing. Een daad van historisch en cultureel vandalisme die tot op de dag van vandaag ongestraft is gebleven , aldus de vrienden .

Zij stellen dat Indonesië niet zou hebben bestaan zonder Nederlands-Indonesië en dat land niet zonder Coen. Het comité wil via de ambassadeur zien te regelen dat er een beeld terugkomt. De kosten hiervan zouden kunnen worden betaald uit het geld voor de ontwikkelingshulp van ons land aan Indonesië, terwijl ze mogelijk ook te verhalen zijn op de Japanners.

Ruud Spruit, voormalig directeur van het Westfries Museum en naar eigen zeggen tachtig keer te gast in Indonesië, kan zich vinden in het pleidooi van Vrienden van Coen. ,,In de tijd van Coen zijn de lijnen van het huidige Indonesië getrokken. Veel van de plantages zijn toen ontstaan. Onder de centrale leiding kregen de inwoners het beter dan bij de sultans van de afzonderlijke eilanden.

,,Het is mijn ervaring dat Indonesiërs helemaal niet zo negatief over Coen zijn. Als ik in mijn tijd als museumdirecteur gasten uit dat land ontving, bracht ik ze binnen via de achteringang om ze niet met het beeld te confronteren. Binnen een kwartier kwam de vraag waar Coen staat.

Spruit denkt dat de plaatsing van een standbeeld in Jakarta onhaalbaar is. Volgens hem wil het land zich juist als zelfstandige natie manifesteren. ,,Verder heeft Indonesië nu wel iets anders aan het hoofd.

Een ander doel van de vrienden is de totstandkoming van een fatsoenlijk graf voor Coen. Zijn stoffelijke resten liggen nu in een troosteloos graf op de binnenplaats van het Wajang-Museum in Jakarta , stellen zij. Van den Berg verwijst daarbij naar de imposante graftombe van Napoleon in Parijs. Spruit verwacht dat een herbegrafenis van Coen goed valt in Indonesië. ,,De graven van de Nederlanders die bij de politionele acties zijn omgekomen, worden keurig onderhouden. Dit past in de manier waarop in die cultuur wordt omgegaan met de doden. Het kan goed zijn om dit geluid in Indonesië te laten doorklinken.